woensdag 24 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Oscar_Wilde in 1882 Foto Napoleon Sarony cco
22
jan

Valse poëten (Poëet hoofdstuk 23) deel 1

Fortuyn was een valse poëet. U las...een valse profeet. Dan was u erg in de buurt! 

Fortuyn bestrijden,daaraan viel niet aan te ontkomen. Net zoals nu wat betreft zijn latere (tovenaars)leerlingen Wilders en Thierry Baudet.

Alle drie dandy's in de politiek. Dandy's maken geen onderscheid tussen zichzelf ( de kunstenaar) en zichzelf (het kunstwerk). Ze transcenderen hun narcisme niet.

De dandy

In De mens in opstand schetst Albert Camus het beeld van een dandy aldus: “Dit is per definitie iemand die de confrontatie zoekt.” Camus had toen hij dit schreef de dandy in de litteratuur voor ogen, maar het geldt voor de dandy in de politiek misschien nog wel meer: “De dandy kan zich alleen een plaats verwerven door zich tegenover de anderen te plaatsen. De anderen zijn de spiegel. Een spiegel die snel beslaat, want het menselijke vermogen tot aanhoudende aandacht is beperkt.”

 “De dandy is daardoor gedwongen steeds te verbazen. Zij roeping ligt in het buitenissige, in de overdrijving.”

Hoogst zeldzaam dus dat het bij dandy's komt tot werkelijk dichterschap. Oscar Wilde valt te noemen. En Jean Cocteau. Het is dus niet onmogelijk. 

Een ander (pijnlijk) punt. Sociale en politieke kwesties houdt  de dandy liefst ver van  zijn (droom)bed. Hij stelt zich apolitiek op. Maar wie zich apolitiek opstelt blijkt in de praktijk nogal eens naar rechts om te vallen. Cocteau is daar een goed voorbeeld van. Gedenk zijn al te amicale omgang met de Duitse Bezetter van Parijs.

Ballade van Reading Gaol

Ook op dit punt moet een uitzondering voor Oscar Wilde wordt gemaakt. Oscar Wilde was niet apolitiek. In zijn (ten onrecht vergeten) essay Soul of man under socialism, pleit hij voor een strikt gelijke verdeling van de aardse goederen. 

Hij wilde namelijk de ethische kwestie – over wat Goed is- zo snel mogelijk opgelost zien, zodat de Mensheid aan de werkelijke kwestie, volgens hem de esthetische kwestie – over wat Mooi  is -  in alle gemoedsrust kan werken. Zeker het essay is  tongue in cheek geschreven, maar apolitiek was Oscar Wilde dus bepaald niet. Denk ook aan zijn Ballade van Reading Gaol, dat vlammend protest in dichtvorm tegen de doodstraf en het onmenselijk gevangenissysteem in het Engeland van zijn tijd.

Als we eenmaal de macht hadden...

Nu had ik een zowaar een dandy-dichter in mijn partij, lijstduwer Jules Deelder. Als dandy-dichter qua politiek denken, helaas, meer Cocteau dan Wilde. Eenmaal in de zoveel tijd, omdat Jules een belangrijk stemmentrekker was, sprak ik hem bij  (Hoor ik daar Machiavelli in zijn knokig vuistje lachen?) . Dat gebeurde in café Ari, het café naast zijn huis. Meestal had Jules dan nog geen paddo's gehaald in het lokaal De Lachende Paus schuin tegenover. Dus dan viel er best een goed gesprek met hem te voeren. Maar zelfs dan bleef zijn grote bewondering voor het nazi-estheticisme mij niet bespaard. Deelder was een obsessieve Third Reich-observator.

Wat hem in zoal in Nazi- Duitsland aantrok? De film van van Leni Riefenstaht Triumf des Willens, bijvoorbeeld. Grote toespraken houden á la de Führer vanaf het stadhuisbalkon op de Coolsingel , “als we eenmaal de macht hadden”, dat leek hem ook wel wat.

