Werkgevers pushen terecht de haven

(Door Hans Roodenburg)
De Rotterdamse haven is door de werkgevers-organisatie VNO-NCW mede centraal gesteld voor de komende verkiezingen van de Tweede Kamer. De haven wordt als mooi voorbeeld genoemd waarom Nederland hoe dan ook actief lid moet blijven van de Europese Unie en van de monetaire unie met de euro.


Een duidelijke boodschap van de werkgevers om niet op de PVV te stemmen, die zonder ‘Brussel’ verder wil of niet op de SP te stemmen die bepaald ook niet liefdevol staat tegen een verenigd Europa.

Gateway
VNO-NCW in een statement: ,,Schiphol en Rotterdam zijn onze ‘gateways to Europe’. De grootste haven van Europa en onze internationale luchthaven zorgen samen met onze andere zeehavens voor 400.000 banen (direct en indirect). Elk jaar dragen ze miljarden bij aan onze economie (zo’n 7 procent van ons BBP). Dat succes is vooral gebaseerd op hun rol als doorvoerhaven voor miljoenen mensen en producten die via Rotterdam en Schiphol hun weg vinden naar de rest van Europa.’’
En dan de clou van de werkgevers: ,,Zeg je nee tegen Europa, dan zeg je nee tegen honderdduizenden banen en een belangrijke bijdrage aan onze economie. Die banen en bijdrage lopen dan groot gevaar.’’

Eenzijdig
Heeft VNO-NCW gelijk? Ja, deels wel! Hoewel ze haar standpunt wel erg eenzijdig uitlegt. De haven is inderdaad grotendeels afhankelijk van open grenzen in Europa en ook van ‘afrekeningen’ in één muntsoort (de euro). Bij aparte (zelfstandige) landen was er altijd sprake van bescherming van de eigen markt (én havens) en was de import en export door de eigen – dikwijls in waarde veranderende – valuta onderhevig aan hogere kosten.
De PVV heeft gelijk dat Scandinavische landen en Zwitserland ook een grote export (én import) kennen; zij hebben ook niet de euro. Echter die landen zijn géén doorvoerlanden van en naar het achterland dat Nederland – met de haven van Rotterdam – wél is.

De conclusie van VNO-NCW klopt dan ook dat de gevolgen van het uittreden van Nederland uit de euro en EU grote nadelige economische gevolgen heeft voor de Rotterdamse haven. Tenminste als er dan grens- en valutabelemmeringen gaan ontstaan. En die kans is natuurlijk in die situatie veel en veel groter dan binnen een politieke unie van de EU en nog meer binnen de eurolanden.

Inbinden

De kans is overigens heel klein dat de PVV zijn zin krijgt, tenzij het ineens over een politieke meerderheid gaat beschikken. Ook de SP zal bij de eventuele coalitiebesprekingen waarbij deze partij misschien wordt betrokken op dit punt moeten inbinden.
Bij deze partij is het echter voor de kiezers uit de haven – de mensen die daar hun werk hebben – nog belangrijker in hoeverre zij misschien door maatregelen uit haar verkiezingsprogramma worden ‘gepakt’. Immers de SP wil de hogere inkomensgroepen (vanaf modaal) méér pakken (in percentages en concrete verdiensten) dan zij die weinig verdienen of het met een uitkering moeten doen.
In de haven van Rotterdam wordt er over het algemeen goed verdiend. Uitwassen – zoals in de financiële wereld, bij de ziekenhuizen en woningcorporaties - van te hoge bonussen, zelfverrijking en exorbitante beloningen zijn ons nauwelijks bekend. Wel van mensen die de kantjes ervan af lopen en hun geld krijgen (houd altijd een keer op). Maar dat is in elke bedrijfstak, zelfs in de mediasectoren.

Kiezen
Het is aan de kiezer zijn voorkeur te bepalen, óók als dat nadelig is voor de economie in zijn algemeenheid.
Tot slot toch wat gegevens over de haven van Rotterdam met betrekking tot Europa:
• De haven heeft een marktaandeel (in 2011) van 37 procent in het gebied Hamburg-Le Havre.
• Van de aanvoer in tonnen gaat 46,4 procent over de Nederlandse grens naar andere landen in Europa, van de afvoer komt 54,7 procent uit andere Europese landen.

Deze feiten en cijfers tonen aan dat Rotterdam zonder een open Europa een behoorlijke economische klap zou krijgen. De PVV en in mindere mate de SP hebben in hun verkiezingsprogramma dus grotendeels ongelijk. Misschien denken ze dat het er helemaal niet toedoet en dat de consequenties gering zullen zijn. Ook dat mag, gelukkig maar, in de verkiezingsretoriek van ons land.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties