vrijdag 6 augustus 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Lidwina maakt een lelijke val en redt Schiedam Bld. Johannes Brugman cco
13
jun

De Bloemist van Maria (10) Was er in Rotterdam ooit een Mariaverschijning?

(Vervolg van 'De Bloemist van Maria,' 9) Wacht eens even, Maan, nou valt mij plots iets in. Zou die Gerard Reve misschien wel dáárom bij ons, in het bisdom Roermond, zijn gaan wonen, in Weert, omdat ons bisdom onder speciale patronage van Maria staat?
Dat kan haast niet anders ná zijn voor mij onbegrijpelijke keuze voor Greonterp in Friesland. Dat protestantenvolkje daar, die heeft ooit zonder boe of bah Sint Bonifacus om zeep geholpen. Wat heeft een katholiek daar te zoeken? Hoewel het dorp Blauhus, waar dat Greonterp als buurtschap deel van uitmaakt, een van de weinige katholieke enclaves in Friesland is, dat weer wel. En Friesland heeft zowaar ook nog een Zalige opgeleverd, Titus Brandsma. Misschien komt het met de Friezen ooit nog goed.
En wat Amsterdam betreft, Maan, daar heb je ook nog de schuilkerk Onse Lieve heer Op Solder en de schuilkerk De Papagaay in de Kalverstraat.  Amsterdam is een hoogst katholieke stad. Zij het ondergronds. Maar jouw Rotterdam...het heeft in al die eeuwen niet één zalige opgeleverd , laat staan een heilige. Kom me niet aandragen met Erasmus, die ketter. Dat schiet niet op.
En … was er ooit een Mariaverschijning in Rotterdam? Maan, Maria kijkt wel uit.
Waarom Kerk nu uitgerekend een bisdom in Rotterdam heeft menen te moeten stichten. Schiedam had veel meer voor de hand gelegen. Daar vereren ze de Heilige Lidwina, het meisje dat zogezegd omwille van God 'een scheve schaats reed. Daar kun je nog katholiek zijn. Daar nog wel

In dat kille Rotterdam van jou is dat onmogelijk. Bovendien wemelt het bij jullie van de moslims. Kom toch gauw zurück naar de Heimat, jongen, dan nemen er een op het Vrijthof. Want, zeg nou zelf, waar ter wereld smaakt de Wieckse Witte beter dan bij ons in Maastricht?”

En inderdaad, dat kan ik niet anders dan beamen, de steeds zeldzamer keren dat ik nog in Maastricht kom. Steeds zeldzamer, ja, want wat heb ik daar nog te zoeken? Ik heb er nauwelijks familie meer. Mijn ouders zijn inmiddels overleden, allang. Al mijn ooms en tantes ook. En mijn neven en nichten zijn her en der over Nederland verspreid geraakt. Eigenlijk heb alleen nog maar Chrétien.
Als ik in Maastricht ben, houdt hij – het is een ware vriend.- mij joviaal vrij bij onze rondgang langs alle cafe's aan het Vrijthof en vervolgens, een stuk wankeler, langs alle cafe's op de weg terug naar het station. Want ik ga tegenwoordig nog op dezelfde dag terug naar het Noorden.
Vroeger bleef ik wel bij Chrètien en Roos logeren. Maar dan werd ik op de nodige alcoholische afzakkers getrakteerd in hun huis, voordat ik eindelijk het bed in mocht. Dan was het al gauw vijf uur in de ochtend. Dat kòn gewoon niet langer.

Ik pleeg mijzelf te definiëren als een lichte alcoholicus (vier glazen per dag ), maar mijn vrouw, de rustend huisarts van Delfshaven,  presteert het om dat aantal... typisch het getal van een zware alcoholicus in zijn beginfase te noemen. En alcoholici, daar heeft ze het niet op. Teveel van die trillende Korzakow-types in haar praktijk gehad.
Ik vertel haar daarom dus nooit van zijn leven niet, wat ik in Maastricht op zo'n kroegentocht met Chrètien zoal aan alcohol naar binnen sla. Want dan volgt er geheid een sermoen. Dus nog dezelfde dag terug naar Rotjeknor.

Een laatste afzakkertje nog in de bar van hotel L' Empereur tegenover het Station - Cognac Napoleon uiteraard, de coleur locale vereist dat -, en dan zowat op handen en voeten de laatste trein in naar de Randstad. Waarbij ik dank zij al dat overvloedig drankgebruik prompt in slaap val. Om op een gegeven moment, soms voorzichtig, soms ruw, wakker te worden geschud door de diensdoende conducteur. Meestal zijn we dan Dordrecht al voorbij. Gelukkig net op tijd voor Rotterdam.
Altijd zeg ik dan bij het afscheid nemen daar op dat vroegnachtelijk perron in Maastricht, waarbij Chrétien en ik ons langdurig omhelzen en almaar amicaal op elkaars schouders slaan, zoals dronken lieden, dat wereldwijd plegen te doen:

“Chrétien, kom jij nu ook eens naar Rotterdam. Dan kan ik eens wat aan gastvrijheid terug doen. Heus, bij ons in Rotterdam is ook Horeca. Dan trakteer ik je bovendien op een diner in het restaurant van de Euromast. Of in het visrestaurant Zoutzee- als je op vrijdag komt, oude katholiek - of in de Ballentent, Jaren Vijftig-Rottterdamser dan dat etablissement kan bijna niet.
En...een culinair journalist in Rotterdam wordt bepaald niet met minder egards behandeld als een culinair journalist in Maastricht.
Ik krijg in de Rotterdamse Horeca altijd het beste van het beste voorgeschoteld. Dat is niet anders dan bij jullie. Vaak ook blijkt de genoten maaltijd plotseling 'namens het huis' te zijn. Of komt er plotseling een extra fles goede wijn op tafel. Gratis.
Op een slechte beoordeling in Het Nieuws van Rotterdam zit namelijk niemand in de Rotterdamse horeca te wachten. Al evenmin als de horeca van Maastricht in de Gazet .
Ik weiger zo beleefd mogelijk. Meestal. Want ik moet goed oppassen dat ik niet de corruptie inga. Mensen uit Limburg hebben toch al zo'n slechte naam op dat gebied.

En dan zegt hij:“Maan, natuurlijk, Maan. Dat gaan we doen. We bellen elkaar. Ik zweer dat ik je ga bellen.”

Maar het gebeurt nooit. Limburgers, die zeggen altijd ja, nooit nee, zoals hierboven al vermeld. Het is goed bedoeld. Uit overbeleefdheid. Ze weigeren niet graag. Ze willen namelijk niemand voor het hoofd stoten. Maar het werkt natuurlijk faliekant de andere kant op. Het maakt ons, Limburgers, in de ogen van onze mede-Nederlanders notoir onbetrouwbaar. Landgenoten, dit is een oproep. De diepe behoefte om de medemens almaar te pleasen, stop daar mee. Nu.

Lees volgende zaterdag het vervolg van De bloemist van Maria:  ' De omroep TARVO-BROS'

Deel dit bericht met je vrienden!

Manuel Kneepkens

Manuel Kneepkens

M.M.M. (Manuel) Kneepkens (Heerlen, 26 februari 1942) is een Nederlands dichter, publicist, politicus en jurist-criminoloog. 

Na het gymnasium op het Bernardinuscollege ging hij in Leiden rechten en criminologie studeren. In 1971 vertrok hij naar de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Daar was hij 23 jaar docent strafrecht en criminologie.

Overzicht columns