De Goede Heler – een lezing over heling

20 augustus 2022 • 00:00 door Manuel Kneepkens
De Goede Heler – een lezing over heling
Staande Bhoedda Foto PHG cco

Dames en heren,

Heling is een misdrijf. Het komt ook veel voor, niet in het minst hier in Rotterdam. Gemiddeld worden jaarlijks zo’n tienduizend zaken in Nederland wegens heling aanhangig gemaakt bij de arrondissementsrechtbanken. Maar bij die misdrijven mag men een behoorlijke portie zaken optellen inzake diefstal en inbraak, want `zonder heler geen steler´!

En dan komen we tot de wellicht ontstellende ontdekking dat in ongeveer 1/3 van alle strafrechtelijke rechtbankzaken in Nederland sprake is, direct of indirect, van heling.

En egenlijk is dat is nog maar het topje van de ijsberg. Omdat veel zaken uiteraard niet worden opgespoord, en zaken van niet al te grote ernst door politie en justitie al dan niet officieel geseponeerd worden… de `werklast´ is immers al omvangrijk genoeg!.

Heling blijkt dan ook allang niet meer een zaak voor justitie en politie alleen, maar voor heel de samenleving.

Kortom, heling is een kwaad…

En dan komt hier iemand, te midden van deze ‘poel van misdadigheid’, spreken over de `Goede Heler´!

Wie heeft nu ooit van een Goede Heler gehoord?

Zeker, op Calvarie hing aan Christus’ rechterzijde `de Goede Moordenaar´. En ongetwijfeld was als de bomaanslag op Adolf Hitler op 20 juli 1945 gelukt was, Claus von Stauffenberg thans als een Goede Moordenaar geëerd. (Zelfs de tamelijk gezagsgetrouwe kerkvader Augustinus achtte al Tirannenmoord geoorloofd).

En zo ook wordt Robin Hood in `Merry old England´ `De Goede Dief´ genoemd, immers hij stal van de rijken en gaf wat hij stal aan de armen. Maar de Goede Heler?

Heling is een kwaad!  Maar hoe moet dat dan, het kwaad van de heling bestrijden…?

Hoe (on)mogelijk dat is zou ik U willen illustreren aan de hand van een waar gebeurd verhaal, dat zich afspeelt in het jaar 1976… ik vermeld dat jaar zo nadrukkelijk, omdat het verhaal van enige feiten gewag maakt die door een al te ijverige politieman of officier van justitie gemakkelijk als het misdrijf `heling´ te betitelen zijn. Bovendien, omdat de personen die deze feiten begaan hebben kunnen worden getraceerd omdat zij zich toen bevonden in mijn directe werkomgeving aan de Erasmus-universiteit. Art. 70 WvSr. lid 2 stelt dat het recht tot strafvordering vervalt na zes jaar – inzake misdrijven waarop de wet gevangenisstraf stelt tot een maximum van drie jaar. Op heling (in zijn eenvoudige vorm) staat drie jaar. De `misdrijven waarvan hieronder sprake is zijn dus verjaard. De daders gaan dus vrijuit voor het recht. En nu het verhaal: In 1976 fungeerde ik als de voorzitter van de Coornhert-Liga, “de Vereniging tot Strafrechthervorming”, die toen ruim 5 jaar bestond. Met de Coornhert-Liga was de Bond van Wetsovertreders nauw verbonden, de B.W.O. Deze bond bestond toen voornamelijk uit ex-gedetineerden – mensen die `gezeten hadden´. Deze bond had zich georganiseerd in het begin van de jaren zeventig op het toen populaire beginsel van de zelfhulp. Gedetineerden zouden hun emancipatie zelf ter hand nemen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In het bestuur van de kersverse bond was dan ook veel verloop – de taak was (te) zwaar. In het algemeen valt het ijzeren vangnet van justitie over de minderheidsgroeperingen in onze `samenleving´, en dat zijn nu juist de groeperingen waarvan de leden het sociale actie voeren bepaald niet in de vingers zit. Dat is in onze complexe `samenleving´ nu juist het probleem: dat steeds meer mensen niet meer mee kunnen draaien. Zij haken af – of worden afgehaakt – en daarbij willen ze nog wel eens in het vaarwater van Justitie geraken. Ik zocht dus voortdurend geschikte kandidaten voor het B.W.O.-bestuur. Op een van de Coornhert Liga-vergaderingen verscheen een gevangene uit de koepelgevangenis van Haarlem, die op weekendverlof bleek, Teun, bijgenaamd Kuifje, wegens zij onschuldig jongensachtig uiterlijk en goudblond haar. Deze Teun – onnodig te zeggen dat zijn werkelijke naam anders luidde, en ook dat hij in werkelijkheid niet uit Haarlem kwam (privacy is privacy) – zou het in het B.W.O.-bestuur zeker uitstekend doen. Een probleem was dat Teun dus nog `zat´. Na enig getelefoneer was Justitie bereid Teun te laten gaan – wij zouden daartoe een gratieverzoek indienen tot omzetting van de resterende straf in een voorwaardelijke – en tijdens de behandeling van dit gratieverzoek zou Teun al vast op proefverlof worden gezonden, mits wij zorgden voor onderdak en werk. Dit laatste werd door Justitie luchtig opgevat. Ja, zo ging overgoedmoedig ging dat toen nog toe, in de jaren zeventig. Nu zijn de tijden bepaald anders. De reclassering zorgde voor een kamer op de Oostzeedijk, hier in Rotterdam, en als `werk´ werd geaccepteerd dat Teun op zou treden als mijn (onbezoldigde) secretaris annex chauffeur...  

