zondag 19 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Bram_Peper 1989 Foto Rob Croes / Anefo cco
14
jul

Peper & Opstelten

Neelie Kroes

 Als ze in een restaurant
 een steak au poivre bestelt
 kan zij dat niet
 zonder aan Hem denken

 en ook als ze haar vaste nightcap 
 een glaasje wodka
 neemt 
                                                              
 strooit zij daar altijd wat zwarte peper in
 (per se geen witte!)
 Zo hoopt zij Hem te vergeten

 Maar hoe kan dat?

 Bram Peper vergeten?

 Dat lukt geen enkele Rotterdammer!
                                                              

Met Bram Peper had ik al ‘ragfijne’ banden, lang voordat ik raadslid was .
Uit het door hem samengestelde boekje Mooi Rood is niet lelijk ( niet te verwarren met dat eerdere Nieuw Links- pamflet Tien over Rood ) gebruikten wij in het strafrechtonderwijs aan de Erasmusuniversiteit het hoofdstuk Ons strafrecht , verkenning van een achtergebleven gebied . Geen wonder, want het was geschreven door Cor Gutter en die was toen onze lector Strafrecht. Banden met de PvdA had hij niet. Iemand méér one man dan Cor zou ik niet gauw weten te noemen. Maar hij geraakte ‘uitverkoren’, net als alle andere schrijvers van het boekje trouwens,  omdat hij werkte aan wat toen nog de N. E. H  heette – de Nederlandse Economische Hogeschool. Bram Peper had doodeenvoudig voor zijn boekje in zijn directe omgeving wat ‘toffe peren’ geplukt. Zodoende . 
Even later tooide de N.E.H  zich met de weidse naam Erasmus-universiteit. Maar in feite is de Erasmus universiteit qua mentaliteit altijd NEH gebleven. Een economische hogeschool met een medische faculteit tot universiteit opgetut. Met leven en werken van Erasmus had en hééft die zogenaamde universiteit -Alma Mater Rotjeknor - helaas net zo weinig uitstaande als Erasmus Occasions, een groothandelaar in gebruikte auto’s alhier in Rotterdam.  Maar dit terzijde.

Hans Moerland en ik schreven op een gegeven moment voor de Coornhertliga, de vereniging tot strafrechthervorming, toen in volle bloei,  de alternatieve Justitiebegroting  Welzijn en Justitie . Daarbij maakten wij gretig gebruik van de Knelpuntennota¹ , die Bram Peper geschreven had als toenmalig adviseur van PPR-minister Harrie van Doorn van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM).
Ofwel 'Bram als inspirator'.

Op de Erasmusuniversiteit placht ik Bram Peper in levende lijve tegen te komen  … in de toenmalige sherrybar. Daar ging ik afloop van het keuzevak Reclassering, dat ik toentertijd gaf, wel heen met mijn studenten.
Daar zat hij dan een eenzaam boven zijn glas ‘appelsap’  en dan vroeg ik hem of hij  bij ons kwam zitten.
Dan kwam hij rap van de bar af en stak dan van wal met een van zijn eindeloze vergezichten op de samenleving. Daar bleken de studenten niet dol op. De week daarop als ik ze vroeg of er nog iemand meeging wat drinken in  de sherrybar, antwoordden ze: “We willen wel, maar niét als meneer Peper daar is. Want daar kom je niet tussen! ”

Ook op Poetry International zagen wij elkaar. Daar kwam Bram trouw. Want hij is een literatuurliefhebber. Zelfs zelf een soort van literator. Zijn vriendschap  en briefwisseling met Gerard Reve getuigt daarvan.² ( Reve: ‘Peper is een fatsoenlijk man, beslist geen socialist’…Memorabele uitspraak! ) 
Maar ook het volgende incident. Op een goede morgen kwam ik mijn fractiekamer binnen. En daar zat Bram! Dat was hoogst uitzonderlijk. Je ging als raadslid naar de burgemeester, de burgemeester kwam niet naar jou. Althans zo ging dat toe in Pepers tijd. Zijn voorganger André van der Louw stond erom bekend  dat hij nog wel eens af wilde dalen uit de Olympus van de burgemeesterskamer en een praatje wilde maken in een fractiekamer hier en daar. Maar social talk, daar deed Bram niet aan
“ Wim is dood….”
“Goh, Bram, Wim Kok dood? Ik heb vanmorgen niet naar het Nieuws geluisterd?”
“Nee, joh, Wim Hermans…”
De dood van W.F. Hermans, daardoor was hij echt aangedaan. In het College van 
B& W of bij zijn ambtenarenstaf kon hij blijkbaar met zijn ‘literaire’ rouwgevoelens niet terecht. Dus dan maar naar mij, een onzinnig opposant in zijn ogen, maar toch ook een collega-schrijver..

