Flyeren: 'Je kan toch Els Kuiper roepen!'

22 maart 2022 door Ronald Sørensen
Flyeren: 'Je kan toch Els Kuiper roepen!'
Kleinzoon Yarrick wilde mee flyeren op de markt. Foto Ronald Sørensen

Misschien heb ik het al een keer geschreven, maar de eerste keer dat ik ging flyeren was ik toch een beetje nerveus. Onze lijsttrekker Pim werd nogal gedemoniseerd; hij werd een Armani-fascist genoemd en een columnist in dat nette dagblad Trouw wenste hem aids toe (klein topje van de ijsberg)

Ik riep dus aarzelend: ”Leefbaar Rotterdam” naast mijn concurrent van de PvdA. Veel mensen liepen door en pakte mijn folder niet aan. Toen ik echter “Pim Fortuyn” ging roepen, stopten de mensen en pakten de folder uit mijn hand. Veel vroegen er ook een paar voor kennissen of om in de flat rond te brengen.

Mijn rode concurrent zei me: “Dat is oneerlijk. Je roept Pim Fortuyn ” Ik keek hem aan en zei: “Maar jij kan toch Els Kuyper roepen?” Iedere keer als ik dit verhaal vertel of schrijf voel ik weer het triomfantelijke gevoel van die dag. Ik kan het dus niet genoeg herhalen.

Het nut van flyeren zit hem vooral in de kameraderie, die je hebt met je partijgenoten. Het geeft je ook het gevoel“ iets te doen” en niet alles aan de media over te laten, want daar moeten wij het over het algemeen niet van hebben.  

Na de eerste periode waarin we de stad zo in de goede richting hebben gestuurd, verwachtte ik wel wat dankbaarheid. Dat bleek een misrekening. De benadering door met name Rotterdammers van niet Nederlandse komaf was zeer afwijzend. Het racisme  gif dat vier jaar over ons werd uitgestrooid, miste zijn uitwerking in die kringen niet.

Zelfs in Delfshaven, dat door Marian van den Anker werd ontdaan van de overlast die de openlijke drugshandel en prostitutie op de Keileweg met zich meebracht, werden we afgeblaft. De deelgemeente, die ons vanaf dag één had tegengewerkt, pronkte met onze veren en dat werkte.  

Ik werd dus wat voorzichtiger met flyeren, maar merkte tot mijn plezier, dat ik veel werd aangesproken door mensen, die bij me in de klas hadden gezeten. Heel gezellige gesprekken en leuke herinneringen werden op straat opgehaald. Vrouwen met hoofddoeken, die me trots hun kinderen lieten zien en mannen die vaak begonnen met de zin: “Ik was niet de makkelijkste,” waarna ik oprecht vertelde dat het wel meeviel. Leerlingen die echt stondvervelend waren (die bestaan!) zullen waarschijnlijk gewoon zijn doorgelopen.

Een andere leuke en zeer vleiende ervaring kwam van mensen, die - vaak een beetje verlegen - vroegen of ze met je op de foto mochten: een regelrechte aanslag op je bescheidenheid. Het overkwam me ook zaterdag weer.

Een triest onderwerp, dat uiteraard veel ter sprake komt, is het gemis van onze eerste fractievoorzitter, door veel mensen liefkozend  “Pimmetje” genoemd.  De “wat als hij nog geleefd had” vraag wordt door mij niet afgedaan met: “Dat zullen we nooit weten” maar ik geef tegenwoordig het socratische antwoord: “Wat denkt u zelf?” Waarna ik precies hoor, waar de schoen wringt. Die postume aandacht doet me goed. En wat ik bijna zeker denk te weten: Pim zou van zoveel positieve aandacht hebben genoten.

Afgelopen zaterdag een primeur, nadat onze kleinzoon had aangegeven mee te willen naar de markt. Aangekomen zag hij de flyers en wilde ook meedoen. Veel marktgangers namen vertederd de folder aan. “Je moet mensen die alleen zijn een folder geven en lachen, dan pakken ze hem aan” adviseerde hij zijn opa, nadat die met een afwerend handgebaar werd geconfronteerd. Die kon ik in mijn zak steken.

Soms word ik ook benaderd door een flyeraar van een andere partij. Een moment waar ik vaak op wacht. De zinnen “weet u dat in uw partijprogramma staat dat ……” of “uw partij heeft ……. vindt u dat correct?” liggen in mijn mond bestorven.

Afgelopen week kon ik op de markt in Alexanderpolder nog

zeggen, toen iemand me zijn folder gaf. “U weet toch dat ik lid ben geweest van uw partij? Als u een uurtje heeft zal ik vertellen wat mijn bezwaren tegen de lijsttrekker zijn” Hij glimlachte en de ochtend daarop hing er een bord van zijn partij in mijn gezichtsveld. Ik gunde het die wijkgenoot wel.

Hij deed ook niet wat flyeraars van andere regentenpartijen voortdurend wel doen: onder het praten over je schouder richting Den Haag kijken.

Over de columnist

Ronald Sørensen

Ronald Sørensen (Rotterdam,1947) studeerde biologie en geschiedenis en was 32 jaar leraar in het voortgezet onderwijs. Hij is medeoprichter van Leefbaar Rotterdam en was van 2011 tot 2015 lid van de Eerste Kamer. Vanaf 2016 schrijft hij columns voor RV&M.

Oranje-Oetans
07 aug
Oranje-Oetans
Pas op, ze zijn er weer: middle aged men in lycra!
06 aug
Pas op, ze zijn er weer: middle aged men in lycra!
Hittehysterie
30 jul
Hittehysterie
Geopolitiek geklets in de ruimte
28 jul
Geopolitiek geklets in de ruimte
Chappen
24 jul
Chappen
Cookies

Deze website gebruikt noodzakelijke cookies voor een correcte werking en analytische cookies (geanonimiseerd) om de statistieken van de website bij te houden. Marketing cookies zijn nodig voor laden van externe content, zoals YouTube-video's of widgets van Sociale Media. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie, of om je instellingen later aan te passen.