Rondje kerk
Nu de Tour de France een daverend slot heeft gekregen op Montmartre en de Champs Elysees in Parijs, zijn de renners gestart met een reeks wedstrijden die de na-Tour criteriums worden genoemd. In Nederland begon dat in Boxmeer, waar voor een grote menigte de nieuwe Tourvedette Tijmen Arensman er in slaagde om groenetruiwinnaar Jonathan Milan te kloppen. De tengere klimmer die de sterke tempobeul en sprinter verslaat op een zeer vlak parcours, dat lijkt wel een sprookje. En dat is het ook.
De ‘rondjes om de kerk’ in allerlei Nederlandse, Vlaamse en Franse plaatsen en plaatsjes vormen in feite de oervorm van wielerkoersen waar geld mee te verdienen is. Ze ontstonden onafhankelijk van elkaar in diverse Europese landen in de tweede helft van de negentiende eeuw. Aanvankelijk op Michaux rijwielen, loopfietsen waarbij trappers aan de vooras waren bevestigd met wielen van hout die met ijzer bekleed waren. In Nederland al in de jaren zestig van die eeuw. En niet in Brabant of Limburg, zoals u misschien zou denken, maar in Friesland. Daar was al sprake van echte kermiskoersen waarbij de organisatie in handen was van caféhoudersdie geldprijzen ter beschikking stelden.
Die periode heeft maar kort geduurd, want vanaf 1870 kwam een nieuwe fiets op de markt: de hoge bi, die veel harder ging maar stukken duurder was. In feite alleen nog te betalen door de rijke klasse van adel en industriëlen, die dan ook op speciaal aangelegde wielerbanen de dienst uit gingen maken.Met de intrede van de ‘moderne’ fiets rond 1890, een rijwiel met wielen van gelijke omvang en kettingaandrijving op de achteras en rubberen luchtbanden, begon het rijwiel aan een opmars in alle geledingen. De sportbladen organiseerden grote zware wedstrijden over lange afstanden en vaak over meerdere dagen die de fietsmerken in een concurrentieslag om de gunst van het publiek dwongen. De prijzen van de apparaten kelderden en land- en fabrieksarbeiders konden daarna in die zware koersen met een fors prijzengeld uit de armoede ontsnappen. Overal steeg het aantal wedstrijden, behalve in Nederland. Daar werd in 1905 de wedstrijdsport verboden met de Motor- en Rijwielwet, ingevoerd door het confessionele kabinet dat niets moest hebben van het racen met voertuigen.
Vooral in België en Frankrijk schoten de rondjes om de kerk als paddenstoelen uit de grond, meestal tijdens de plaatselijke kermissen en in Bretagne tijdens de Pardons, religieuze feesten ter ere van de beschermheilige van het dorp.In Vlaanderen groeide het aantal lokale wedstrijden explosief van enkele tientallen tot honderden per jaar. Nederlandse beroepsrenners – er waren er nog wel een aantal –gingen zich steeds beter mengen in die koersen.In Brabant, Zeeland en Limburg werden van lieverlee vanaf eind jaren twintig steeds meer dorpsrondjes verreden waarvoor geen toestemming van de rijksoverheid nodig was. Een paar Nederlandse renners gingen zich zelfs in de jaren dertig roeren in de Tour de France en het wereldkampioenschap op de weg. De belangstelling voor de wielersportgroeide daardoor sterk en vooral in Zuid West Brabant nam het aantal lokale wedstrijden toe.
De belangrijkste van die rondjes om de kerk werd vanaf 1933 de Acht van Chaam. Wielerclub Steeds Voorwaarts zet een parcours uit dat volledig door de kleine gemeente slingert van 11 kilometer, waarbij zoveel mogelijk cafés worden aangedaan, aangezien de betreffende kasteleins bijdragen aan de organisatiekosten. Dat parcours heeft, grofweg gezien, de vorm van een ‘acht’. Aan de start staan renners uit Nederland, België en Duitsland, die tegen betaling van 75 cent inschrijfgeld kunnen deelnemen. Baanrenner Jan Pijnenburg lost het startschot. Thijs van Oers uit Langeweg (gemeente Moerdijk) slaagt er zowaar in de Belgen Haesendonck en Dictus te kloppen.
Thijs verdient die dag 75 gulden voor de eerste plaats en 45 gulden aan premies. Vanaf 1935 organiseren ook steeds meer plaatsen boven de Moerdijk dergelijke wedstrijden voor professionals, zoals de gekende Ronde van Feijenoord, waarvan de eerste editie gewonnen wordt door vedette Theofiel Middelkamp. Theo won daarna als eerste Nederlander een rit in de Tour de France en werd wereldkampioen in 1947. Vlak voor de TweedeWereldoorlog kende ons land al tientallen plaatselijke wedstrijden, waarvan vele zelfs in de oorlog doorgingen. De bezetter vond dat prima: Geef het volk brood en spelen!
Na de oorlog verdween het verbod op wegwedstrijden en werden grotere koersen in Nederland georganiseerd, zoals een landelijke rittenwedstrijd. De criteriums – de rondjes om de kerk- werden steeds vaker vlak na de Tour de France georganiseerd vanwege groeiende Nederlandse successen vanaf 1950.Ook de betere Nederlandse renners gingen de criteriums in binnen- en buitenland af. Zij reden na de Tour duizenden kilometers met de auto van het ene rondje naar het andere omdat daar veel geld te verdienen was. De ene dag in Bretagne, de volgende dag in België en zo door. Prijzengeld in de grote wedstrijden diende met ploegmakkers te worden verdeeld, de salarissen waren niet bepaald groots te noemen. Maar in de plaatselijke rondjes, criteriumsen kermiskoersen, werd zowel individueel startgeld als prijzengeld uitgekeerd, en dat leverde voor sommigen extra jaarsalarissen op. Gerrie Knetemann sprak over het rijden van criteriums als “de huur ophalen”.
Tegenwoordig is het wel meer dan dat. De hedendaagse renners ontvangen veel betere salarissen en gaan niet voor een appel en een ei een rondje om de kerk rijden. De organisaties dienen tienduizenden euro’s aan startgeld te betalen voor de renners die in de Tour de France hebben uitgeblonken. Dat geld wordt meestal opgebracht door grote bedrijven in de betreffende plaats. En tevens dient de van tevoren aangewezen winnaar natuurlijk ook daadwerkelijk te zegevieren. Vandaar de soms wat vreemde uitslagen van die koersen. De traagste coureur is dan sneller dan de beste sprinter. Maar de toeschouwers, die betaald hebben om de koers te bezoeken, willen op hun wenken bediend worden.
Sinds enkele tientallen jaren dienen de toprenners punten te scoren in de belangrijke grote wegwedstrijden voor hun ploeg, het reglement van de internationale wielerbond UCI bepaalt dat de ploegen met de meeste punten in alle belangrijke koersen startrecht hebben. Daardoor zijn veel ‘kleinere’ koersen zoals de kermisrondjes en criteriums, de rondjes om de kerk, verdwenen vanwege gebrek aanbelangstelling van de betere renners en daardoor verminderde publieke interesse. Een uitzondering vormen de na-Tour criteriums, die nog steeds op publiek kunnen rekenen.