Teringlijer! Ik wens je een baan toe bij de bibliotheek
Rotterdammers onderscheiden zich door gespierd taalgebruik en een rijke keur aan scheldwoorden. Toch is er ruimte voor een nieuwe vervloeking: 'Ik wens je een baan toe bij de bibliotheek'.
Wie daar nu het brood verdienen, staan zware tijden te wachten. Het in 1983 geopende gebouw aan de Hoogstraat moet totaal worden verbouwd. Niet alleen omdat het na meer dan vier decennia sleets is maar ook omdat het niet meer past bij deze tijd van internet en elektronische communicatie. Men gaat zo grondig te werk dat het niet verdieping voor verdieping kan. De bibliotheek moet verhuizen naar een tijdelijk onderkomen in de Librijesteeg waar in een oud gebouw van de gemeente de nodige noodvoorzieningen zijn aangebracht. Het nieuwe adres is qua naam een gelukkige keuze maar voor het overige staat de medewerkers van de bibliotheek alleen maar ellende te wachten.
Van 1 december tot in januari vindt de verhuizing plaats naar dit tijdelijke onderkomen. Wie ervaring heeft met het overbrengen van een huishouden naar een ander adres, weet wat een lijdensweg dit is, vooral gedurende de eerste dagen. Je sjouwt je een ongeluk en je ziet het verschil niet. Dat gaat al die bibliotheekmedewerkers ook overkomen maar dan niet in een periode van dagen maar van weken. En het is maar de vraag of ze kans krijgen de feestdagen op de gebruikelijke wijze te vieren. Als over drie jaar de verbouwing voltooid is, volgt de verhuizing terug. Nee, bibliotheekmedewerkers zijn niet te benijden. Als ik bij justitie werkte, zou ik vragen of veroordeelden tot een werkstraf niet bij hen terecht konden.
Bibliotheekmedewerkers verdienen uiteraard de solidariteit van alle Rotterdammers. Mochten zij de komende maanden kribbig zijn of onredelijk, dan weten we hoe dat komt en hebben we daar begrip voor.
Ik herinner me nog hoe de huidige bibliotheek werd geopend. Uiterlijk deed het gebouw met die pijpen langs de gevel denken aan een goedkope en vereenvoudigde uitvoering van het Pompidoleum, het Centre Pompidou in Parijs. Binnen was het een verademing. Het publiek kon zelf de meeste boeken uit de kasten halen. Dat was met de oude bibliotheek, nu de behuizing van de Rotterdam Academy bij de Maagd van Holland wel anders. Daar moest je eerst de catalogus raadplegen, een formulier met doorslagen invullen en dan een tijd wachten voor het boek door een medewerker naar de balie werd gebracht. Dat was in alle bibliotheken staande praktijk.
Ik ging er meestal heen om kranten en tijdschriften uit binnen- en buitenland te lezen. De oude bibliotheek had een prachtige langwerpige zaal met donkere eikenhouten tafels en stoelen. Daar lagen de recente edities uitgestald. Er heerste een gedragen sfeer en je kon je echt verdiepen in de lectuur van Le Monde. In de nieuwe bibliotheek op de Hoogstraat hadden ze een aparte ruimtes voor de dagbladen en een halve verdieping voor de tijdschriften. Ik heb daar zelfs eens de Veja zitten lezen, een politiek, cultureel en economisch weekblad uit Brazilië met een moeilijk te overtroffen inhoud.
Geweldig.
En volkomen uit de tijd. Geïnteresseerd in de Veja? Kijk hier . Dankzij het internet heb ik een enorme bibliotheek aan huis. Miljoenen en nog eens miljoenen boeken kan ik met mijn computer benaderen.
Dat maakt de bibliotheek Rotterdam niet overbodig, integendeel. Maar de taken worden in onze tijd heel anders dan nog maar veertig jaar terug. Vandaar dat zo´n grondige verbouwing nodig is,
Maar nogmaals: ik benijd het personeel niet.
hanvanderhorst@vandaagenmorgen.nl