vrijdag 27 mei 2022

webZine over Stad, Cultuur
en Wereld

Wimpers half weggeschroeid Bld. pixa
28
apr

De fik er in!

Om maar met de deur in huis te vallen: ik mag graag fikkie stoken. Als dochter van een brandweerman heb je dat gewoon in je genen zitten. Mijn paps was, zoals ruim 50 jaar geleden gebruikelijk was als ondernemer, bij de vrijwillige brandweer. Naar goed gebruik behoorden daartoe zo’n beetje alle middenstanders in Sliedrecht.

Zoals daar waren: de bakkers, de slagers, de schilders en dus ook mijn pap, elektricien.

Als er ergens brand was werden ze opgeroepen om te gaan blussen. Eerst telefonisch, later droegen de spuitgasten een zogenaamde pieper. Als die pieper ging, werd ter plekke het werk neergegooid, hees men zich in het pak, sprong in de auto en spoedde zich naar de kazerne. Van daaruit reed de hele dienstdoende ploeg met toeters en bellen richting de brand.

Als het een grote uitslaande brand was die lang duurde, was het gebruikelijk dat de echtgenotes van de mannen met koffie en broodjes naar de brand kwamen, om de broodnodige energie aan te leveren.

Één grote brand staat in mijn geheugen gegrift: die van de plastiekfabriek. Heb er nog een paar foto’s van. Als klein kind heeft dit diepe indruk gemaakt. Één grote vuurzee, met roetzwarte wolken daarboven drijvend. Met een heleboel brandweermannen rondom het gebouw, uit alle macht trachtend het verwoestende vuur te blussen. Uiteindelijk is er niet veel meer van de  fabriek overgebleven.

Maar niet alleen bij branden stonden ze paraat. Ook als het weer eens hoog water was ging de brandweer de kelders van de huizen buitendijks leegpompen. Zo ook bij ons thuis. Die hoge waterstanden werden meestal al een aantal dagen tevoren voorspeld, en de echtgenotes begonnen direct dingen te regelen. Vooral soep koken, en broodjes klaarmaken. Na de klus ging de hele bups met elkaar eten bij één van hen thuis. Aangezien wij een grote woonkeuken hadden, werden onze kelders meestal het laatst leeggepompt, zodat het hele spul daarna direct kon aanschuiven voor soep en broodjes. Als kind vond ik dat reuze spannend, en zat gezellig mee te eten te midden van al die grote kerels in brandweerpak. Geweldig vond ik dat!

En later, als wat groter kind vond ik het fantastisch om vuurtje te stoken. Ik had daar in een “brother in crime”, mijn één jaar oudere neef, die iets verderop aan de dijk woonde. Die had altijd wel lucifers of aanstekers bij zich, en hield ook van een lekker fikkie. Vooral in het najaar, als de appels van onze boom rijp waren. Appels poffen! Dat je daarna vaak vreselijke kramp in je buik kreeg namen we voor lief. Vuurtje stoken in de griend, het liefst zo veel mogelijk dikke rookwolken veroorzaken door vochtig riet en rietpluimen op het vuur te gooien. Vervolgens stinkend van de rook thuiskomen en op je sodemieter krijgen van je mams…

Nog later, als volwassene vond ik ouderwets barbecuen hèt toppunt. Lekker relaxed een goeie fik stoken, met kooltjes en aanmaakblokjes, eerst de camping effe blauw zetten en dan aan de bak met vlees en groenten! De laatste buurvrouw van pleegpa- en ma was niet bepaald blij met mij. Sowieso mocht ze me niet, want ik ben stapelgek op dieren. Daardoor zorgde ik er voor dat er allerlei spul bij de caravan liep. Van eenden, honden en katten tot aan Friesche paarden. En die zorgden in de ogen van de Generaal, zoals ze door pleegpa-en ma genoemd werd , alleen maar voor overlast door, ik citeer, “overal te schijten”, vooral op háár erf!

Maar soms kan het ook vreselijk misgaan met vuur. Ik mag soms graag een peukkie roken. Zo ook een hele tijd geleden: wilde er één opsteken maar realiseerde me ineens dat ik geen aansteker of lucifers in huis had, alleen een elektrische gasaansteker. “Nou ja, dan maar effe het kleinste gaspitje aan en die peuk er boven”. Zo gedacht, zo gedaan. Ik met peuk in m’n mik schuinweg boven de gaspit en het lukte! Nou ja, de brand stond in mijn peuk maar tegelijkertijd rook ik een schroeilucht van hier tot Tokio.

Toen ik verschrikt in de spiegel keek zag ik dat mijn wenkbrauwen en wimpers half weggeschroeid waren: te dicht op het gaspitje gehangen…Met die wimpers en wenkbrauwen is het gelukkig weer goed gekomen, maar ik heb hier één ding van geleerd.

 Zorg dat je altijd aanstekers of lucifers in huis hebt, liefst nog allebei!

Deel dit bericht met je vrienden!