vrijdag 27 mei 2022

webZine over Stad, Cultuur
en Wereld

Mijn egeltjes zijn er weer Foto C Gryn
21
apr

Drolblij!

Ja, u leest het goed: uw stukkiesschrijvert is drolblij, met de nadruk op de ‘R’.

Wat is nu het geval? Ik vond Paaszondag drie drolletjes in mij tuin. Dan hoor ik u zeggen: “Moet je daar blij mee zijn, dan?”. Jazeker! Ondergetekende was door het dolle. Mijn egeltjes zijn er weer! Had de avond ervoor eerst maar eens even drie schaaltjes kattenbrokjes en een grote schaal water neergezet: de nachttemperatuur was van dien aard, dat ze waarschijnlijk wakker zouden zijn.

En ik had gelijk. Leuk!!! Met een paar jaar pauze zorg ik al zo’n ruim dertig jaar dat de egels in mijn tuin te eten en drinken krijgen. Het huis waar ik geboren ben en bijna veertig jaar gewoond heb, had een grote tuin. Daar kwamen op een gegeven moment een stelletje egels buurten. Gelijk kattenbrokken wezen halen, en ze gingen dus nooit meer weg. Elke avond zorgden mijn moeder en ik dat er te eten stond. Dat resulteerde in steeds meer egels. Hele families kwamen er kanen, ook een aantal van die kleine prikkies.

Ze kregen allemaal een naam. En ze werden steeds tammer. Zó tam zelfs dat ik gewoon in de tuin zat, op mn knieën naast de schaaltjes, en die stekelige gebakkies zaten naast me te eten.

Toen ik bijna 20 jaar geleden in mijn huidige huisje terecht kwam, duurde het niet lang of ik kon weer kattenbrokken halen. Op het toppunt kwamen er elke avond zeven. Ja, u leest het goed: ZEVEN EGELS! Ze kwamen in ploegen: eerst de twee grootste, Prikkie en Kareltje, daarna een hele familie. Pa, ma en drie kleintjes.

Één van die kleintjes was bijzonder brutaal: kroop tot drie keer toe in de brokkenbak op een zondagavond. Drie keer buiten gezet, het dondersteentje kwam telkens terug.

En nu zijn er weer drie; waarschijnlijk de drie die hun winterslaap in mijn kleine tuintje hebben gehouden. Daar heb ik vorige herfst drie slaapplaatsen gefabriekt, op een beschutte plek. Met takken en bladeren, zo natuurlijk mogelijk. Stiekem zo nu en dan gekeken, en jawel; er werd blijkbaar gretig gebruikt gemaakt van die accommodaties.

Hoop alleen niet dat het er weer zeven worden: er ging dat jaar elke week ruim drie kilo brokjes doorheen! Plus de nodige meelwormen, rozijntjes en speciaal egelvoer. Kostte me elke week een klein vermogen. Nou ja, tikkie overdreven natuurlijk, maar kon het wel merken aan mijn huishoudbudget.

Er zou eigenlijk een subsidieregeling in het leven geroepen moeten worden voor mensen die egels voeren, lijkt me een strak plan!

Waar ondergetekende dan minder blij van wordt zijn de drollen van honden die niet opgeruimd worden door hun baasjes. Die honden kunnen er niks aan doen, die baasjes wèl!

Had het afgelopen herfst nog toen ik naar m’n auto liep. Halverwege mijn trip naar Krimpen, begon het ineens verdacht naar hondenpoep te ruiken in mn Up. Met ijzeren zelfbeheersing doorgereden naar de pont. Toen eens eventjes onder de zolen van mijn laarzen gekeken. Sakkerdesakker: tot in de kleinste profielgroefjes van m’n zolen zat de prut! En op de koppeling, en op de mat!

Briesend van verontwaardiging een handvol alcoholdoekjes gepakt, en daar zo goed en zo kwaad mee als het ging, alle bevuilde oppervlakten schoongemaakt. Welke idioot verrekt het om de uitwerpselen van z’n hond op te rapen? Als ik geweten had wie dat geweest was, had diegene een kadootje in zijn of haar brievenbus gekregen. Was er speciaal nog een envelop voor wezen halen. Met van dat bobbeltjes plastic erin. Was de verrassing des te groter geweest!

Maar niet alleen van vaste drollen kun je overlast hebben: wat te denken van vogelpoep. Hier bij mij op de parkeerplaats ben ik soms genoodzaakt mijn Uppie onder een boom te parkeren. ’s Zomers is dat geen punt, maar op andere momenten is het minder geslaagd. Kom je ’s morgen bij je karretje, zit je hele dak ónder. Dan moet je als de gesmeerde bliksem die zooi er af halen, anders brandt het zo lekker in als de zon op je autootje schijnt.

En dan hebben ‘ze’ het nog een keer gepresteerd om werkelijk mijn hele voorruit onder te schijten. En dat was notabene achter de zaak, waar toen nog geen bomen stonden.

Dan vraag ik me af: hoe krijgen ze dat voor elkaar? Spreken ze het af of zo? Dan zie ik in gedachten een hele zwerm spreeuwen met elkaar in conclaaf gaan:”Zullen we vandaag de schone witte Up van die drogist eens te grazen nemen, jongens?”. En dan hoor ik het hele spul gieren van de lach op z’n ‘spreeuws’.

Ben teruggelopen naar de zaak om een emmer heet water te halen, voordat ik aan de reis naar huis begon: je kon er niet meer door heen kijken!

Ik blij dat egels, katten en honden niet kunnen vliegen!

Deel dit bericht met je vrienden!