Dat is in onze complexe `samenleving´ nu juist het probleem: dat steeds meer mensen niet meer mee kunnen draaien

Wij schrijven dan 1976, uitgeroepen tot Het Jaar van de Vrouw! Allerlei  vrouwenorganisaties hadden ruim subsidie gekregen van de overheid om lezingen te houden. Gehoopt was natuurlijk dat het sprekers over Vrouwen-emancipatie zouden zijn. Maar het pakte anders uit. Hoog genoteerd stond allerwegen `Criminaliteit´.Omdat Justitie te arrogant was (en nog steeds is) om op bijvoorbeeld om op een invitatie van de Hervormde Boerinnenbond te Culemborg in te gaan om aldaar over misdaad te komen spreken, kwamen al die invitaties vroeg of laat op het bureau van de Coornhert Liga terecht.Zo reisde ik in die dagen met Teun aan het autostuur stad en land af. En verkondigde overal het Coornhert-Liga-evangelie, dat niet zozeer de misdaad het probleem is, maar de reactie daarop, het strafrecht. Een fenomeen van verbittering en schandmerking, dat de misdaad bevordert i.p.v. bestrijdt. Justitie creëert uit dieven desperado’s, zo hield ik de dames voor. Tja, het was natuurlijk niet wat ze in Culemborg verwacht hadden te horen – maar geheel voor dovemansoren sprak ik toch ook niet. Men begreep vaak wel degelijk waarover ik sprak. `Gij zult geen kwaad met kwaad vergelden´. Inderdaad. Vrolijk reden we dan weg, Teun en ik,  'Robinson Crusoë en Vrijdag', beiden voorzien van een authentieke pot Betuwse jam … op naar de Middelburgse Bond van middenstandsvrouwen, want ook in Middelburg is veel criminaliteit… Verliep de discussie niet zo gunstig voor de Coornhert Liga en bleef bijvoorbeeld de met een van de middenstandsdames getrouwde plaatselijke reactionair maar roepen dat “ ZE gecastreerd moesten worden c.q. op de elektrische stoel gezet – Ja, meneer de spreker, waarom is anders de elektriciteit uitgevonden… toch niet alleen voor roltrappen en ijskasten!” – dan liet ik Teun opstaan, de angelieke…, en riep `Dames, deze meneer hier heeft gezeten en vindt u dat nou een boef?´ Nou, nee, dat deze slanke, haast reviaanse  jongensengel met z'n gouden kuif, die strijk en zet op het in het spreekzaaltje aanwezige moederinstinct verpletterend wist in te werken, iets verkeerds op z'n kerfstok zou hebben, nee, dat ging er bij de dames niet in. De spreker had gelijk. Justitie sloot de verkeerde mensen op! Duidelijk! Eens, we waren als gewoonlijk op weg naar alweer een vrouwenbond, vertelde ik Teun over echtgenote Merel, toen vergevorderd zwanger van mijn zoon , die de volgende uitspraak had gedaan: `Nou, Servaas, ik ga dus bevallen, maar jij moet ook wat doen. Als jij nou eens fotografeerde!´

Nou heb ik aan fotograferen een broertje dood – mijn liefde ligt nu eenmaal bij de letteren. Maar goed overbodig rondlummelen in de verloskamer zoals de vorige maal bij de geboorte van mijn dochter, mijn eerste kind, als onduidelijk en zenuwachtig element geheten `toekomstig vader…´  nee, beter maar iets om handen te hebben. Fotograferen dus.

