zondag 20 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Herodotes en Thucydides. Foto Gabor CC
23
aug

De schreeuw van Sørensen

Steeds opnieuw verbaas ik mij over de tenenkrommende columns van de heer Sørensen. Ook zijn column van 11 juli blinkt niet uit door duidelijkheid. Die komt tamelijk warrig over en springt van de hak op de tak. Enige lijn valt in zijn betoog niet te ontdekken. Dit keer ging het over de vraag “Geschiedenis veranderen?” en hij geeft daarbij maar gelijk het antwoord: “Weerbarstig gedoe”. Kern van het betoog is de schande van het hedendaags besmeuren en beschadigen van beelden. Hij stelt dat ons land hierdoor geteisterd wordt en suggereert daarbij dat de daders anderen hun gelijk op willen dringen.  Sørensen vindt dat dergelijke gebeurtenissen schreeuwen om onderzoek en verdieping. Geen gek idee. Je zou dat de ‘Schreeuw’ van  Sørensen kunnen noemen. Mooie vondst ook van onze historicus: “geschiedenisveranderaars” een woord ook met hoge letterwaarde bij het scrabble. Maar wie zijn dat dan die veranderaars, vraag ik mij af. Bedoelt hij dan rebellen of revolutionairen of zijn dat de iconen uit de canon. Of zijn het die kleine rebellerende groepjes die onze vaderlandse “helden” in een kwaad daglicht willen stellen? Of zijn het de hedendaagse beeldenstormers?

Overigens lijkt mij zijn vraagstelling best wel interessant, maar dan zal eerst vastgesteld moeten worden of hier bedoeld wordt dat het alleen om feitelijke gebeurtenissen gaat. Dan zouden we snel klaar zijn, geen weerbarstig gedoe dus. Veel interessanter is de vraag wat er achter de feitelijke gebeurtenissen schuil is gegaan en hoe het zo allemaal gekomen is, want daaruit valt misschien nog wel het een en ander te leren. Een gedoe zou ik dat niet willen noemen, maar het weerbarstige van Sørensen komt nu wel om de hoek kijken. Dan gaat het over geschiedschrijving die gebaseerd moet zijn op gedegen fundamenteel onderzoek. Daarbij vormen context en causaliteit belangrijke uitgangspunten. Die beschrijving zelf is niet te beschouwen als wetenschap, maar vraagt wel om een onbevooroordeelde benadering. Historisch onderzoek lijkt mij dus wel een wetenschap, omdat daarbij een open en kritische vraagstelling, nuancering, relativering en toetsing essentiële voorwaarden zijn.

Of je met weerbarstig gedoe de geschiedenis kan veranderen blijft de grote vraag. Zo is het verdwijnen van nazi-symbolen, waarnaar  Sørensen verwijst, geen enkele garantie voor het verdwijnen van het fascistische denken. Ook probeert Sørensen steeds opnieuw het fascisme en communisme over één kam te scheren. Tja, maar stokpaardjes berijden hoort volgens mij niet thuis in geschiedschrijving en onderzoek. Een nogal a-historische benadering door deze historicus die getuigt van een beperkt inzicht in de ontstaansgeschiedenis van beide politieke bewegingen.

Naast het weerbarstig gedoe van “geschiedenisveranderaars”, lijkt mij het verkrijgen van inzicht in de grote lijnen van de geschiedenis toch iets belangrijker. “Alleen door de patronen van vooruitgang en catastrofe te begrijpen, die de mensheid vanaf het Stenen Tijdperk hebben herhaald, kunnen wij daar lering uittrekken”, betoogt de Engelse historicus Ronald Wright. Bij de val van vorige, oude beschavingen is sprake van drie verschijnselen die gewoonlijk gelijktijdig optreden: ontwikkelingen lopen uit de hand, het leiderschap faalt en uiteindelijk stort het geheel onvermijdelijk in elkaar. Met een op hol geslagen groei van de bevolking, de consumptie en technologie worden wij geconfronteerd met een moorddadige aanslag op onze planeet. Maar de huidige bekrompenheid – wij kijken alleen naar de bal en niet naar het spel – lijkt mij daarom erg gevaarlijk.

Deel dit bericht met je vrienden!