Hebzucht en Ideologie in de Rotterdamse Politiek
Willem Frederik Hendriks zei het in de vorige eeuw al: “Socialisten vinden dat anderen te veel verdienen en zijzelf te weinig.”
Verborgen agendapunt
Dat binnen de linkse kerk geld en hebzucht belangrijke drijfveren zijn, bewijst de positie van gemeenteraadslid Kevin van Eikeren. Veroordeeld voor verzekeringsfraude (hebzucht) kon hij zonder probleem een mooie baan bij een aan links Rotterdam gelieerde woningbouwvereniging krijgen. Let wel: een baan met zoveel salaris, dat men er na raadsvragen liever het zwijgen toe doet. Hij verdedigt de belangen van de woningbouwverenigingen in de raad.
“Belangenverstrengeling”, zegt men dan terecht, maar nu rest slechts stilte. “Nu hij, morgen ik,” is de gedachte. Woningbouwverenigingen zijn banenleveranciers voor de linkse kerk. Banen van meer dan een ton per jaar. Daarbij heeft het grote linkse voorbeeld Paul (Pot) Rosenmöller in het verleden ook veel te veel gedeclareerd en slechts een gedeelte terugbetaald. Als je bij de club hoort mag je graaien* en zelfs als je betrapt wordt, is er geen vuiltje aan de lucht.
Wethouders
Het wethouderschap is voor raadsleden een begeerlijke baan. Meer dan anderhalve ton salaris, een flinke onkostenvergoeding en een auto met chauffeur; wie zou dat niet willen? Daarnaast lonken na het wethouderschap de banen in het linkse maatschappelijke middenveld. Alle directeuren van zogeheten liefdadige en ondersteunende stichtingen en organen kennen zichzelf buitenproportionele vergoedingen toe. De raden van toezicht bestaan uit vriendjes en overig personeel houdt hun snavel in de hoop op promotie. Een andere stap voor brave raadsleden is een plekje in de Tweede Kamer: ook goed voor zo’n anderhalve ton per jaar.
Verkiezingen
Na de verkiezingen is het eerste waar men naar kijkt: “Heb ik een kans om wethouder te worden?” Daarna begint het rekenen. Het excuus voor het schaamteloze graaien is de ideologie, die in Rotterdamse linkse kring flinterdun is en slechts bestaat uit: we zijn tegen Leefbaar Rotterdam.** Resultaat: vier wethouders voor PvdA (of GroenLinks/Pro, afhankelijk van de exacte partijnaam) en twee voor splinterpartijtjes. Dat het college voornamelijk uit witte mannen en vrouwen bestaat, is significant. Diversiteit (ideologie) is voor anderen en voor partijgenoten niet opportuun als het een belemmering vormt voor de eigen carrière.
Resultaat
Een samengeraapt – op de foto’s gelukkig lachend – college (ze denken aan hun bankrekening) dat steunt op 23 raadsleden, die hun zogenaamde ideologische bewogenheid zullen inruilen om dit college in stand te houden. Ze zien af van de taak het stadsbestuur te controleren in de hoop over vier jaar een beloning te krijgen voor hun dociele houding en hun trouw aan de politieke leiding.
Ik heb afgelopen week in Trouw een pleidooi gehouden voor het invoeren van het districtenstelsel (wijkenstelsel) op lokaal niveau. Veel democratischer, maar daar hebben ook de partijen die het woord 'democratie' in hun partijnaam voeren geen interesse in. Ze hebben nu immers een mooi plekje gekregen van hun partijen; bij een districtenstelsel is die plek afhankelijk van de bevolking.
Sorry, dan maar niet democratisch.
* In de periode-Bram Peper liep het declaratiegedrag volledig uit de hand. Met de taxi van en naar het stadhuis als raadslid en ieder jaar een paar (studie?)reisjes naar het buitenland. Het college verlengde iedere buitenlandse reis met een weekje relaxen. (De ambtenaar die de reizen regelde, is een bridgevriend van me.)
** Uiteraard geen uitleg, want je kunt moeilijk zeggen: die staan tussen ons en de lucratieve baantjes.
Inloggen om te reageren — Nog geen account? Registreer hier