`Dames, deze meneer hier heeft gezeten en vindt u dat nou een boef?´

Als voorbereiding tot die taak keek ik de diverse reclameadvertenties in de dagbladen in. Het was toentertijd de tijd van de polaroidcamera. Ik besloot zo'n camera aan te schaffen. Want dan, floep, kwam de foto er meteen uit. Een mooie symmetrie met het baarproces (sic!)… Ik wist dus heel goed wat toen, in 1976, de prijs van een Polaroidcamera was: ƒ 212. En dat was nog een Aanbieding ook! Zei Teun: “`Kijk eens in het dashboardkastje…”. Niet te geloven. Daar lag precies zo’n camera als in de advertentie!

“Heb ik opgedaan in de haven, ” zei Teun: “zat bij een partijtje met waterschade. Maar deze camera is ongedeerd gebleven. Omdat jij het bent – 25 gulden!”

“Vijfentwintig gulden, “zei je: “ Teun … maar – deze dingen kosten in de winkel minimaal 212 gulden”!

Ik had Teun nooit gevraagd waarvoor hij nu precies veroordeeld was, dat deed je toen niet in de jaren zeventig als `progressief intellectueel´… Ik wilde dan ook allerminst de indruk wekken dat ik Teun niet vertrouwde. Maar het prijsverschil was wel erg groot: “Eh, Teun, is dit wel koosjer…?”

Teun klapte het dashboardkastje hard, want geërgerd, dicht. `Jullie Gestudeerden zijn toch allemaal hetzelfde … zogenaamd voelen jullie met ons ex-gedetineerden mee, maar ondertussen ons werkelijk vertrouwen, ho, maar … Eens een dief, altijd een dief … Servaas, jij bent precies als de rest, een mieze kleinburger. Bah!´

Daar kon ik het mee doen.

Teruggekomen, de volgende dag, op mijn afdeling op de Erasmus Universiteit bleek mij dat de toenmalige secretaresse een ijskast van Teun betrokken had voor ƒ 100 `uit een partijtje waterschade´, een collega een dure stereorecorder `uit een partijtje waterschade´ voor ƒ 75, weer een andere collega de hele Encyclopedia Brittannica voor ƒ 200 `uit een partijtje waterschade´, enz., enz.

Er was blijkbaar ongelooflijk veel waterschade in de haven, sinds Teun zich gevestigd had in Rotterdam …

Begrijpt U nu hoe moeilijk heling ligt? Helers blijken doodnormale mensen (hoe kan het ook anders in een samenleving die zozeer op bezit en begeerte naar bezit is gebaseerd als de onze? Ja. lezer , uw schrijver schuwt het moraliseren niet!)

Helers zijn doodgewoon… Helers dat zijn wij.

Zei Teun: “`Kijk eens in het dashboardkastje…”. Niet te geloven. Daar lag precies zo’n camera als in de advertentie!

Maar ...uw lezing, heer spreker, heet `de Goede Heler´. Wat is er dan toch in godsnaam zo goed aan heling?

Laat ik nog een ervaring met Teun opvoeren. Eens, op weg naar een vergadering van de middenstandsvrouwen in Den Haag, waren wij aan de vroege kant. We slenterden daarom de Dennenweg af, waar Teun de auto had weten te parkeren, langs al die dure (!) antiquairs aldaar. Er was ook een antiquariaat bij met prachtige liggende en staande Boeddha´s van bladgoud. Teun merkte dat ik met meer dan bijzondere belangstelling `die beeldjes´ bekeek in de etalage. Ik vertelde hem dat ik belangstelling voor Boeddhisme had, en dat ik maar wat graag zo’n Boeddha zou willen hebben, maar dat ik de prijs van zo’n beeld – Thaïs, 17e eeuw – al eens had opgevraagd, zestien tot twintigduizend gulden!  Ik was meteen uit de winkel vertrokken.

`Servaas, zal ik even voor je opbellen in het café ginds, dan heb ik morgen eentje voor je voor duizend gulden …´

Duizend gulden? Dat was geen geld voor zo’n pracht-Boeddha. Begeerte raakte me aan. Veel heviger dan de vorige maal met het fototoestel. Maar toch, maar toch… maar eerst eens vragen hoe dat zo goedkoop kan…

“Maar Teun, hoe kan dat dan zo goedkoop?”