Bram Peper was een man die niet dol was op kritiek. Terwijl zijn autocratische optreden dat toch nogal eens noodzakelijke maakte. Zijn eigen partij de PvdA had dat  kritiseren opgegeven. Allang.
Want voor je het wist, was geen tegenstander maar een vijand. You're fired ! Het  Nederlandse equivalent daarvan heeft menig (hoge) ambtenaar op het Stadhuis aan de Coolsingel moeten aanhoren. Bram was op dat punt Donald Trump ver voor.
Dus dat kritiek uitoefenen, dat werd aan mij overgelaten (en de SP).

Slechts één keer heb ik een compliment van hem gekregen. “Nou verzin je eindelijk eens iets zinnigs!” Dat was toen ik had voorgesteld, als opmaat naar het Culturele Hoofdstad-jaar, de raadsvergaderingen met een gedicht te beginnen. Dat heeft hij toen ingevoerd.
Overigens op typisch Peperiaanse wijze. De raad werd naar haar mening daarover niet gevraagd. Gelukkig bleek men er geheel achter te staan. Ieder raadslid las op zijn beurt enthousiast zijn favoriete gedicht voor. En op het einde van de rit zorgde Bram ervoor dat Martin Mooij, de directeur Poetry International, er een mooi dichtbundel uit redigeerde, die nog jaren als relatiegeschenk van de gemeente Rotterdam heeft gediend. 
De gemeenteraad van Rotterdam (heel even) gepoëtiseerd! Dank zij Bram Peper!.

In 2010 is een biografie van Bram Peper er uitgekomen, geschreven door Henk van Os. ‘Bram Peper- Man van Contrasten’. In veel opzichten een bijzonder boek .
Meestal zijne gebiografeerden namelijk dood, morsdood. Van Os schrijft over een ‘springlevende’ . Die hij in het geheel bij elkaar liefst 48 uur interviewt, zo wordt achterin het boek vermeld. Eigenlijk is Bram Peper daardoor dus een soort mede-auteur van zijn eigen biografie… Wat óók uit blijkt uit de curieuze boekpresentatie. Wat men zal  het toch zelden meemaken dat de gebiografeerde  (Bram Peper ) ….de biografie signeert en niet de biograaf (van Os)!.
Ook blijkt uit het boek, dat  Bram Peper-Man van contrasten ook heel wel Bram Peper-Man van controversen had kunnen heten.
Want ook al lang voordat hij burgemeester werd, blijkt Bram een controversiële figuur.
En als burgemeester was hij het zeker.  
En nog iets anders interessants onthult het boek. Bram heeft een literaire specialiteit. Bram is een ghostwriter. 
Zijn ‘hoogtepunt’ als ghostwriter bereikt hij als hij voor Wim Kok de tekst mag schrijven voor diens Den Uyl –lezing. In die rede werd de sociaaldemocratie in feite in een klap om zeep gebracht. Hoe heeft dat kunnen plaats vinden?
Wel, mijn (gewaagde?) stelling luidt: Bram Peper is een typische vrouwenman. De vrouw, waarmee hij op een bepaald moment is, die bepaalt hem.
Is die vrouw lid van D66 zoals zijn ex-echtgenote Gusta, dan is Bram plots een soort buitenlid van D66 ; is die vrouw VVD-lid, zoals Neelie Kroes, dan blijkt Bram plots een soort buitenlid van de VVD .
Dat laatste was dus goed te merken aan die beruchte Den Uyl-lezing van Wim Kok. Dat die geschreven is door Bram Peper, is publiek geheim. Wim Kok was eigenlijk bij die gelegenheid niet meer dan een soort buiksprekerspop. In die rede schudde Kok ‘de ideologische veren af”. ³ 
“Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten een bevrijdende ervaring.”