Een vak

Dat politiek niet primair theater is, maar werken van uit een visie...én...ook niet onbelangrijk...een vák, het was niet aan hem besteed. Er zou het nodige werk moeten worden gedaan in de diverse raadscommissies. Er zouden heel wat ambtelijke nota's langs komen, gespeend van elk literair leesgenot, die niettemin grondige bestudering verdienden én vaak genoeg regelrechte tegenspraak. Nee, van die dorre werkelijkheid wenste Jules geen deel uit te maken.

Zonen van Limburg

En dan was er ook nog eens die opmerking waarmee Deelder mij zowaar sprakeloos  wist te krijgen: “Manuel, jij komt uit Limburg! Jij komt uit het Land van Goebbels!” Nu kom ik uit de Mijnstreek, daar heb ik nooit een geheim van gemaakt, en ja, Kerkrade en Heerlen liggen 'aan de  rand van Moffenland', dat zou je flauw cynisch grappend kunnen zeggen. Maar toch, het moest toch niet gekker worden, dat Limburg-bashing boven de Grote Rivieren!

Maar Deelders constatering was niet zomaar onzin! Goebbels was weliswaar een Duitser, want zijn vader was dat, maar Goebbels moeder stamt uit Waubach, een dorpje in Zuid-Limburg vlak aan de Duitse Grens. Het echtpaar, vrome katholieken, moest overigens niets hebben van de politieke escapades van hun zoon.

Barack Obama kwam uit de schoot van een Amerikaanse moeder en geldt als Amerikaan. Niet als Keniaan. Dat was hij volgens Trump, want Obama's vader was dat. Obama was zo goed niet of hij moest op de Amerikaanse TV zijn Amerikaans paspoort laten zien! Zo zou men kunnen redeneren dat Goebbels een Zoon van Limburg was, want uit een  Limburgse moeder... ( en omdat een Limburgse moeder tevens een Nederlandse moeder is ...hier stokt mij de adem!)

Annus horibilis 2020

Met de schim van Goebbels ben ik zowaar recent  verrassend geconfronteerd  geworden; namelijk eind oktober van dit jaar, het annus horibilis 2020.

Jaarlijks gaan namelijk rond die tijd mijn broer en ik het graf van onze ouders schoon maken op de Begraafplaats aan de Akerstraat in Heerlen. Zodat het er op 2 November Allerzielendag weer keurig bijligt. 

Dit jaar was mij oudste dochter Esther mee. Om haar iets van ons verleden te laten zien toerden mijn broer en ik nostalgisch naar het 'antracietdorp' Terwinselen,waar wij onze vroege jeugd hebben doorgebracht. We woonden daar toen eerst aan de Casinolaan vlakbij de Mijnpoort van de Staatsmijn Wilhelmina (gesloten, al jaren).

Later verhuisden wij naar de Hubertuslaan. Daar is ook de Botanische Tuin .We besloten die te bezoeken. Ik ben een minnaar van tuinen. En mijn dochter ook. Het was in de tijd tussen de intelligente lockdown en de werkelijke lockdown, dus de tuin was open, zij het geheel verlaten. De vrijwilliger die ons van toegangskaartjes  voorzag, vertelde dat hij uit Bleijerheide kwam, het mijndorp verderop.

“Bij ons op Bleijerheide was een jongensinternaat en dat heeft een héél bekend geworden leerling voortgebracht, weet u wie?”  Ik dacht nu gaat hij Jeroen Brouwers zeggen, want die heeft het nodige geschreven  naar aanleiding van zijn verblijf in dat internaat, het St. Maria ter Engelen,.

En Jezus zei

“Laat de kinderen tot mij komen”

Maar wie kwamen er?

Pedofielen en Sadisten
                             

Want wat dat jongenspensionaat St . Maria ter Engelen betreft: begin 21e eeuw werd mede door de werkzaamheden van de commissie 'onderzoek naar seksuele misstanden in de Rooms-Katholieke Kerk jegens minderjarigen ' ( de commissie Deetman)  bekend dat het pensionaat in de jaren 1940 tot 1970  het toneel is geweest  van ernstige systematische kindermishandeling en seksueel misbruik. Die gebeurtenissen heeft Jeroen Brouwers  verwerkt in zijn roman Het Hout.