“`Nou, kijk, die zeelieden die vervelen zich in Thailand in de haven. Dan trekken ze het binnenland in, in de bush-bush, dan zien ze daar zo’n beeldje in de een of andere tempel … grijpen ze de dorpsoudste bij z’n lurven, en zeggen ze, zeg, dorpsoudste,  zou je ons dat beeldje niet willen verkopen, oude, voor 80 dollar?” Blijft hij weigerachtig, nou dan stoppen ze ‘m een blaffer onder z’n neus.

Dus die oude verkóópt …

Kijk, dan hoeft dat beeld alleen nog maar hier binnengesmokkeld en doorverkocht. Duizend gulden, meer hoeft je dat dus niet te kosten. Verdien ik er zelf ook nog wat aan.

“Maar Teun, hoe komt het dan dat  beeld hier bij deze antiquair 16.000 gulden moet opbrengen?”

`Nou kijk… die antiquair die wil z’n reputatie hoog houden, die wil niets te doen hebben met gestolen goed, althans niet rechtstreeks. Die koopt van een tussenpersoon van een tussenpersoon van een tussenpersoon… en onderweg wordt het Boeddhabeeld zogezegd van bezit ter kwade trouw, bezit ter goeder trouw … van strafrecht privaatrecht, dat zou je als jurist toch moeten weten … en zo wordt dat beeldje duur. De klant betaalt a.h.w. de goede naam van de antiquair. Maar alles wat je daar in dure etalages ziet is eigenlijk gestolen goed. Dus kom op met je geld.´

“`Nee, Teun … ik denk dat dat niets wordt, mediteren voor een gestolen Boeddha…”

“`Dan zul jij nooit zo’n Boeddha hebben, Servaas.”

Bedoel ik nu dat die keurige Haagse antiquair een `goede heler´ is? Nee, hoogstens een hypocriete!

Het begrip `de Goede Heler´ heeft alleen maar zin als men het begrip `heler´ positief invult. `Helen´ dan in de zin van `heel maken´ zie ook het Duitse `Heilen´ en het Engelse `Healing´.

De goede heler is hij die weer heel maakt, die het maatschappelijke conflict (zonder geweld) weet op te lossen. Zo iemand was oorspronkelijk: de jurist. Doel van het recht was oudtijds bij de Germanen immers al: vredemaken,  niet met wapenen, maar met het woord, met onderhandelen. Met de opkomst van de (moderne) staat is echter het element van onderhandelen uit het strafrecht verdwenen.

En daarvoor is bureaucratie in de plaats gekomen. De rechter onderhandelt niet met verdachte en slachtoffer, en hun wederzijdse vrienden en verwanten. Het slachtoffer is uit het strafrecht verdwenen. De verdachte is nauwelijks meer dan een dossier `dat moet worden afgehandeld´. Het maatschappelijk conflict wordt niet opgelost, maar getransformeerd, `schijn-opgelost´.in een juridisch conflict.  De dader krijgt gevangenisstraf, van goed maken aan het slachtoffer is geen sprake. Op het conflictoplossend vermogen van partijen zelf wordt geen beroep gedaan. Zo wordt een louterings- of leerproces aan verdachte ontstolen, en ook voor het slachtoffer is geen positieve waarde uit het conflict te verkrijgen. Dat is de dwaasheid van het huidige strafproces.

Is nu die conflictoplossende rol van het strafproces te regenereren? Daarvoor zijn twee dingen nodig, eerstens een fundamenteel andere mentaliteit bij de juristen, tweedens een fundamenteel andere structuur van het strafproces. Een model voor zo’n alternatief (straf-)proces , zo'n onderhandelingsmodel, is Bianchi’s assensus-model, zoals beschreven in diens boek `Basismodellen in de kriminologie´.¹ Geïnteresseerden onder u naar de techniciteit van dat onderhandelingsmodel verwijs ik naar dat boek.

Duizend gulden? Dat was geen geld voor zo’n pracht-Boeddha

Over de noodzaak van mentaliteitsverandering onder juristen kan ik daardoor wat uitgebreider zijn. Vooral ook omdat ik als docent strafrecht & criminologie aan de Erasmus Universiteit daaraan geacht wordt bij te dragen. En dat eigenlijk maar bedroevend weinig kan. Zeker, onze juridische faculteit heeft een poging gedaan om een ander soort – humaner, meer in de geest van Erasmus – jurist te kweken, maar wat is daarvan terecht gekomen?

In 1971 koos de faculteit als uitgangspunt voor haar opleiding: de z.k.k.-jurist.

De zelfstandige, kritische en kreatieve jurist. ( Ja, het was de tijd dat men alles met een k schreef, waar ' eigenlijk' een c hoort te staan...)