Bevrijdende ervaring?


Joop Den Uyl ’s spreiding van 'kennis, inkomen en macht' was plotseling ver te zoeken. Die man moet zich in zijn graf hebben omgedraaid, en deze lezing , nota bene naar hem genoemd, grondig hebben vervloekt . 
Poëzieminnaar Den Uyl was immers sterk beïnvloed door de schrijvende politicus Jacques de Kadt. Die pleitte in zijn boek Het fascisme en de nieuwe vrijheid voor een cultuursocialisme dat zich krachtig diende te verzetten tegen het oprukkende gelddenken in alle lagen van de maatschappij. De Kadt verweet het socialisme van zijn tijd dat het de geestelijke en culturele behoeften van de mens schrijnend verwaarloosde.
Al in de jaren dertig ging De Kadt te keer  tegen wat hij 'de maagmens' noemde, de platte consument , de onpoëtische mens ... “Socialisme is meer dan een warme stal en een pretje op zijn tijd!”

Deze gedachte vinden we terug in de  publicatie van de Wiardi Beckman stichting De weg naar de vrijheid uit 1951, voornaamste auteur Joop den Uyl. (5) Rode draad in dat betoog is dat economische groei in de eerste plaats ten goede dient te komen aan de collectieve sector met name aan onderwijs en aan initiatieven op cultureel en sociaal-cultureel gebied.
Zeker, iedere burger heeft  allereerst recht op  bestaanszekerheid, op een fatsoenlijk inkomen en een  goede woning. Dat spreekt eigenlijk vanzelf. Zorg daarvoor is zogezegd de basistaak van de politiek. Maar daar moet het niet bij blijven!
Er dient nadrukkelijk afstand genomen van het mateloos consumentisme, dat nu hele volksstammen in de ban houdt. .
Laten we á la de ideaaltypische Den Uyl (weer) de nadruk leggen op geestelijke en culturele ontwikkeling.
Dat idee terug brengen van weggeweest, dat is niet alleen ons aller taak, maar mijns inziens die van de dichter – de lyrische democraat – in  het bijzonder.

Door die Anti-Den Uyl-lezing van de gepeperde Kok was in een klap de PvdA geen sociaal-democratische partij meer, maar… ja, wat eigenlijk? Een soort VVD voor de lagere klassen? 

Want wat blijkt, Bram Peper heeft het inmiddels openlijk toegegeven, die inmiddels beruchte uitdrukking ‘de ideologische veren afschudden’ was van …Neelie Kroes  (toentertijd, tijdelijk, Brams echtgenote.) 

Ongelofelijk, dé cruciale zin in Kok’s Den Uyl-lezing, geschreven door een vrije markt–fundamentaliste! Geen wonder, dat het met de PvdA sindsdien almaar bergafwaars is gegaan! Want, laten we wel zijn, wat is er nog over van de sociaal-democratische idealen na alle privatisering en marktwerking van vandaag de dag, wat stelt de sociaal-democratie nog voor na de Participatiewet, de inkrimping van de jeugdzorg, het uitkleden van de huursector, etc. (en recent de Toeslagenaffaire. M.K.) ? 
 
Pijnlijk gevolg van al dat politiek foute gedrag: momenteel (2020) telt die eens zo omvangrijke en machtige volkspartij PvdA nog maar negen schamele zetels in de Tweede Kamer. 

Mocht Neelie tijdens ‘het paarse huwelijk’ grote invloed op Bram hebben gehad, en in het verlengde daarvan op de PvdA, zelf blijkt onze nationale powerwoman, mirabile dictu, ten tijde van de Den Uyl-lezing onder invloed van… waarzeggers en horoscooptrekkers. En niet zo zuinig ook!
In het boek ‘Neelie Kroes, hoe een Rotterdams meisje de machtigste vrouw van Europa werd’ van Stan de Jong en Koen Voskuil, worden er liefst vijf genoemd. Waaronder de  Amsterdamse astroloog Roesing Jobst alias Wolf Manus alias Max Delphi, die behalve een keur aan hoofdstedelijke showbizzfiguren, ook prinses Irene als klant blijkt te hebben. 
En....Lenie Drent, de huisastrologe  van Jan Dirk Paarlberg, de vastgoedmagnaat,  op wiens chique kasteel Bolenstein Neelie jarenlang een prachtig kantoorverblijf had. Gratis! De goedheid van vastgoedmagnaten kent geen grenzen…
Deze Paarlberg, een tijdlang de trotse eigenaar van de Euromast, is inmiddels voorzien van vier en haf jaar gevangenisstraf …wegens hand- en spandiensten aan de Nederlandse onderwereld...