En inderdaad de derde man van het Derde Rijk, die heeft zijn lagere schooltijd op dat internaat doorgebracht.

Maar nee ! Niks Jeroen Brouwers! 

Helemaal mis!

Jozef Goebbels!.

Een andere opmerking van Deelder, die getuigt van zijn diepe Dritte Reich-expertise, zal ik eveneens niet gauw zal vergeten:

“Manuel jij bent toch zo voor dierenrechten ? Weet je wat de eerste oekaze van de Führer in Duitsland was? Kreeften mochten niet meer levend gekookt. Ja, het waren leerzame uren voor mij daar in dat café Ari.

Dat  hijzelf de oorlog op een haar na heeft gemist (geboren 24 november 1944 M.K.) leidde bij Jules Deelder tot een fixatie met alles wat er mee te maken heeft schrijft Anton Slotboom in zijn biografie De zin van het leven, die al twee maanden na Deelders dood verscheen.

Het was een obsessie die hij zijn leven lang bij zich droeg, in interviews, publieke uitspraken, in zijn werk, maar ook door zijn verschijning leek Deelder te koketteren met het gedachtegoed van de Nazi's .

Zijn boeken dragen titels als De Zwarte Jager, Sturm und Drang, Junkers 88, Schöne Welt en hij kleedde zich bij voorkeur in Hitlers lievelingskleur zwart. 

“Schnellheit macht frei“ zei hij een keer in zelfgebakken Duits, een sinister nazi-leuze parafraserend, maar hij zei ook:  nee natuurlijk ben ik niet voor Hitler. Hoe zou je voor Hitler kunnen zijn” Dit wat dandy Deelder betreft.

Boreale poëtica

Dandy Fortuyn heeft de stap tot dichterschap nooit weten te zetten. Een columnist in Elseviers Weekblad. Meer niet. Tot transcendentie is het nooit gekomen. .

Dat geldt in nog veel grotere mate voor Geert Wilders. Die doet zich maar al te graag als rauw rechts voor. Zeker qua taal. Maar zijn hoogblond geverfde Mozartkapsel is onbetwistbaar dandyesk. 

(Raar haar is blijkbaar erg in bij rechtspopulisten. Zie ook  clown Boris Johnson  en boosaardige clown President Trump). Oók handig, trouwens, dat hoogblond kapsel, voor op TV. Je ziet hem in de Tweede Kamer meteen zitten. En ook hij, Nijdig Nijntje, heeft, zowaar pogingen tot artisticiteit ondernomen, het filmpje Fitna, bijvoorbeeld. 

En dan is er nog zijn proeve van 'taalvirtuositeit': kopvoddentaks. Maar Wilders  op grond daarvan een dichter noemen, dat gaat te ver.

En ook Thierry Baudet is met zijn Boreale poëtica alias Bruine Borrelpraat poëtaster en niet meer dan dat. Een type á la het Marten Toonder-personage Querulyn Xaverius Markies de Canteclaer in de Bommel-strip, een dichter uitsluitend in eigen ogen.

Dandy's, uw esthetisering van de maatschappij is de mijne niet!  

Dus,  ook al had ik een zekere sympathie voor Pim Fortuyn– een jongen uit een katholiek nest met politieke ambities....was ik zelf zoveel anders..?.- ik meende toentertijd dat ik mij tegenover hem niet ander dan antagonistisch kon opstellen. Ik zie die houding nog steeds als de juiste. Dat mijn toetreden tot de Fortuynbeweging, zo gewenst door Fortuyn-adept Ronald Sörensen, de tweede man in Leefbaar Rotterdam, de F-beweging progressiever of zelfs maar humaner zou hebben gemaakt, bestrijd ik. Laten we reëel zijn. Zoveel veranderkracht had en heb ik niet in huis. 

Het is dus zaak die schaduw zo klein mogelijk te maken

Over het rechtspopulisme ligt nu eenmaal pijnlijk de schaduw van het fascisme. Zoals over het communisme de schaduw van het Stalinisme ligt, en het over de islam die van het jihadisme. En, last but not least, over het liberalisme de schaduw van het kapitalisme.

