maandag 23 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Pim Fortuyn (links) in 1982, co-auteur 35 jaar SER. Foto Marcel Antonisse -Anefo cc
06
nov

De zoon van Maria en zijn sigarendoos (2)

(door Manuel Kneepkens)

Maar zo’n poëziemiddag tussendoor, dat kon wel even, dacht ik. Een week voor het optreden, las ik de brief nog eens. Ditmaal nauwkeurig. Ik had in de gauwigheid een cruciale zin over het hoofd gezien: “Wij hebben uw Maastrichts Sprookje ‘de H. Eulalius van de Luiker Bossen’ van het Internet geplukt. ..! Wij concluderen daaruit dat u van katholieke afkomst  bent... en dus vast veel van Heiligen weet.  Zou u het bij ons op onze jaarlijkse  culturele middag over Heiligen willen hebben?”
Heiligen! 
Ik kon dus niet aankomen met mijn gebruikelijke riedel diergedichten: De Zebra. De Leeuw. De Roodmaanvogel ( Meneer Kneepkens, 'de Roodmaanvogel bestaat niet!'. 'Mevrouw, dat is nou het aardige van poëzie, in het Rijk van de Poëzie bestaat hij wel degelijk!'). En het was nu rijkelijk laat om af te zeggen. 

Maar heiligen… ja, die lieden met gouden aureolen om hun hoofden, ze zijn me bekend. Uiteraard. Daar staat een jeugd in Zuid-Limburg garant voor. 
Sint Franciscus, patroon van de dieren, om maar eens eentje te noemen, mijn favoriet, diens geschiedenis kende ik tamelijk goed . 
En dan heb je hier in de Rijnmond de heilige Lidwina van Schiedam. Het meisje dat na een schaatsongeluk tot haar dood toe het bed moest houden.
Ze opende keer op keer haar eigen wonden. Om maar te kunnen blijven lijden! Voor Christus onze Heer! Vandaag de dag zou die Lidwina vast en zeker beschouwd worden als een psychiatrisch geval, een klassieke casus van zelfverminking. Het kan verkeren.

Wie had je nog meer?

Aan Willibrordus zou ik aandacht moeten besteden. Want die had het geloof vanuit Ierland naar de Lage Landen gebracht. En aan Bonifatius, zo laaghartig door de Friezen vermoord. Bono had wél even tevoren hun Heilige Eik laten omhakken! Bono had toch kunnen bedenken dat zoiets geheel verkeerd zou vallen.

En dan heb je, uiteraard, nog Sint Nicolaas… Alom bekend en geliefd. Op pakjesavond zelfs door notoire atheïsten! 
Franciscus… Lidwina…Willibrordus… Bonifacius… Sinterklaas…had ik daarmee een middag vullend programma? Dacht het niet. Mijn kennis over heiligen was te pover. 

Ik moest het Heiligenboek op de kop tikken! Er zat niets anders op. Het boek van de Rooms Katholieke Kerk, waarin aangetekend staat op welke dag welke Heilige dient vereerd te worden plus in het kort diens levensgeschiedenis. Maar hoe daaraan te komen? Ik had het contact met het geloof van mijn kindertijd inmiddels vrijwel verloren.

De enige Man Gods die ik kende in Rotterdam, was dominee Taco Noorman van de (Hervormde) Laurenskerk. Lag niet voor de hand, dat hij er het Heiligenboek van de Rooms-Katholieke kerk op na zou houden, maar misschien kon hij het Boek voor mij lospeuteren bij een bevriende roomse geestelijke.   
Taco was en is immers zeer van de oecumenische kant. .  

Ik bofte. Oecumeen Taco Noorman bleek het boek zowaar zelf te bezitten! Ik mocht het per direct lenen. 
Ik pakte de zaak nu grondig aan. Iedere avond nam ik een aantal heiligen door. Tenslotte had ik alle heiligen op een rij en kon ik met een min of meer gerust hart naar Scheveningen vertrekken. 
Daar zaten de vrijwilligsters al aan de koffie én… de enige vrijwilliger ( de verwarmingsmonteur van de kerk, zo bleek later)

Hoe word je een heilige? Daar begon ik mijn lezing mee. Wel, allereerst diende je rooms-katholiek te zijn, natuurlijk Maar dat is bij lange na niet genoeg. Er dienen wonderen te geschieden. Minstens eentje voor de zaligverklaring. En vervolgens minstens nog eentje voor de heiligverklaring.
Zo’n wonder is bijvoorbeeld sterven in de geur van heiligheid. Toen de heilige Teresia van Lisieux overleed, verspreidde zich prompt een geur van rozen door het sterfvertrek, zo hemels, daar kon geen Chanel No 5 tegenop. Teresia werd op slag heilig verklaard.
Heiligen zijn immers zuiveren! Per definitie stinken die dus niet! Aspirant – Heiligen worden er om opgegraven. Blijkt hun lichaam dan na al die jaren onaangetast, dan telt dat dus zwaar voor de heiligverklaring.
De dames hingen aan mijn lippen. En zelf de enige man in het gezelschap scheen geïnteresseerd.
En toen werd ik overmoedig… en hoorde ik mijzelf zeggen:
“Roept u maar! Roept u maar een heilige!”
Had ik behoefte aan een stoot adrenaline? Aan Gefährliches leben? Vivere pericolosamente?
Te laat. 
Daar begon het geroep al!
“De heilige Johannes Nepomuk!”

