Eergisteren op de presentatie van het boek “de voorzitter” over ex-voorzitters Harry van Raaij (PSV), Jorien van den Herik (Feyenoord) en Michael van Praag (Ajax) leek het wel alsof er in de vorige eeuw geen enkele rivaliteit was tussen de clubs. Ik vroeg de voorzitters wie nou eigenlijk de beste van de drie was, maar ik kreeg weinig anders dan diplomatieke antwoorden.
“Ik ben het in ieder geval niet” was het snelle antwoord van Jorien van den Herik. Harry van Raaij nuanceert: “Ik denk dat wij heel goed met elkaar overweg konden, omdat we zo verschillend waren, en dat was heel erg belangrijk. Op bepaalde gebieden was de één beter dan de ander, en de één slechter dan de ander. Daarom was het juist sterk dat we samenwerkten.”
Na van Raaij komt Michael van Praag aan het woord. Hij is lovend over zijn collega: “Harry was de visionaire voorzitter uit die tijd, als het ging om de grote lijnen. Denk aan de BeNeLux-competitie. Harry had de gave om zich boven het clubbelang te zetten. Hij gaf zijn visie op het voetbal in Nederland.”
Van Praag vervolgt: “Jorien is een ander persoon. Hij gaat recht op zijn doel af, ik ben zelf meer een diplomaat. We hadden in die tijd nogal wat overleg, daarin waren we het ook wel eens oneens, maar dat is nooit naar buiten gekomen. Als topclubs waren we één gezicht naar buiten toe. We zijn nooit rollebollend over straat gegaan, anders zouden we ook niet van onze supporters mogen verwachten dat niet te doen.”
Ondertussen was er ook voldoende lof voor van Praag en van den Herik. Louis van Gaal noemde zijn goede vriend van Praag vorige week nog een “visionair” door hem aan als jonge hoofdcoach aan te stellen. Leo Beenhakker sprak gisteren uit dat hij van den Herik mist: “Ik weet dat een kleine groep opgelucht is dat jij weg bent, maar de meeste mensen binnen en rond Feyenoord betreuren jouw vertrek nog dagelijks. Verdomme Jorien, ik mis je. Je was een groot voorzitter, net zoals Van Praag dat was bij Ajax en Van Raaij bij PSV.”