Geen mens kan zijn schaduw verliezen. Het is wat de Mensheid als geheel betreft al niet anders. Het is dus zaak die schaduw zo klein mogelijk te maken (helemaal kwijt raken lukt waarschijnlijk nooit). Dat heet beschaving.

Wat betekende dat voor mijn project poëtisering van de samenleving?' Fortuyn was 'een slag in mijn gezicht'. Mijn eigen politieke plannen werden door zijn plotselinge komeetachtige opkomst grondig gedwarsboomd. Mijn bedoeling was het toentertijd immers om te werken aan een gestage groei van de 'Poëtische partij 'de Stadspartij Rotterdam. Wu wei, niets forceren! Festina Lente, zoals het Adagium van Erasmus Rotterodamus luidt, Haast je langzaam. En had Gandhi zich ooit gehaast?

Democratie bottom up

En dat Festina Lente gold te meer voor het project “Partij van de Aardbei” ofwel de langzame uitrolling van een netwerk van lokale politieke partijen over de gemeentes (de wijken in !) van ons land. Alle, net als mijn Stadspartij, gebaseerd op het beginsel van 'humane creativiteit. 

De gemeentelijke democratie dus gezien als de basis van onze democratie. De democratie bottom up gedacht, en niet top down, zoals onze representatieve democratie nu strijk en zet geframed wordt door de landelijk georganiseerde politieke partijen. Met in hun kielzog de media. Tenenkrommend dieptepunt: de TV- uitzending van onze Publieke Omroep op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen,die steevast de uitslag van die verkiezingen omgoochelt tot een soort poll over de politieke verhoudingen op het Binnenhof.

Op het moment van Fortuyns opkomst functioneerden slechts, naast de  Stadspartij Rotterdam, een andere lokale partij op zo'n wijze, de Haagse Stadspartij. Daarover later.

Op de formulering ' politiek bedrijven vanuit het beginsel van ( humane) creativiteit' als een verheldering van het begrip poëtiseren, was ik gekomen door  het Gesprek met Jan de Communist.  Een gesprek over wat in feite de kern van ons mens zijn is: creativiteit.

'Een samenleving zonder staat, zonder klassen, zonder armoede en zonder oorlog of geweld. En samenleving van vrije producenten waarin wij collectief de baas zijn in de economie. Een samenleving die draait om mensen en om hun leefomgeving, niet om het dictaat van het kapitaal.'

Zo laat het communisme zich ideaaltypisch omschrijven. En zo is het mij sympathiek.

Maar of z'n ideaal-typisch communisme ooit werkelijk heeft bestaan of bestaan kan, is de vraag. Misschien vielen de eerste Christencommunes daaronder. Maar eigenlijk weten we daar maar weinig van

Je hebt in het kielzog daarvan nog steeds in de Rooms-Katholieke kerk de kloostercommunes, al is de animo daarvoor danig verflauwd. Weinigen voelen zich nog Geroepen. Geen wonder, de Gelofte van Gehoorzaamheid, Kuisheid en Armoede, dat is  schraalhans is keukenmeester. Waarom niet De Gelofte van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap?

Een lyrische democratie

Van de aardse communes in de Jaren Zestig weten we inmiddels het nodige. Idealistisch begonnen, bleek het ideaal  moeilijk te handhaven. Eerlijk zullen we alles delen, marsepein en vrouw (sic!). Commune na Commune is dan ook van de aardbodem verdwenen.

En wat het officiële Communisme betreft, dat van de Sovjet-Unie, de voormannen daarvan, zowel Lenin als Stalin waren uitgesproken gewelddadig en repressief. Zij  hebben zo de idee van het communisme onherstelbaar in diskrediet gebracht. Sovjet-fascisme is een woord, dat de lading beter dekt.

Dat er nog andere, vrijere vormen van communisme zijn geweest en zelfs nog zijn , in elk geval vrijer dan het (dogmatische) marx-leninisme, zeer het bestuderen waard, het is in het Westen onbekend geraakt..

Ik denk dan aan het raden-communisme van de latere Herman Gorter en het anarcho-communisme van Clara Meier Wichmman en Bart de  Ligt.

