vrijdag 20 mei 2022

webZine over Stad, Cultuur
en Wereld

Chinese demonstratie tegen moordpartijen van aanhangers van de Republiek Indonesië in 1947. Foto Beeldbank Defensie
22
jan

Zogenaamd 'racistische' herinneringen

Mijn nieuwsgierigheid heeft me de meest fascinerende verhalen opgeleverd. Door mijn bijzondere interesse in de Tweede Wereldoorlog ben ik veel – op vakantie aan de Costa del Sol – naar een Engelse pub gegaan, om aan de oudere mannen te vragen: “How was your war?” ongelooflijke ervaringen werden mijn deel.

Bij oudere landgenoten, afkomstig uit het voormalige Oost-Indië, heb ik ook altijd van de gelegenheid gebruik gemaakt om hen naar hun ervaringen “in den Oost”te vragen. Het leverde me twee verhalen over de Bersiap op. 

Mijn vriend en oud collega vertelde me dat hij hoorde dat ze bevrijd waren net voor hij door de Jappen in een mannen kamp zou worden geplaats. Tenminste ze begrepen dat Japan had verloren en de oorlog was afgelopen, maar ze moesten voor hun eigen veiligheid in het kamp bij elkaar blijven. Op verzoek van enkele medebewoonsters kreeg hij – nog net geen veertien - na enkele weken de kans om met de trein naar een andere plaats te rijden. Onderweg werd de trein aangehouden door pemoeda’s of rampokkers, zoals mijn collega ze noemde. Alle blanken en chinezen werden ongeacht hun leeftijd of geslacht zonder pardon aan bamboesperen geregen en uit de trein gegooid. Hij had zijn leven te danken aan zijn donkere huidskleur, omdat de coupé waarin hij zat slechts terloops werd bekeken door de moordenaars.

Een andere vriend kwam met een wel heel bijzonder verhaal.

In het Jappenkamp, waar hij met zijn moeder en zusjes werd bevrijd, was er nog steeds gebrek aan eten. Daarom sloop hij het kamp uit om bij bevriende Indonesiërs (voormalige huisbedienden) voedsel en kleding te halen. Hij viel echter met zijn blonde haar op en daarom werd hem aangeraden niet meer te gaan. Op een gegeven moment was de nood zo hoog, dat hij er toch op uit werd gestuurd. Hij haalde rijst en ander voedsel, maar merkte op de terugweg, dat hij werd gevolgd. Op een pleintje aangekomen zag hij dat hij omsingeld werd door mannen met speren, die hem wilden insluiten. Toen ze op het punt stonden toe te slaan, hoorde hij toeteren. Op het plein kwam een Japanner aan die op een motor zat. Hij haalde zijn revolver tevoorschijn en gebaarde daarmee naar mijn vriend, dat hij achterop moest gaan zitten. De Pemoeda’s lieten hem passeren.

“Ja een Jap heeft mij het leven gered” besloot hij zijn ongelooflijke en beangstigende verhaal.

Deze verhalen mogen dus volgens de samenstellers van een tentoonstelling in het Rijksmuseum over de Indonesische onafhankelijkheid eigenlijk niet meer verteld worden, omdat ze racistisch zouden zijn. Mijn vrienden en ik zijn dus racisten.

Ze kunnen het leplazarus krijgen. De rambam is ook goed.  

Deel dit bericht met je vrienden!

Ronald Sørensen

Ronald Sørensen

Ronald Sørensen (Rotterdam,1947) studeerde biologie en geschiedenis en was 32 jaar leraar in het voortgezet onderwijs. Hij is medeoprichter van Leefbaar Rotterdam en was van 2011 tot 2015 lid van de Eerste Kamer. Vanaf 2016 schrijft hij columns voor RV&M.

Overzicht columns