vrijdag 13 december 2019

webZine over stad & cultuur
en wereld

Geschreven door: Alek Dabrowski
01
nov

Caf├ęgebaren

In mijn vorige cafécolumn schreef ik dat goed barpersoneel tijdens het bedienen zuinig is met woorden. Hij of zij leest de stamgast en begrijpt waar behoefte aan is. Dit gaat gepaard met kleine gebaren die iedereen begrijpt. Wijzen naar een leeg glas of een kort knikje is voor een goede barman/vrouw voldoende om in actie te komen en bij te schenken. Soms is één seconde oogcontact genoeg om de wens van een drinker te begrijpen.

Er zijn gebaren in het caféwezen die algemeen worden begrepen. In de rondte draaien met je vinger betekent een rondje voor het hele gezelschap waarmee je vertoeft. Ieder welwillend gebaar rond een leeg glas betekent bijschenken, maar de vlakke hand heen en weer bewegen wil zeggen: kappen, ik heb genoeg. Een klokbeweging met de lege hand: wil je wat drinken van mij?

Het is niet vreemd dat er een veelheid aan cafégebaren bestaat. De alom aanwezige muziek maakt een conversatie lastig. Om toch boven het geluid uit te komen verheft de bezoeker vanzelf de stem. Het resultaat is dat op drukke dagen aan de tap mensen om het hardst tegen elkaar aan staan te brullen. De inhoud van de gesprekken is meestal niet zodanig dat je wordt geacht er adequaat op te reageren. Wanneer er belangrijke informatie uitgewisseld moet worden – zoals: lust jij er nog één? – dan is goede communicatie een vereiste. Gebarentaal is de logische oplossing.

Sommige gebaren worden als onbeleefd gezien. Met je vingers knippen is iets uit een vorige eeuw, toen er nog rangen en standen bestonden. De ober wordt ermee gecommandeerd te komen. Soms zie je een bruingebrande zeventiger met volle grijze snor een terras betreden. Hij heeft net aangelegd met zijn dure jacht en heeft trek in sherry. En jawel, hij knipt met zijn vingers om het personeel tot snelheid te manen. De jonge serveerster voelt zich niet eens beledigd. Zij neemt zwijgend de bestelling op. Overkomt dit een oude rot, dan zal hij tergend langzaam de bejaarde VVD-er benaderen en er nog langer over doen de gewenste drank uit te serveren.

Het is dus oppassen met sommige gebaren. Mijn vader maakte bij het afrekenen als van vanzelfsprekend het gebaar alsof hij iets in de lucht schreef. Ik heb dat overgenomen, maar wordt vaak door vrienden gecorrigeerd. Het gebaar zou onbeleefd en onbegrijpelijk zijn. Toch wordt het in binnen- en buitenland geaccepteerd. Misschien omdat men, gezien mijn andere handelingen – restje bier wordt leeggedronken, jas wordt aangetrokken – begrijpt dat ik wil betalen. Of men is allang blij dat ik vertrek.

Bij toeval stuitte ik op een lijst van gebarencafés. Bij nader bestudering begreep ik dat het ging om cafés, waar avonden voor doven worden georganiseerd. Het eerste gebarencafé opende in 1999 in Ede. Nu zijn er tientallen in Nederland. Ik zie toekomst in deze caféavonden. Het muziekvolume neemt almaar toe. Daarnaast is de keuze aan met name lokale biertjes schrikbarend toegenomen. Kunnen doven gebarentolken geen colleges geven aan bezoekers van rumoerige cafés? Met een paar lessen leer je de gebaren voor het hele drankenassortiment. Over de bar heen schreeuwen en daarmee het personeel bevuilen met je speeksel is dan niet meer nodig. Je staat in de Eurotrash en hebt trek in een Kaiser Küttlipp II. De naam van dit bier uitspreken, boven de heavy metal muziek uit, is onmogelijk, dus je maakt het bijpassende gebaar. Wat dit gebaar zou moeten zijn, dat mag een doventolk voor ons uitdokteren.

Deel dit bericht met je vrienden!