Ze naderen mijn poëtisch ideaal: een lyrische democratie. Een democratie van vrije creatieve mensen die in gelijkwaardigheid samenwerken met andere vrije, creatieve mensen. Communisme homeopathisch verdund . Zo zou Thierry Baudet dat moeten noemen.

Ik heb niet veel op met hem, maar de term homeopathisch verdund losweken van de natuurgeneeswijze en gereed maken voor algemeen maatschappelijk gebruik, is een vondst. Die term is trouwens ook mooi op hemzelf van toepassing. Rechtspopulisme is fascisme homeopathisch verdund.

Herman Gorter Foto Willem Witsen 1882

Gorter

Jan was een doorgewinterde communist, die zich niet thuis voelde in Groen Links, waarin de CPN toentertijd was opgegaan. “Een Damespartij' noemde hij het. De dictie van Femke  Halsema's spreken deed pijn aan  zijn proletarische oren..

Of hij niet bij mijn partij  kon komen? Hoewel, met poëzie had hij niet zoveel, Herman Gorter had,wat hem betreft, de Pan niet hoeven te schrijven:

De arbeidersklasse danst' een grooten reidans

aan d'oceaan der wereld, 't leken menschen

vrije, vrije menschen voor het eerst...

“Jan,” zei ik: “het kan me  niet schelen of je of je communist bent of katholiek of moslim ...ben je creatief? “ Nee, hij was niet creatief, hij was immers een arbeider. Ik vroeg hem wat hij zoal deed behalve zijn werk in de haven. Hij zat in het wijkcomité Stieltjesbuurt.

Jan, dan ben je creatief, sociaal creatief !
“O, ik dacht, creativiteit dat is iets van kunstenaars en dat ben ik niet. Dat wil ik zelfs helemaal niet zijn. Dat zijn warhoofden.”
Nee, kunstzinnige creativiteit is weliswaar de meest intrinsieke, maar zeker niet de enige vorm van creativiteit. Politiek-sociale creativiteit is minstens zo belangrijk.
En in mijn ogen zijn beide vormen van creativiteit vaak genoeg goed te combineren. Sterker, die combinatie zie ik als de basis van de komende, broodnodige lyrische democratie.

Bovendien bleek Jan ook fraai te figuurzagen. Pure Art Brut! Landschappen in de trant van Grandma Mozes. Aandoenlijk houtige dieren á la  Rousseau Le Douanier. Maar zelf zag hij dat niet als creativiteit. Ach, dat was zomaar wat ….Het mocht geen naam hebben.

Het is ongelofelijk hoe de mensen zich het zicht op de kern van hun mens zijn, creativiteit, vanaf hun vroege jeugd hebben laten afnemen. Hoe ze in de mal van de ecoomie zijn geperst. Hoe ze geïnfantiliseerd zijn tot louter consumenten. .

Maar de ware roeping van de mens is mens te zijn! Vrije mens! Creatieve mens!

Shakespeare laat Hamlet zeggen To be or not to be, that's the question

Ik ben zo vrij die Deense Melancholicus te verbeteren: To be CREATIVE or not to be, that's the question!

Pim Fortuyn Foto Roy Beusker cco 

Kortom, ik was politiek bezien rond 2002 plots meer in het defensief dan ooit, dank zij Fortuyn en zijn Leefbaar Rotterdam. Want weliswaar was Leefbaar Rotterdam een lokale partij ( feitelijk de verzelfstandiging van de rechtervleugel van mijn partij.  maar het was bepaald niet een Aardbei-partij.

Niet een partij zoals mijn eigen Stadspartij, waarin mensen van allerlei slag, inclusief moslims (Ibrahim Bourzik, Seyfi Õzguzel, Deher Hammadoglu, Latifah Aboutaleb, om er eens een paar te noemen) samen politiek zouden bedrijven, uitgaande van het beginsel van creativiteit, ook wat de vraagstukken van integratie en immigratie betreft!

