woensdag 16 juni 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Alexis de Tocqueville - Beinecke Rare Book & Manuscript Library, Yale University
22
mei

Democratisch vaccin voor een politieke pandemie

Er lijkt sprake te zijn van een politieke virusepidemie. En dat virus heet “neoliberalisme”. Onder invloed daarvan wordt de politiek vooral bepaald door simplistisch korte termijn denken en een inhoudsloze scoringsdrift. Beeldvorming is voor politici belangrijker dan visie op de aanpak van de grote vraagstukken die op de samenleving afkomen. Die worden op de lange baan geschoven. Naast veel loze beleidsvoornemens is hierdoor ook een diepe kloof tussen burgers en politiek ontstaan, waarmee een zielloze bestuurscultuur genadeloos werd blootgelegd. Naarstig zijn parlementariërs en beleidsuitvoerders nu driftig reflecterend op zoek naar “de menselijke maat” als vaccin voor deze pandemie.

 Deze diepe politieke en maatschappelijke crisis is vooral veroorzaakt doordat het politieke denken werd geïnfecteerd met de neoliberale ideologie. Om deze “epidemie” te bestrijden moet de economie weer ten dienste komen van mens, samenleving, natuur en milieu. En de balans tussen ‘welvaart’ en ‘welzijn’ weer in evenwicht worden gebracht. Daarom kan deze crisis alleen fundamenteel aangepakt worden via een verdieping en verbetering van de democratie. Want in een ware democratie kan de overheid nooit een tegenstander zijn; die is van ons allemaal. Burgers mogen de democratie niet overlaten aan politici.

 Alom klinkt de roep om “vertrouwen en de menselijke maat”. De liberale roerganger kondigt radicale ideeën aan maar komt niet verder dan wat procedurele aanpassingen. Weliswaar wordt nu dapper vanuit de politiek om een andere bestuurscultuur, om een democratische vernieuwing geroepen, maar wat houdt dat nou eigenlijk precies in? Over welke vorm van democratie zou het moeten gaan? In zijn Patterns of Democracy beschrijft politicoloog Arend Lijphart zo’n ‘zesendertig’ modellen van staatsorganisatie waarop het etiket ‘democratie’ kan worden geplakt. Hij toont aan dat zogenoemde consensusdemocratieën socialer blijken te zijn, met o.a. betere sociale voorzieningen, een betere milieubescherming, hogere uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking.

 Het lijkt daarom verstandig om weer eens terug te gaan naar de klassieke teksten die mogelijk politieke aangrijpingspunten bieden voor de beoordeling van de huidige status van “onze democratie” en voor zinvolle opties voor verbetering ervan. Teksten bijvoorbeeld als die van De Tocqueville’s “Over de democratie in Amerika”. Voor hem bestaat er zowel een democratische samenleving als democratische burgers. De Tocqueville vindt de inzet en inbreng van actieve democratische burgers van essentieel belang voor het functioneren van de democratie. Een gekozen parlementariër zal zich vooral democratisch moeten gedragen. En daar schort het nog wel eens aan, want veel parlementariërs wekken tegenwoordig de indruk geen flauw benul te hebben van wat democratie eigenlijk inhoudt. Hoe komt het toch dat essentiële democratische waarden zo verwaterd zijn?

 Samenlevingsvraagstukken zijn steeds complexer geworden, de crises stapelen zich op; dat maakt het des te noodzakelijker om ‘onze democratie’ opnieuw uit te vinden. “Radicale ideeën” als bestuurlijke vernieuwing, andere bestuurscultuur en stijl zullen opportunistische doekjes voor het bloeden blijken te zijn. Democratie is niet alleen een zaak van instituten, wetten, reglementen, protocollen, maar vraagt zowel van politici als burgers een democratische attitude. Daarbij gaat het om het accepteren van compromissen, geweldloos oplossen van conflicten, omgaan met diversiteit, en verdraagzaamheid. En om democratische waarden als empathie, gelijke behandeling en tolerantie, die gebaseerd zijn op de democratische triade “vrijheid, gelijkheid en broederschap”. Laat dat nou juist de kunst van een kritisch democratisch burgerschap zijn, dat kan bijdragen aan een samenhangende en rechtvaardige samenleving.

Deel dit bericht met je vrienden!