zondag 11 april 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Ger was een spil in de wereld van het illegale gokken in Rotterdam. Afb.: Herman Schouwenburg
26
feb

Rio is ook niet alles

Op zondag zit ik altijd achter de microfoon bij Radio Rijnmond. Die programma’s van de zondag vragen nogal wat voorbereiding. Ik ben eigenlijk altíjd bezig om daarvoor muziek en informatie te verzamelen, maar zo op donderdagavond probeer ik doorgaans mijn hoofd specifiek richting de komende uitzendingen te krijgen. Ik streef ernaar om steeds op vrijdag eventuele montages en geluidsrestauraties af te hebben. Waardoor ik de zaterdag in ga met een draaiboek waar ik verder begeleidende teksten aan toevoeg.

Van de week, op donderdagochtend, vroeg mijn vrouw: ‘Als je in je bezigheden nou hélemaal vrij zou zijn, wat zou je dan morgen het liefste gaan doen?’

Daar hoefde ik niet lang over na te denken.

‘Lekker monteren,’ antwoordde ik.

Ik had zin om precies dát te gaan doen wat ik ook min of meer móest doen. Ik houd van mijn, nou ja, ‘werk’.

‘Ja,’ voegde ik er na een tijdje aan toe, ‘ik zou ook wel even een uurtje in Brazilië aan het strand willen liggen. Maar niet langer dan een uurtje.’

In de loop van de verdere dag ging die vraag van mijn vrouw zitten borrelen. Ik probeerde me voor te stellen hoe je je dagen inricht als er echt helemaal niks is dat je per se moet doen. Als je totale vrijheid hebt.

Zulke mensen heb je. Bijvoorbeeld: mensen die beschikken over miljoenen, of tientallen miljoenen, of honderden miljoenen, of zelfs miljarden. Die kunnen, als ze willen, elk ongemak en elke verplichting afkopen.

Hoe vullen ze dan hun leven in?

Al en toe eens een uurtje aan het strand liggen, of met vrienden op een terras wat drinken, of vaak uit eten gaan, het kan allemaal heel fijn zijn. Maar het lijkt me onvoldoende om je leven inhoud mee te geven. Het lijkt me leeg.

Met zekere regelmaat gaat een uitspraak door mijn hoofd van de vroegere Rotterdamse gokkoning Ger van Driel-Vis. In de jaren tachtig viel zijn naam geregeld in de kolommen van de krant Het Vrije Volk, waar ik toen voor werkte. Ger was een spil in de wereld van het illegale gokken in Rotterdam, hij lag in de clinch met de gemeente over een eroscentrum, en hij had het aan de stok met de Belastingdienst. Toen de grond hem te heet onder de voeten werd, vluchtte hij naar Brazilië. Na een half jaar kwam hij - vrijwillig - terug. Weliswaar zongebruind, maar ook twintig kilo afgevallen, platzak en vervuld van heimwee. In mijn herinnering vatte hij zijn Zuid-Amerikaanse avontuur samen met de woorden: ‘Rio is ook niet alles.’

Dat trof mij als een uitspraak van vrij groot filosofisch inzicht. ‘Rio is ook niet alles.’

Op vakantie naar Rio de Janeiro kan heel aardig zijn, maar daar langere tijd doelloos rondhangen? Je moet in je leven iets om handen hebben. En je moet je omringd weten door mensen die iets voor jou betekenen, en voor wie jij iets betekent.

Iedereen heeft een zekere behoefte aan zingeving. Dat zit nou eenmaal in onze hersens ingebakken, denk ik. Je zou het de vloek van ons zelfbewustzijn kunnen noemen. Gewoon leven zoals een vogel doet, of voor mijn part een haring, is niet voldoende. Wij willen dat het allemaal ergens over gáát. En: we willen vrede hebben met onszelf. Zo goed als iedereen zal een zekere mate van innerlijke onrust voelen die getemd moet worden. De strijd met jezelf, de strijd met de wereld, en hoe je je tot die wereld verhoudt.

Niks hóeven en alles kúnnen verlost je daar niet zonder meer van. Ook vermogende en getalenteerde mensen als pakweg Bill Gates of Paul McCartney hebben iets nodig om ’s morgens hun bed voor uit te komen.

Misschien, zo dacht ik donderdag bij het vallen van de avond, is dat wel het hoogst haalbare: dat je dát wat je dóet ook echt wílt doen.

En vlak voordat mijn vrouw en ik naar bed gingen drong zich nog iets aan me op. Het beeld van die twee mannen, naast elkaar, elk voor een urinoir. Met een gelukzalig gezicht zegt de een tegen de ander: ‘Als ik rijk ben ga ik de hele dag pissen.’

Deel dit bericht met je vrienden!