Grondfout

Leefbaar Rotterdam is een Blankenpartij. En dat is het nog steeds. Met een kleur kom je er niet in. Of voel je er je niet thuis. Dat is de grondfout van die partij. Zij heeft de latente segregatie in Rotterdam dominant gemaakt. Gevolg twee moslimpartijen Nida en DENK als contraproductieve reactie. Wij, Rotterdammers, verder uit elkaar dan ooit!

Kortom, een stagneren van de democratie, ja, zelfs achteruitgang van de democratie  in plaats van een (gestage) uitbreiding daarvan. Niks lyrische democratie!

En ik? Ik moest zien te behouden wat er nog aan humaniteit en tolerantie restte in Rotterdam – Erasmus-city! Dat behoud is helaas boven mijn macht. gebleken. 

Fortuyn kende ik langer dan menig lid van zijn Leefbaar Rotterdam. En dat komt omdat wij beiden aan de Erasmus-universiteit verbonden zijn geweest. .

Ik kende zijn inaugurele rede voor de Albeda-leerstoel. ‘Het land kan wel door tweehonderd ambtenaren bestuurd worden'. Natuurlijk, het almaar uitdijen van de bureaucratie dient grondige bestrijding. De socioloog Max Weber waarschuwde aan het begin van de 20e eeuw al voor dat moeilijk te stuiten proces. Maar dat heel Nederland, landelijk, provinciaal én gemeentelijk bij elkaar opgeteld, met tweehonderd ambtenaren toe zou kunnen, is natuurlijk een boutade.

Fortuyn was dan ook in veel opzichten een typisch product van de Jaren Zestig. Een rechtse provo .

Leernichten

Zijn afscheidsrede werd door weinigen bijgewoond. De Erasmusuniversiteit  had geweigerd zijn aanstelling te verlengen. Pim zou onvoldoende wetenschappelijk werk hebben geleverd. Dat was een beetje een gezochte stok om hem te (ont)slaan..

De feitelijke reden was ...de leernichten die hem omzwermden op zijn kantoor en in de collegezaal in de hoop iets bijzonders te leren van deze bijzondere hoogleraar.

Die leerlingen waren het College van Bestuur een doorn in het oog. De Erasmusuniversiteit is minstens zo seksueel preuts² als Saudi-Arabië (officieel) pretendeert te zijn. Er zit bijvoorbeeld nergens een slot op de deur. Waarom?

De angst dat een docent een student of studente zal bespringen ( of andersom!) is voor het College van Bestuur van de EUR, klaarblijkelijk de voornaamste kopzorg inzake het onderwijs. De kamers moeten alle tijd gecontroleerd. kunnen worden. Zogenaamd om de brandveiligheid van het gebouw. De brand in de studentenonderbuiken zal men bedoelen. En idem dito in die van de docenten.

De ‘beroving’ van zijn professoraat kwam bij Pim hard aan. Zo ongeveer als bij prins Bernhard, toen onze Schavuit van Oranje het dragen van het uniform werd 'ontzegd' na de Lockheed-affaire. Als een publieke castratie ! Overigens bleef de pers Pim Fortuyn trouwhartig Professor noemen. Professor Pim.

De pedel trachtte hem nog tegen te houden

Die openbare afscheidsrede van Fortuyn in het auditorium van de Erasmusuniversiteit van Fortuyn was overigens een fraai staaltje van Fortuyns theatraal vermogen. Nadat hij zijn woordje had gedaan, trok ex-professor Pim plotseling zijn toga over zijn hoofd en spurtte de zaal uit. De pedel met zijn rinkelende bellenboom trachtte hem nog tegen te houden. Vergeefs. Het publiek in het auditorium bleef in lichte verbijstering achter. ³

“Als je overal  bent uitgekotst, kun je altijd nog in de politiek” zo hoorde ik mijn zoon eens zeggen tegen een vriendje van hem over mijn verlaten van de Erasmus-universiteit en het stichten van de Stadspartij. Hij wist natuurlijk niet dat ik dat hoorde. Van je familie moet je het hebben!