Ook door twee personen uit haar zo geliefde Indonesië bleek Neelie zich geestelijk te laten ‘verrijken’.
Peper, laconiek als altijd, zegt daarover: ‘Er was een man in Jakarta, een Indonesisch onderwijzer. Die meneer maakte grafiekjes over wanneer het slecht of goed met je ging, met een tijdbalkje erbij, en die nam Neelie dan mee. Ze koesterde daar klaarblijkelijk een groot vertrouwen in.’
En een andere spirituele adviseur van Kroes komt eveneens uit Indonesië en was aldaar zelfs een man van groot gewicht. De Indonesische viersterrenadmiraal Muhammed Arifin, marinebevelhebber onder president Soeharto. 
Peper: ‘Die bevroeg ze ook en belde ze op. Want ook die Arifin had de Gave.’‘

Geen wonder dat die Den Uyl -lezing van Kok (en Bram) zo wonderlijk was! Een (indirect) product van  sterrenwichelarij!

Maar genoeg over Bram. Op een gegeven moment  was hij vertrokken naar Den Haag om minister van binnenlandse zaken te worden in het tweede kabinet Kok..
Rotterdam had een ander Heer te verwachten. En deze Heer, die ik zowaar kende uit mijn Leidse tijd, mocht ik bij zijn installatie  tot burgemeester van Rotterdam als volgt toespreken:

Geachte Ivo Opstelten

Namens de Stadspartij wil ik u van harte feliciteren met uw benoeming tot burgemeester van Rotterdam. 
Op uw burgemeesterskamer zult u een lege plek aantreffen aan de wand. Daar hing tot voor kort het schilderij 'De Scrum' van Pyke Koch. 
Het was aan uw voorganger in bruikleen gegeven door die ene kunstlievende havenbaron in de stad, die we nog hebben, en die we dus zeer, zeer moeten koesteren, en zijn naam luidt …
Helaas, mag ik die niet zeggen! 
Deze (Wassenaarse) mecenas wil  liever niet genoemd worden, want net als heer Bommel in de gelijknamige Marten Toonderstrip, doet hij het liefst “veel goeds in stilte”.   
Het schilderij “De Scrum” is inmiddels weer naar genoemde Ongenoemde geretourneerd.
Eigenlijk was dat werk een zeldzaam nauwkeurig mene tekel!.  
De magisch-realist Pyke Koch was immers een typisch Utrechts schilder. En u, heer Opstelten, mirabile dictu,  komt tot ons uit… Utrecht (!) .Daar in die oude Bisschopsstad was u tot voor enige dagen geleden burgemeester, alvorens het vandaag bij ons te worden 
Sterker nog, de scrum is een spelfiguur uit het rugby, de sport die in uw Leidse studententijd zo gepassioneerd hebt beoefend, voor uw rug het begaf, naar ik mij wel herinner. . 
Uw komst is dus door dit magisch schilderij aangekondigd!. 
Wat? 
Zeg ik daar nu, dat uw benoeming op magische wijze tot stand is gekomen? 
Ja, dat moet wel.  
Want rationeel bezien is en blijft uw benoeming onverklaarbaar. 
De staatsrechtelijke figuur van de gekozen burgemeester kent Nederland niet. Het is op dat punt het ondemocratisch lachertje van Europa. Pijnlijk, maar het is niet anders. 