Lelijk ten val gekomen bij het schaatsen. Lidwina van Schiedam Afb. Jan Dunselman (1863-1931) cc

“De heilige Johannes Nepomuk was de aartsbisschop van Praag en de biechtvader van de koningin van Bohemen. Haar man, koning Wenscelaus, was een achterdochtig type. Hij dacht dat zijn vrouw er een minnaar op na hield. Indien dat zo was dan was dat natuurlijk een fikse doodzonde, die uiteraard gebiecht diende te worden.
Als er dus iemand was in Praag, die zou weten wie de minnaar van de koningin was, dan was dat Johannes Nepomuk wel.
Dus ontbood de koning de aartsbisschop op het paleis en verzocht hem de naam van de minnaar van zijn vrouw te noemen.
Maar Nepomuk weigerde. Niks daarvan! Het biechtgeheim! Toen ontstak de koning in woede en hij liet Johannes Nepomuk met zijn tong ² vastspijkeren aan de brug over de Moldau!”

Zo’n verhaal hoef je maar een keer te lezen en het blijft je voorgoed bij.
Eigenlijk was het amper een uitdaging. Iedere ochtend kwam heilige broeder Irenaeus zijn werkplaats binnen en hing dan zijn jas op aan een zonnestraal Heilige Irenaeus , bid voor ons! De meeste heiligen zijn zo buitenissig van karakter en/of ondergaan zulke buitenissige gebeurtenissen, dat het memoriseren daarvan eigenlijk niet al te veel problemen op levert. 

Tenslotte hield het heiligengeroep van de Dames op
En toen gebeurde het. 
De  man stond op, de enige man! Benieuwd, welke heilige hij…
En de man zei “Meneer K., u bent behalve dichter ook raadslid in  Rotterdam, wat denkt u van Pim Fortuyn?”

En ik hoorde mijzelf antwoorden  “Meneer , ik ben hier uitgenodigd  om over heiligen te spreken… en die Pim Fortuyn van u, dat is geen heilige!”
Waarna ik er zowaar ook nog de volgende ‘geestigheid’ uit wist te persen: “Iemand die dark rooms bezoekt…, dat is geen rooms- katholiek!” 
Want plotseling zag ik de overeenkomst tussen de biechtstoel en de dark room. Twee duistere ruimtes voor 'loutering'zal ik maar zeggen.

Ik incasseerde de boekenbon en de bloemenruiker voor mijn vrouw en vertrok richting de Heilige Stad. Niet Rome, maar…,Rotterdam.
Sanctus Wilhelmus Fortunatus, patronus homosexualium, ora pro nobis!

Heilig Pimmetje, Bidt Voor Ons! 

Deel 1 van deze column verscheen op V&M op 5 november 2020 (De tekst is een bewerking van de auteur van 'Sint Pim, bid voor ons' op Stadslog Rotterdam, 13-8-2018 ).

Naschrift in Coronatijd:

Pim heeft de Rooms-Katholieke kerk dus nooit verlaten. Ik wel. Allang. En ik kom pas terug als er een vrouw tot paus is benoemd!³

In afwachting van de grootse gebeuren doe ik de Kerk een afscheidsgeschenk. Wat dat heb ik tot heden nagelaten. En dat voelt niet goed. Want juist, als men definitief uit elkaar gaat, moet men dat zoveel mogelijk.... als vrienden doen– aldus Gandhi, niet voor niets de Mahatma ,de 'Grote Ziel' heet. 

En wat is een beter geschenk voor een kerkgemeenschap dan een gebed? Ik schenk de Kerk dus een gebed, en wel een gebed toegesneden op de huidige  Corona-pandemie.   
Toentertijd in 2002, tijdens mijn grondige exercitie door het Heiligenboek van de Rooms-Katholieke Kerk, ben namelijk ik de Heilige Corona tegen gekomen. 
Haar einde kon je moeilijk vergeten, zo gruwelijk was dat.

Haar drama speelt zich af in de tweede eeuw na Christus in Egypte, toen onderdeel van het Romeinse Rijk. Corona , zestien jaar oud, werd, omdat zij de oude goden openlijk had afgezworen, en zich vurig tot het christendom bekeerd had, gehangen tussen twee naar elkaar gebogen palmbomen. Die palmbomen liet men terugzwiepen, zodat het lichaam van de Heilige Corona... uiteen werd gerukt!

Sindsdien wordt zij vereerd als martelares  en zijn er van haar lichaam relikwieën vervaardigd.
Die bracht de Rooms-Duitse keizer Otto IIII in 997 naar Aken, waar ze in de tombe onder de Dom bewaard worden.
Aldaar in Aken, maar ook wel elders in Europa, wordt zij sindsdien vereerd als  de Patroonheilige … voor het doorstaan van Pandemieën !

En dit is mijn gebed:

Heilige Corona, martelares
sloop die naamgenoot van u, dat virus
opdat het ons niet met de dood vaccineert. Amen 

Bidt het voort! Baat het niet dan schaadt het niet!

 

Deel dit bericht met je vrienden!

Manuel Kneepkens

Manuel Kneepkens

M.M.M. (Manuel) Kneepkens (Heerlen, 26 februari 1942) is een Nederlands dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. 

Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie.

Overzicht columns