Ook Pim kondigde op een zekere moment aan óf met een eigen lijst uit te komen óf als lijsttrekker van een reeds bestaande landelijke club te willen optreden. Jan Nagel van het zojuist door hem, samen met VARA-diskjockey en zanger van het Utrechtse levenslied, Henk Westbroek opgerichte Leefbaar Nederland, zag wel wat in de ex-professor.

In het najaar van 2001 verschijnt Pim Fortuyn dan in de landelijke politiek, eerst als lijsttrekker van Leefbaar Nederland, later met zijn eigen lijst. En hij gaat er met gestrekt been in, zeker qua taalgebruik. Hij heeft bijvoorbeeld niet over ‘tekortkomingen’ van acht jaar paarse kabinetten  (de kabinetten Kok I en II) maar over ‘puinhopen’. De brave mevrouw Borst de minister van volksgezondheid vergelijkt hij met Osama bin Laden, etcetera.

Provenzano

Dit soort ongezouten politiek commentaar combineert hij met een openlijk op TV geëtaleerde ‘protserige’ leefstijl. Hij wil 100% een publiek persoon zijn. Niets wordt ons bespaard. Alles gaat in de etalage. Narcisme alom.  

Zo zijn daar Pims huizen. Het Palazzo di Pietro aan het G.W. Burgerplein, waar dag en nacht een Fortuynvlag van eigen makelij uithangt (sterk lijkend op die van het Vaticaan...) en zijn huis in Provenzano.

Zijn ‘kunstverzameling’ – voornamelijk portretten van hem zelf – waarbij het kitschelement niet blijkt geschuwd. Zijn dure Ermenogilde Zegna-pakken, fatterige Italiaanse ‘Haute couture’, ingeslagen in bij het herenmodehuis Ogier. Zijn door en door gefokte schoothondjes. Een butler. En last but not least zijn openlijke (homoseksuele) promiscuïteit.

‘Zaad smaakt naar Beerenburger’ wist hij ons, kraaiend  van plezier in de populaire Ivo Niehe-TV-show te vertellen. Fijn nieuws voor de Friezen!  In welk programma hij ook doodleuk meedeelde  “dat hij lekker ging keten in de Tweede Kamer”. Als was hij een tienergirl... Het journaille smulde. Het was bij hem niet weg te slaan. Men bedelt bij hem om een prikkelende quote. En die krijgt men! Het zijn de media die Fortuyn maken . 

De aanvankelijke neiging van de ‘gewone’ politici om Fortuyn te zien als een ongevaarlijk politieke clown, slaat om als zijn ster in de opiniepeilingen stijgt. Men had het kunnen weten. Fortuyn was verliefd op Italië. Hij had daar niet voor niets zijn tweede huis. En in de Italiaanse politiek is clownerie en theatraliteit doodgewoon.  

Dat begint al met d’Annunzio, de stichter van de vrijstaat Carnaro en zijn adept Mussolini.

De minister-president van Italië toentertijd in de Jaren Negentig, Berlusconi, kon er ook wat van. Weinigen in Nederland weten dat die Berlusconi zijn maatschappelijke carrière is begonnen als entertainer –liedjeszanger op een cruiseschip. Er zijn opnamen van zijn niet onmelodieus gezang.

Die Berlusconi maakte van zijn bewondering voor Mussolini trouwens geen geheim. En Pim op zijn beurt ook niet van zijn bewondering voor Berlusconi.

Dit is deel 1 van deze column. Deel 2 volgt 

Noten

¹ Frank van Dijl, Jules Deelder, 1944 -2019 in Rotterdams Jaarboekje 2020 blz 68, 69

² In 2013, toen ik dus al jaren van de Erasmus weg was, ben ik zowaar alsnóg hardhandig in botsing geraakt met die ridicule Nieuwe Preutsheid aldaar..

De Faculty-club, had mij gevraagd om mijn schilderijen en tekeningen – schilderen is mijn tweede kunst– te exposeren in hun ruimte op de zestiende verdieping van het gebouw Woudestein. Dat had ik gedaan. Prompt werden de volgende dag zeven naakttekeningen bij thuis terug bezorgd... door de cateraar van de Faculty-club! Ongewenste Schund!. De mensen in de Faculty-ruimte kregen hun broodjes ei niet door de keel bij al deze blote  vunzigheid, aldus de cateraar

Over dat bizarre feit - Oostblokachtige kunstcensuur, wat was het anders? -   heb ik gecorrespondeerd  met de voorzitster van het College van Bestuur van de Erasmusuniversiteit (CvB), toentertijd mevr. Van der Meer Mohr.