Maar afgezien daarvan, ook aan de huidige benoemingsprocedure schort het nodige. 
Eigenlijk is de vertrouwenscommissie van onze raad niet meer dan een spek- en bonencommissie geweest, en is het niet Rotterdam maar Den Haag, het paarse kabinet Kok aldaar, dat over u benoeming doorslaggevend heeft beslist. 
In dat kabinet is uw partij de VVD, zwaar vertegenwoordigd. En uw blauwe vrienden in Den Haag wilde ook wel eens het burgemeesterschap van een échte grote stad voor hun partij. Dus niet altijd en eeuwig, die gezapig dommelende Ulevellen-agglomeratie Utrecht. Maar Amsterdam… of  dynamisch Rotterdam! 
En zie, Rotterdam kwam vrij door de benoeming van uw voorganger, Bram Peper tot minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet Kok II.
En hop! Daar zit u plots pontificaal in de raadszaal van Rotterdam met de door u zo vurig begeerde zilveren ketting om uw door rugby zo gelouterde nek!
Maar laten we het vandaag over de goede tekenen aan de wand, hebben en niet over de slechte.
Een goed teken vind ik dat u inderdaad in Rotterdam gaat wonen. 
Uw voorganger Bram Peper vertikte dat, ofschoon de Gemeentewet het hem voorschreef. Door liefde verblind, zullen we maar zeggen. Een Wassenaarse Sirene,  ene Neelie, voorvrouwe van uw partij nog wel, een VVD-wicca, wist hem aan haar kroeshaar te binden. Sindsdien vertoefde hij in Wassenaar, geheel in haar toverban.
Maar wonen in Wassenaar, dat is toch iets heel anders dan wonen in Rotterdam !
Werkelijk, de tegenstelling kan eigenlijk niet groter.  Zij daar weelderig in het groen, menig Rotterdammer  in het achterstandsgrauw. En zo kan ik nog wel even doorgaan..  
Maar dan u! 
U hebt gelukkig de juiste beslissing genomen! De burgemeester van Rotterdam hoort te wonen midden in Rotterdam. 
Rotterdammer tussen de Rotterdammers! 
Uiteraard! U hoort onze alledaagse sores te delen. Van hondenpoep tot  tasjesdief. Van junk tot hooligan, etc. Dat houdt u bij de les.
Goed zo!
Dan is er de kwestie van de kleur. 
Rotterdam was vanouds een “rooie ‘stad , en u bent een ras-VVD-er,  Ach, het eens zo rode Rotterdam is paars geworden, zo (ogenschijnlijk) paars als heel dit land. Maar, burgemeester, paars is géén Rotterdamse kleur. 
De vlag van Rotterdam wappert namelijk met de volgende kleuren: groen, wit en nog eens groen.. 
Aangezien een vlag de lading dient te dekken, zeker in een Havenstad, moeten wij wel concluderen dat de favoriete kleuren van de burgemeester van Rotterdam groen en wit dienen te zijn. 
Niks paars dus.
Groen staat dan uiteraard voor een verantwoorde eco-sociale politiek, een hele klus in Botlek-geurig Rotterdam. Aanspreekbaar op het groen is in de eerste plaats de Wethouder Milieu en dat doen wij zowat wekelijks. Maar het is natuurlijk even zo goed de verantwoordelijkheid van het hele College, de burgemeester in begrepen
Maar het Wit, dat zit specifiek uw portefeuille als burgemeester.
‘Wit’, heer Opstelten, staat immers van oudsher voor vrede en geweldloze activiteit. Voor integriteit, spiritualiteit en creativiteit.
Het is de in de lange geschiedenis van de mensheid de kleur van het stralende licht,  van de  Pythagoreërs, de Katharen, van Christus op Thabor.
Men zou zelfs met een enig kunst- en vliegwerk nog kunnen stellen, dat het wit van Provo in de Jaren Zestig een verre, seculiere afschaduwing is geweest van dat voortreffelijke wit

En al dat Wit zit dus in uw portefeuille, heer Opstelten! U gaat als burgemeester  immers over de Openbare orde.
U hebt de zware taak er voor te zorgen dat  in onze stad het maatschappelijk verkeer ordelijk verloopt, dat wil zeggen: geweldloos
Hoe komen  wij aan een (groen)witte samenleving? 
Hoe raken we af van het geweld in onze stad, het uitgaansgeweld, het alledaagse geweld, het hooliganisme, het geweld achter de voordeur, enzovoorts ?.
Teveel mensen hier in Rotterdam zijn te kort door de bocht met een te kort lontje. Maar de stad van Erasmus dient een stad van vrede te zijn. 
Niet dan?
Geweldloze conflictoplossing dient mijns inziens dan  ook in het onderwijs een verplicht onderdeel te van het lesprogramma te zijn.
Ja, het belangrijkste onderdeel. 
Lezen, reken en schrijven, dat leren de kids heus wel. En, uiteraard, computeren. Maar hun conflicten oplossen zonder geweld? Het is onbegrijpelijk dat kinderen op dat punt geen instructies krijgen. Zo komt de mensheid nooit van haar verslaving van het geweld af. ,. 