Recht zou weer kunst van het conflict-oplossen worden `de mensen zou worden recht gedaan´. Is de faculteit in die mentaliteitsverandering geslaagd? Enigszins in het begin, dan in toenemende mate minder. Vandaag de dag lijkt de faculteit wat haar ideaal betreft geheel en al vast te zitten.

Zeker, het is moeilijk een `vernieuwing´ te beginnen. Nog veel moeilijker is het een `vernieuwing´ in stand te houden. Niettemin, ik krijg de indruk dat vooral bestuur en staf lijden aan aardappelmoeheid, het ontbreekt aan durf. Hoe wil men een ideaal overbrengen, waarin men zelf niet (meer) gelooft?

En al dat defaitisme juist op het moment dat de `Rotterdamse school in het recht´ eindelijk in de juridische wereld aanslaat. Ik doel hier op het vonnis van de Haagse president van de rechtbank Wijnholt inzake `De harmonisatiewet Collegegelden´.²

Een vonnis waarover veel te doen is geweest omdat het niet zou passen in de leer van de Trias Politica van Montesquieu. Welnu, over de Trias Politica-leer heb ik eens een rechtsgeleerde horen zeggen:

`Montesquieu formuleerde zijn Trias Politica-leer in de postkoets hobbelend tussen zijn landgoed bij Bordeaux en het gerechtshof in Parijs… In onze tijd pendelt de mens in dezelfde tijdsspanne tussen een ruimtesatelliet en de aarde.

Maar de juristen? Die hobbelen geestelijk nog steeds in de postkoets met hun leer van Montesquieu.´ Doof voor de tegenwoordige tijd. Mij interesseert de kop die in de krant boven dit vonnis gezet is: `De rechter als heelmeester van de zieke wetgever!´.

Hier zou ik mijn lezing over de `Goede Heler´ dan ook met een gerust geweten kunnen beëindigen. Zij is a.h.w. door de feiten al ingehaald… Maar sommigen onder u – en voor hen heb ik dit verhaal eigenlijk geschreven – zullen vragen, maar hoe is het nou met die Teun vergaan? En is hij nou gereclasseerd, ja of nee?

De juristen hobbelen geestelijk nog steeds in de postkoets met hun leer van Montesquieu

Teun verging het als volgt.

Met al dat `helen´ van hem liep hij natuurlijk toch tegen de lamp. Hij verdween opnieuw een poosje achter de tralies. Toen hij weer uit de gevangenis kwam belde hij me op. Aan de poort hadden ronselaars gestaan van het  leger van  Rhodesië  – toen nog een blank bestuurde natie, heden Zimbabwe – die hem hadden aangeboden voor een salaris van zesduizend dollar per maand in dienst te treden. Teun was als brandkastexpert, speciaal deskundig op het gebied van `opblazen´. Zo iemand konden ze goed gebruiken. Maar, o, triomf, hij had nee gezegd.

`Door die linkse praatjes van jou, had ik geen zin meer om ploppers uit de klapperbomen te gaan schieten…´

Ik had succes gehad!

Teun was nu ondernemer in Utrecht. Hij dreef daar `Villa Isolde – 'uw centrum, gentlemen, om eens lekker te relaxen´. Tja, vroeger zou dat natuurlijk prostitutie heten – maar de samenleving , de wetgever incluis, kijkt er nu heel anders tegenaan. Niks geen strijd meer met het strafrecht!

Teun was gereclasseerd …

Voor alles wat ik voor hem gedaan had, was hij me dankbaar, zei hij. Ik moest maar eens per omgaande op zijn kosten met een vrolijk blondje, geheten Franny, komen relaxen in Villa Isolde, of was ik daar ook al weer te kleinburgerlijk voor?

Over mijn vrouw hoefde ik mij geen zorgen te maken. Voor haar was er altijd wel een lekkere leatherboy in het pand voorradig. Tot zover, Teun.

Ik heb gezegd.


¹ Herman Bianchi, Basismodellen in de Kriminologie, 1980, blz.327- 370

² Vonnis Haagse Rechtbank 11 Augustus1988

Over de columnist

Manuel Kneepkens

M.M.M. (Manuel) Kneepkens (Heerlen, 26 februari 1942) is een Nederlands dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. 

Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie.

De waterstand
01 okt
De waterstand
Petrov Day
26 sep
Petrov Day
A.D. 2080
25 sep
A.D. 2080
Prova del concerto
23 sep
Prova del concerto
Wat een verschil!
16 sep
Wat een verschil!
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.