zondag 20 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Foto Wim de Boek
24
aug

Het laatste woord

Uitgesproken bij het afscheid van Peter Bulthuis, zaterdag 22 augustus 2020, Hofwijk, Overschie.

Peter en ik hebben elkaar op een bijzondere manier leren kennen. In het begin van de jaren zeventig hadden we allebei een houtje-touwtje-jas, een zogenaamde Montycoat.

Op een avond waren we allebei in de sociëteit van de AMVJ aan de Mauritsweg. Bij het weggaan heeft een van ons de jas van de ander aangetrokken. Het toeval wilde dat in mijn jaszak een gedicht met mijn naam erbij zat. Zo hebben we elkaar leren kennen. 

Had ik in die tijd, in die krankzinnige jaren zeventig, een beter persoon kunnen treffen dan Peter Bulthuis? Ik denk het niet. We werden al snel bevriend en dat zijn we tot op het laatst gebleven. 

Hij bleek een gezin te hebben, zijn vrouw Willemien en drie dochters, kleine meisjes nog. 

Op zaterdagavond was er een soort salon waar een ruim glas werd geschonken en blokjes kaas en Kips leverworst met mosterd werden geserveerd. Vaste bezoekers in die tijd, ik zal ze nooit vergeten, waren hun bovenbuurvrouw tante Marielouise, een bejaarde schoonheid die in haar werkzame leven de Stoppage Parisien in de Robert Fruinstraat had geleid, haar levensgezel Oom Siem, die met een diaprojector langs scholen en verenigingen ging om beelden van het voormalige natuurreservaat De Beer te vertonen. De dochter uit een vorig huwelijk van tante Marielouise, Pim en haar amant Egon, die elders nog een gezin had. Ik wil maar zeggen, om met Reve te spreken, er was geen normaal mens bij. 

Peter had een bibliotheek die toen al indrukwekkend was en die in de loop der jaren als een snel groeiend gewas alle muren en vloeren van zijn beletage overwoekerde. Hoewel zijn kennis van de (wereld)literatuur indrukwekkend was, was een boek, een boekwerk, een geschrift, iets van papier en drukinkt voor Peter niet per se een voorwerp om te lezen. Het hebben, het kunnen vasthouden en doorbladeren, er iets over kunnen zeggen, het kunnen raadplegen, was reden genoeg om het aan zijn bibliotheek toe te voegen. En er waren andere verzamelingen, wandelstokken, pijpen, aanstekers, bouwplaten, enz. Er was een periode dat hij grammofoonplaten verzamelde voor een platenspeler waaraan de naald ontbrak. 

Alles had zijn belangstelling. Boeiend waren zijn complottheorieën, als hij uitvoerig uitlegde hoe bepaalde zaken werkelijk in elkaar staken. Niet altijd verifieerbaar maar wel heerlijk om te horen. En gelukkig kon hij zijn eigen serieusheid met een aanstekelijk lach relativeren. 

Op sommige mensen maakte hij de indruk van een Oblomov-achtig figuur, die nooit iets uitvoerde. Maar hij werkte keihard, hij was tekstschrijver van beroep, naast talloze losse opdrachten schreef hij een aanzienlijk hoeveelheid boeken over uiteenlopende onderwerpen, zoals over het Binnenstadsplan, over de honderdjarige geschiedenis van de Weduwe Van Nelle, over 500 Jaar Tabakscultuur, over het Groot Handelsgebouw, over Het Heerenhuis In Het Park, en niet te vergeten een prachtige verhandeling over de kleerhanger. 

Onvergetelijk zijn de vakanties die we in L’ Isle-Jourdain doorbrachten. Peter en Willemien hadden het dorp in de Vienne ontdekt, ze kwamen er al een paar jaar toen wij er ook heengingen. Verschillende vrienden en kennissen in Rotterdam kregen de indruk dat het een mondain lustoord was, en zijn er korte of langere tijd geweest. Maar eigenlijk was het een dorp van niks, een boerengat dat pas in de zomer opleefde als de familie Bulthuis was gearriveerd. De vrijdagavonden waren een feest, als bij het oude station van L’Isle- Jourdain door vrijwel het hele dorp jeu de boules of pétanque werd gespeeld, waar de equipe Buultwiese fanatiek aan deelnam. 

De etentjes in de Barrage en de Lion d’Or, de opgroeiende kinderen in het zwembad. Peter zelf verscheen soms aan de rand van het zwembad, eerder gekleed om een bergwandeling te maken dan om een duik te nemen. Hij heeft toen nog even overwogen om bij het instituut Bolle, ergens in Duitsland, zwemles te nemen of anders een schriftelijke cursus zwemmen te volgen. Maar dat is er nooit van gekomen.

Over Peter Bulthuis raken we voorlopig niet uitgepraat. Er is zoveel te vertellen. Maar ik moet het hier kort houden. Ieder die hem heeft gekend, zal zich hem op zijn of haar eigen manier herinneren. Zijn intelligentie, zijn eruditie, zijn vriendelijkheid, zijn behulpzaamheid, en niet in de laatste plaats zijn verschijning, zijn outfits van gentleman, van bon vivant ook, hij zag er niet tegenop in het tweedelige bleu de travail van de Franse werkman in de stad te verschijnen, tot op het laatste bestelde hij overhemden, vesten en pantalons bij een obscuur Oostenrijks postorderbedrijf. 

Wat mij vooral bij zal blijven en ik hoop een voorbeeld zal zijn, is zijn monterheid van gemoed tijdens zijn verblijf onder moeilijke omstandigheden in het verzorgingshuis Atrium in de Karel Doormanstraat. De vele tochtjes die ik met hem in de rolstoel maakte, om ergens wat te drinken of bij voorkeur naar het antiquariaat van Looijestijn in Donner, waar hij altijd wel weer een of meer boeken vond om te hebben. En op de terugweg steevast een bezoek aan de luxe banketbakkerij van Van Beek en Spekker voor een saucijzenbroodje en een appelkanjer. 

Vaak zaten we ook in de nis bij de ingang van Atrium zomaar wat te kletsen over van alles en nog. Dat zal ik nog het meest missen. Tot slot wil ik eindigen met een kort gedicht dat ik ooit voor hem schreef: 

Het laatste woord

De heer P.H.J. Bulthuis, de biograaf,

zal de laatste zijn van alle sprekers

en whisky drinken op een sarcofaag

uit een aanbieding van de fa Hellebrekers.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!