Tenslotte dit.
Utrecht heeft ons thans afgestaan het beste wat het op bestuurlijk gebied te bieden had, hun eigenste burgervader. 
Het past ons, Rotterdammers, om een gebaar terug te maken. Men fluistert dat in de packagedeal van burgemeestersbenoemingen in dit land Utrecht thans aan de PvdA zal toevallen. 
Ik heb dan ook lang nagedacht welke PvdA–bestuurder wij vanuit ons college richting de aloude Bisschopsstad zullen moeten sturen om u aldaar als burgemeester op te volgen.
En ik dacht uiteraard aan de zelfbenoemde ‘sterke man’  in ons college , oud-staatssecretaris Gezondheid Hans Simons.. 
(Spreker richt zich nu tot locoburgemeester Hans Simons)
Niet, omdat ik je zo graag kwijt ben, Hans, hèlèmaal niet... maar je hebt de afge-lopen tijd, tijdens afwezigheid van onze vorige burgemeester Bram Peper, als loco-burgemeester de nodige ervaring met het leiden van een grote gemeente kunnen opdoen. 
Zodoende.
Maar wat krijgen we nu, Hans ? Moet ik vanmorgen in het Ochtendroodblad lezen dat je per se niet naar Utrecht wil? 
Ja, dan rest er maar een ding! Hans Tweedehans! Alias onze wethouder Ruimtelijk Ordening en Kunsten, Hans Kombrink! 
(Spreker richt nu tot de wethouder Ruimtelijke Ordening én Kunsten, Hans Kombrink)
Niet dat ik je zo graag weg wil hebben, Hans, hèlèmaal niet... maar bezie toch eens  dat Utrecht van vandaag de dag! Naar dat Hoog Catharijne. Jammer dat zich die trend van hoogbouw niet over heel die stad heeft doorgezet. Wat een uitdaging voor een Rotterdammer wethouder om daar verandering in aan te brengen! Want dat muffe Utrechtse grachtenstelsel met al die morbide werfkeldertjes, dat is toch volledig uit de tijd!  

Dempen, Hans! En, uiteraard, asfalteren! 
 
Beste Wethouder Kunstzaken, beste Hans, om de overgang  van Havenstad naar Bisschopsstad  zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor je te maken, krijg je van ons geheel gratis het volgende gedicht als geestelijke bagage mee. Je zult het nodig hebben.
 ( spreker leest het gedicht Utrecht-Necropolis voor)                  

 ¹ Knelpuntennota: officiële naam  “Samenvatting rapport beraadgroep knelpunten hamonisatie Welzijnsbeleid  en Welzijnwetgeving”   (Inderdaad, een onmogelijke ambtenarenmond vol...)         
² Gerard Reve, Brieven aan Bram P. 1987 – 1999 ( De Bezige Bij, Amsterdam 2003)
³ Wim Kok, We laten niemand los, Den Uyl- lezing 1995 .  in De rode hoed Amsterdam,11december 1995
4 ) Oud-premier Wim Kok blijkt spijt te hebben van zijn spraakmakende oproep uit 1995 aan de PvdA om de 'ideologische veren' af te schudden: 
“Men kon het interpreteren alsof ik de waarden en beginselen (van de sociaal-democratie) in twijfel wilde trekken. Alleen al om die reden had ik het beter niet zo kunnen zeggen. Het heeft onnodig misverstand veroorzaakt.”
Piet de Rooy en Henk te Velde, Met Kok , Wereldbibliotheek, 2018
(5)  Den Uyl was toentertijd directeur van de Wiarda Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.

                 

  


 

Deel dit bericht met je vrienden!

Manuel Kneepkens

Manuel Kneepkens

M.M.M. (Manuel) Kneepkens (Heerlen, 26 februari 1942) is een Nederlands dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. 

Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie.

Overzicht columns