Jan Gerritsen: Een markant journalist

(Door Geert-Jan Laan)

Het grootste deel van zijn journalistieke leven werkte de zondag op IJsland overleden Jan Gerritsen (70) in – of vanuit Rotterdam.

In 1968 begonnen we gezamenlijk bij het Rotterdams Parool,een kopblad van het Amsterdamse Parool en gevestigd aan de Westblaak in Rotterdam.


Jan kwam van de plaatselijke krant in Zwolle. Ik verliet de zogenaamde eenmanspost van de editie Delft van Het Vrije Volk (een plaatselijke pagina per dag).


Het Rotterdams Parool was een schoolvoorbeeld van hoe zonder ingewikkelde adviesbureaus een vrolijke, hard werkende en ook effectieve redactie kon ontstaan. We vulden met zo’n 15 redacteuren twee tot drie pagina’s per dag. Na gedane zaken was het goed toeven in Timmer of Melief Bender op de Oude Binnenweg. Ook wel in de Schouw in de Witte de Withstraat.


Onze chef Frans Nieuwenhuijze voelde zich niet te hoog zo rond het middaguur bij Vishandel De Vries, tegenover Timmer, voor ons een vers visje of krabsalade met broodjes te halen. ’s Zomers werd een keer in de op de eerste verdieping gelegen redactieruimte, bijgenaamd ‘het aquarium’ de temperatuur ondraaglijk. De hogere legerleiding weigerde maatregelen te nemen. Er trad pas enige verkoeling op nadat onze chef persoonlijk de glazen ruit met een grote asbak aan diggelen had gesmeten.


In het begin keken sommige geboren en getogen Rotterdammers een beetje neer op het provinciaaltje uit Zwolle. Maar dat was snel voorbij. In die tijd juichten alles zes Rotterdamse kranten bij vrijwel alles wat er in de snelgroeiende haven en chemische complexen gebeurde. Bij mijn weten was Jan Gerritsen in ieder geval een van de eersten die ook geïnteresseerd was in de luchtverontreiniging en het milieu. Toen Shell trots de bouw van een hele hoge schoorsteen aankondigde waardoor de luchtverontreiniging in het Rijnmondgebied zou afnemen stelde hij, afkomstig uit het oosten van het land, de logische vraag hoeveel verder landinwaarts die rotzooi dan straks zou neerkomen.


We hadden allebei jonge gezinnen en verschillende loopbanen. Jan ging naar de GPD en ik ging terug naar Het Vrije Volk. Hij werd correspondent in Brussel en ging in 1981 naar de NRC. Eerst als chef binnenland. Later buitenland.


In de relatiesfeer ging van alles mis. Tot Jan in 1986 voor de NRC naar Reykjavik vloog om de beroemde topconferentie tussen Reagan en Gorbatsjov te verslaan. Daar ontmoette hij de IJslandse beeldend kunstenares Inga. Zij kwam snel naar Rotterdam waar ze geruime tijd aan de Rochussenstraat hebben gewoond en Inga ook actief kon blijven. Een warm nest met mooie feesten en verhitte discussies. Daarbij viel op dat er al aanzienlijk meer andere nationaliteiten aanwezig waren dan bij de gebruikelijke feestjes in die periode.


Hij was ook actief in de nog steeds bestaande Havenpersclub Kyoto. Gedurende een aantal jaren als voorzitter.


We hielden contact, ook nadat hij na zijn pensionering terugging naar IJsland. Met de bankencrisis en de ontploffende vulkaan hoorden we zijn sonore stemgeluid ineens weer in de nieuwsrubrieken van RTL. Vlak voor het verschijnen van zijn boek IJsland ontploft logeerde hij bij mij in Groningen. Via de mail wisselden we nog relaties en kennissen uit die behulpzaam konden zijn bij het uitbrengen van een Engelse vertaling van dat boek.


In de week voor zijn volkomen onverwachte overlijden bezocht hij, zo bleek uit het wekelijkse overzicht van Google, de Rotterdamse site ‘www.vandaagenmorgen.nl’ nog vijf keer.


De journalistiek en zeker de Rotterdamse journalistiek treurt om het verlies van een bijzonder markante collega, een warme man, met wie het goed toeven was.


Ik zelf mis na een vriendschap van 43 jaar een van mijn weinige echt goede vrienden.



Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Irezumi

De –heel jaren zestig- behoorlijk door sex en geweld gefascineerde Yasuzô Masumura wist met zijn obsessies behoorlijk mooie films te maken. 'Irezumi' is er één van. 'Irezumi' dat zoveel betekent als tatoeage, gaat over een winkelierdochter die de benen neemt met een winkelbediende. Vervolgens wordt ze tot prostitué of geisha gemaakt.


Ze krijgt een tatoeage op haar rug die haar toch al niet al te fijne karakter nog wat scherpere kantjes geeft, of daar in de film als excuus voor wordt gebruikt.
De trailers die als extra op de DVD staan, laten nog wat meer typisch Matsomura (1924-1986) zien. Dat is bepaald niet typisch Japan.
Masumura studeerde weliswaar ijverig en veel in Japan, waaronder rechten en literatuur, maar ging daarna door naar Italië. Van 1951- 1953 studeerde hij film aan het Centro Sperimentale Di Cinematografia. Hij zei erover: Na twee jaar Europa beleefd te hebben wilde ik mooie, vitale en sterke mensen die ik daar leerde kennen portretteren. Dat bleef hij doen in zijn Japanse films. Zo lopen er meerdere culturen door zijn films heen. Hij is niet de enige bij wie dat gebeurde. Van Gogh was weg van Japanse prenten. De voorbeelden zijn legio. Het maakt uit. Soms wordt iets door weten mooier, soms ook niet.

(door Ronald G)


  • Nieuw

  • Reacties