Ze antwoordde mij dat de EUR de ruimte verhuurd had aan de cateraar, en dat die dus besliste wat er daar mocht opgehangen. Onzin. de Facultyclub i.c. de club van de Wetenschappelijke staf, is een onderdeel van de Erasmusuniversiteit en van niets en niemand anders en die had mij uitgenodigd.

Ik stelde daarom nogmaals dat de universiteit haar verantwoordelijkheid diende te nemen voor deze aanslag op de vrijheid van meningsuiting. Maar mevrouw was op geen enkele wijze bereid tot Wiedergutmachung of zelfs maar excuses.

Wel ontving ik de nodige e-mails van mensen aan de EUR werkzaam. Niet alleen de kunst bleek op de Erasmus als entartet te worden beschouwd, ook,....en dat zelfs al  tijden lang ...de wetenschap zelf! Met name het wetenschappelijk onderwijs. 

De student is tot nominaal student verklaard

Aan Bildung, heeft men niet langer boodschap. De universiteiten worden heden per afgestudeerde student betaald, dus zetten de universiteiten de studenten als het ware op een (versnelde) lopende band, zo gauw mogelijk de deur uit . De exameneisen zijn aanzienlijk verlicht, zodat er zo min mogelijk studenten uitvallen, want uitvallende studenten brengen geen centjes binnen.

In mijn tijd was er nog iets van democratie aan de EUR. Studenten maakten deel uit van de diverse vakgroepen, een verworvenheid uit de jaren Zestig. Heden is de universiteit weer terug bij  AF. Niks studentenvertegenwoordiging. De universiteiten zijn verworden tot hiërarchische instellingen met het CvB (het college van bestuur) aan top en managers direct daaronder die docenten en studenten onder de duim moeten houden. De idee van de universiteit als gemeenschap van docenten en studenten met als doel én ideaal kennisverwerving is heden welbewust verlaten. De EUR is een bedrijf, een diploma-fabriek. Van plofkipdiplomas. En het CvB van de Erasmus is nog trots op die omslag ook.

³ …Wetenschappelijk publiceren kwam er in de  vier jaren niet van’. “Niet dat Fortuyn niks schreef ” weet oud- EUR-hoogleraar bestuurskunde Roel in ’t Veld, die vanuit het curatorium van de Albeda-leerstoel mee besloot over Pim’s benoeming. “Hij had een aantal prachtige boeken op zijn naam staan met oplages waar iedereen stikjaloers op was, maar het was niet wetenschappelijk” “Onder de voorwaarde dat hij eindelijk eens zou begonnen met wetenschappelijk publiceren, waren wij bereid hem nog een kans te geven, voor een tweede termijn dus” vervolgt In ’t Veld: “Pim ervoer dit als een vijandelijke daad en nam kort daarop ontslag.”  En ook dat deed hij met verve. Zijn afscheidsrede staat pedel Tom Molendijk - de pedel is degene die alle oraties en promoties organiseert – in het geheugen gegrift.  “In die 32 jaar, dat ik dit doe, is die van Pim me het meest bijgebleven. Zo kwam er tijdens het gebruikelijk kopje koffie vooraf geen enkele collega opdagen. Op de oratie zelf waren ze er wel, maar ik vond het toch typerend. En er gebeurde nog iets bijzonders: toen Pim klaar was met zijn rede trok hij in één woeste beweging zijn toga uit, hij sprong het podium af en reden als een speer de zaal uit. Hij was er echt helemaal klaar mee.”  Erasmus magazine, 3 Mei 2011

Deel dit bericht met je vrienden!

Manuel Kneepkens

Manuel Kneepkens

M.M.M. (Manuel) Kneepkens (Heerlen, 26 februari 1942) is een Nederlands dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. 

Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie.

Overzicht columns