woensdag 15 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

11
sep

Zelf Barman spelen

Het lijkt zo simpel, achter de bar staan en bier tappen. Vergis je niet, het vak van barman is geen kinderspel. Je moet kunnen rekenen, een goed geheugen hebben en zo nodig streng kunnen zijn. Belangrijk is een dosis psychologie: spreek bezoekers niet tegen, vermijd het uiten van je mening, weet kortom je mond te houden. Knikken, iets mompelen en het glas nogmaals met het juiste drank bijvullen is vaak voldoende. Simon Carmiggelt beschreef ooit in een kroegverhaal een zoon die zijn vader opvolgde achter de tap. De kroeg liep al jaren prima met een dosis vaste stamgasten. De zoon was een vrolijke kerel, die met iedereen een praatje maakte ’s Morgens sprak hij de nog slaperige stamgasten, die slechts voor zich uit wilden staren, aan. Hij vroeg ze om een mening. Het was snel gedaan met het café. De mannen gingen elders in het niets staren.

Een goede barman of -vrouw is onopvallend aanwezig. Wanneer je glas leeg staat moet hij of zij in de buurt zijn om bij te schenken. Heb je zin om op een stille middag lekker te klagen over de politiek of het weer, dan moet hij of zij je het gevoel geven dat er wordt geluisterd. Kortom, een barman of –vrouw bedient je op je wenken en stelt geen vragen, een dienstbaar beroep dus.

Ooit speelde ik voor barman. Diep in de jaren tachtig van de vorige eeuw stond ik achter de toog in jongerencentrum de Chillup, op een leeftijd waarop je vandaag de dag niet eens het woord alcohol mag uitspreken. De Chillup was te vinden op Rotterdam-Zuid aan de Groene Kruisweg. Het gammele houten gebouw stond op gepaste afstand van de Pendrechtse woonblokken. Naast allerlei culturele activiteiten zoals tafelvoetballen, muziek maken en opruiende posters drukken werd er bier gedronken en geblowd. Onder de blowers waren er veel niet-drinkers.

Ik werd ingewijd in de kunst van het bier tappen en verkreeg inzicht in het ruime assortiment bieren op de fles. Belangrijk was: wie dronk wat op welk moment van de dag? Voor bierdrinkers was dit niet zo moeilijk om te onthouden. We hadden maar één soort bier op de tap en maar één formaat glas. Bovendien waren veel drinkers mij vergevingsgezind. Maakte ik de verkeerde fles open voor iemand en volgde er protest, dan kreeg diegene het biertje gratis en werd er nergens over gezeurd.

Ik moest mij ook verdiepen in het assortiment frisdranken. Dat lag wat ingewikkelder bij sommige blowers. Cor kwam iedere ochtend half slapend aan de bar staan. Hij wilde twee chocomel tegelijkertijd en wel meteen. Hij beschouwde dit als zijn ontbijt. Na verorbering ervan kon het blowen een aanvang nemen. Van nog grotere betekenis was de kennis van de bijnamen van frisdranken. Wanneer Aad dwingend aan de bar stond te trappelen en riep om Lijkenzeik dan verwachtte hij een glas Spa Groen. Ik gaf hem de eerste keer per ongeluk een Spa Citroen, fout. Het glas werd van de bar geschoven en Aad zette het op een brullen, gespeeld verongelijkt. Hij legde het mij nog eenmaal uit: “Spa Citroen heet hier Lijkensap, dat spul wordt door Leo gedronken. Ik vroeg om Lijkenzeik!” Als barman moet je werkelijk van alle markten thuis zijn. Psychologische kennis schiet soms tekort.

Deel dit bericht met je vrienden!