maandag 18 januari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Proclamatie van de vrijstaat van Carnaro Fotograaf onbekend uit Diari de lèpoca
01
jan

Hoe ziet een dichter-politicus de stad?

De Poëet-politicus – een poëtisch-politieke notitie       

Dichter:
de grootst mogelijke kleinschaligheid
Politicus met maar één stem…

Men kan de troostende functie van de poëzie roemen. Men kan haar subversieve karakter vrezen. Dat deed Plato. Uit zijn modelstaat bande hij de dichter. En de musicus .. maar dat valt nogal eens samen …Denk aan Homerus en zijn lier. En wat het heden betreft, aan Nobelprijswinnaar Litteratuur... Bob Dylan (Forever Young!). Trouwens wat is poëzie anders dan taalmuziek met betekenis (Het kan zelfs zonder. Zie Hanlo's Oote Oote Oote Boe!)
Want tot in onze tijd toe hebben zowaar heel wat totalitaire regimes de kracht van de dichter moeten ondervinden en zijn er zowaar (soms) aan onder door gegaan. Denk aan het succesvolle optreden van de dichter Vaclav Havel met Magna Charta 1977 in Tsjecho-Slowakije.
De filosoof Adorno daarentegen wilde, om een heel andere reden dan Plato, de poëzie verbannen. Volgens hem kon (mocht) er na Auschwitz geen poëzie meer geschreven. Maar dat zie ik anders. Juist na Auschwitz dient er méér dan ooit poëzie geschreven! Nooit en te nimmer moeten wij ons leven laten bepalen door die Mörder unter uns. .
Kortom, dat ik als dichter politiek in de loop van mijn leven steeds meer ben gaan beschouwen als poëzie, voortgezet met andere middelen, zo wonderlijk is dat toch niet?
Poëzie is weliswaar heden in de eerste plaats een schrijfdaad, een activiteit ‘op papier’, maar… daar kan en mag het niet bij blijven. De poëzie is ook een levenshouding….en die houding heeft dus uiteindelijk maatschappelijk-politieke consequenties. Dat is niet nieuw. In de 19e eeuw al noemde de Engelse dichter Shelly, de inspirator van onze Tachtigers, de dichter de ‘niet –erkende’ wetgever van de wereld.
In de opvatting, het dichterschap niet enkel als een talige activiteit, maar tevens als een politieke levenshouding voel ik mij thuis. Ik heb mij in mijn leven óók moeten manifesteren als jurist en criminoloog en zelfs als beeldend kunstenaar (tekenaar) , maar ik dit alles zie ik dus, achteraf bezien, ‘met de kennis van nu’ als dichtkunst, voortgezet met andere middelen.
Het komt er dus op aan een poëet-politicus te zijn, een maatschappijdichter .
De maatschappij een Gouden Opdruk bezorgen, ziedaar de taak van de dichter-politicus.     

Want de dichtkunst en in haar kielzog de andere kunsten, en in het kielzog daarvan de wetenschap -‘de houten poot van de poëzie’-kan ons op het goede been voorwaarts zetten.
De ware dichter-politicus brengt ons terug naar waar het om gaat. Zijn teksten zetten ons aan het denken over de aspecten van mens-zijn die onder de huidige heersende maatschappelijke condities verwaarloosd, ondergesneeuwd of zelfs rondweg ontkend worden..
Onze creativiteit wordt aangesproken. Shakespaere was onvolledig. Het is niet 'To be or not to be', het is 'To be creative or not to be!'
Poëzie kan ons laten zien, dat het ook anders kan. Dat wij kunnen leven zonder geweld, bijvoorbeeld. Poëzie, de geweldloze activiteit bij uitstek, herinnert er ons aan de macht van geweldloos protest.
Ook aan wat humor vermag. Aan de macht van het kleine. Small is beauyful! (Denk aan de haiku! ).Aan het broodnodige ‘alledaags verzet’. Ware poëzie trekt zich nu eenmaal niets aan van de de ijzeren regels van het protocollenjargon, de on-taal, die onze bureaucratische samenleving zo in zijn greep houdt. Er wordt een hoogst gedurfd onweerstaanbaar beroep gedaan op onze onbaatzuchtigheid . Onze hoop wordt weer gevoed.

Poëtische politiek

De twintigste eeuw heeft twee experimenten op het terrein van de poëtische politiek gekend. Beide vlak na de Eerste Wereldoorlog. 
De Litteratenrepublik en de Vrijstaat van Carnaro.

 Gustav Landauer Foto cco

Eén:de kortstondige radenrepubliek Beijeren, de Literatenrepublik genaamd, omdat daar prominent aan deelnamen twee (anarchistische ) litteratoren Erich Mühsam en Gustav Landauer.¹ Verder maakte er deel van uit de schrijver Ernst Toller, een onafhankelijke communist ( onafhankelijk van Moskou)..
De Literatenrepublik heeft helaas maar kort bestaan. Intern ondermijnd door de Moskou- getrouwe KPD-communisten en extern door het optreden van het Freicorps Ritter von Epp, dat de ‘opstand’ bloedig neersloeg.

Twee: de zgn. Vrijstaat van Carnaro, waarvan de grondwet … een gedicht was. Die republiek werd gesticht door de Italiaanse dichter en dandy Gabriele d’Annunzio in de stad Fiume / Rijeka, door hem eigenhandig met een particulier legertje, de Arditi, veroverd.
Ook die Vrijstaat heeft maar kort bestaan. De vrijstaat Carnaro heeft overigens indirect voor lange tijd de idee van poëet-politicus in diskrediet gebracht. Niet zozeer omdat deze vrijstaat letterlijk een vrijstaat was. De Vrije Liefde werd er enthousiast ( en in het openbaar !) beoefend, zowel door homo- als door heteroseksuelen. En wel zodanig heftig dat er een extra ziekenhuis moest worden ingericht, uitsluitend voor geslachtsziekten.
Nee, dat was het niet, maar vooral in diskrediet door Mussolini, die voor zijn jonge fascistische beweging veel van de ‘anarchofascist’ d’Ánnunzio overnam. Zoals bv. diens eindeloze balkontoespraken, maar ook d’Annunzio’s lijfspreuk ‘vivere pericolosamente’ ( een letterlijke vertaling in het Italiaans van Nietzsche’s Gefährliches Leben …), de titel Duce én de gepolijste kale kop: Testa di ferro . Zowaar valt hier een reminiscentie te bespeuren met de kaalkoppigheid van de Italofiel Pim Fortuyn in onze dagen.

Het ongelukkig lot van de Litteratenrepubliek en de Vrijstaat Carnaro heeft mij niet weerhouden om samen met de anarchist Hans Ramaer (en anderen) in 1993 opnieuw een poging te doen om poëtische politiek te bedrijven – zij het op veel kleiner schaal - door het stichten van een lokale poëtische partij, de Stadspartij Rotterdam. Omdat ik van mening ben dat een esthetisering van de politiek mogelijk en zelf gewenst is.

 Gabriele d 'Anunnzio Foto cco

De stijl van Carnaro, niet het programma

De stijl dus van Carnaro, maar niet het programma. Het Schone dient anders dan in Carnaro NIET losgekoppeld van het Goede en Ware. De broodnodige verandering van onze samenleving moet door een groen- rood programma. Verwezenlijkt op witte wijze.

Rood-Wit- Groen! Ik heb een (bruin)vermoeden hoe cynici tegen die kleurencombinatie aankijken. Die zien de Italiaanse vlag wapperen. Inderdaad Nederland Italianiseert. Die Italianisering is in onze parlementaire democratie, sterker nog, in hèèl onze samenleving, al veel verder is voortgeschreden dan wij denken .
Dè remedie tegen al dat fascistoïde gedrag is: de democratie (weer) lyrisch maken.
De Stadspartij Rotterdam was een (eerste) poging daartoe.

Hoe ziet een dichter-politicus de stad?

Als poëet-politicus zag ik naar de ‘stad’ als naar een tekst. Wat is er goed aan die tekst? Wat moet behouden blijven? Wat moet veranderd? Wat ontbreekt?
Als men de stad als tekst ziet, dan kan dat grosso modo op twee manieren ‘de stad als verhaal’ en ‘de stad als gedicht’. (In Italo Calvino’s boek De onzichtbare steden wordt de stad beschreven als poëzie ). In mijn concept ‘de stad als verhalend gedicht’ gaan deze twee visies in elkaar over.
Rotterdam heeft aan zijn ‘verhaal-kant een probleem, dat andere steden niet hebben. De stad heeft geen oude kern. Dat komt door het Bombardement van Mei 1940 …èn de keuze daarna om Rotterdam ‘weder op te bouwen’ als ‘Amerikaanse stad’ . Daardoor is zeer veel geschiedenis van Rotterdam in het luchtledige verdwenen. Mijn Stadspartij zag het o.a. als haar taak om Rotterdam zoveel mogelijk zijn geschiedenis terug te geven. Wie zijn verleden niet kent… . Het Brandgrens-projekt is daar het duidelijkste voorbeeld van. Dit wat de verhaal-kant betreft.
Het monument ‘Hommage aan Marten Toonder’ (‘Het Bommelding’), de Bint-plaquette in de Saftlevenstraat; de Kunsthalte op de Mauritsweg (de tramhalte bij het Museumkwartier )en het tot heden niet tot stand gekomen Pietje Bell-monument op de Mariniersweg gaan al meer de kant van de Poëzie op.
Die ontwikkeling vond haar hoogtepunt in het leggen van de haiku-tegels in de Karel Doormanstraat. ( De Karel Doormanstraat als ‘ de Weg van de Vrede’ ). Ook kwam er dank zij een motie van de Stadspartij een(tweejaarlijkse) Stadsdichter.
Wat de toekomst van Rotterdam betreft, die diende volgens ons, groen te zijn. Parken zijn dé poëzie van de stad. En tuinen. Daktuinen, geveltuinen, etc. daarbij inbegrepen. En de Fiets is het poëtisch vervoermiddel bij uitstek.

Poëzie moest Rotterdam ten goede gaan veranderen. En in het kielzog van Rotterdam, Erasmus’ (kosmische) Wereldhavenstad … héél de wereld.
In plaats van de neoliberale globalisering, de spiritueel –creatieve globalisering, de poetic global community.
Dat is nogal een vergezicht, lezer, dat ik u voortover! Maar dat vergezicht, dat toekomstperspectief, is onze enige hoop.

 

Voetnoot ¹ Gustaf Landauer heeft met zijn cultuur-anarchistische opvattingen grote invloed op de feministe, anarchiste en juriste Clara Meijer-Wichmann (1885 -1922) gehad, Aan haar opvattingen over de afschaffing van het strafrecht placht ik ruime aandacht te besteden in het door mij geven keuzevak ‘ historisch abolitionisme’ tijdens mijn n als docent strafrecht & criminologie aan de Erasmusuniversiteit. Clara Wichmann was de oudere zus van Erich Wichman (1890 – 1929), de kunstenaar, bevriend in Utrecht met Marsman en Bloem, die het Italiaans fascisme in Nederland introduceerde: Les extremes ce touche!

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

Manuel Kneepkens

Manuel Kneepkens

M.M.M. (Manuel) Kneepkens (Heerlen, 26 februari 1942) is een Nederlands dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. 

Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie.

Overzicht columns