Eerbetoon aan Tuschinski

7252-eerbetoon-aan-tuschinski

Abraham Tuschinski centraal tijdens herdenking bombardement

Tijdens de herdenking van het bombardement op 14 mei staat dit jaar Abraham Tuschinski centraal. Zo is er in LantarenVenster een historische documentaire te zien over de bioscoopmagnaat.

De documentaire 'De Hoge Vlucht van Abraham Tuschinski' -gemaakt door Arthur Bueno- belicht het leven en de carrière van Tuschinski. Zo zijn er veel beelden te zien van Rotterdam van vóór de oorlog. Tijdens het bombardement van 1940 werden maar liefst vijf filmtheaters van de bioscoopuitbater vernietigd.

Thalia
De Pool Tuschinski, van Joodse afkomst, kwam in 1904 vanuit zijn geboorteland naar Rotterdam. Hij werkte enige tijd als vestenmaker en was de stichter van een pension voor hoofdzakelijk Oost-Europese Joden.


In 1911 opende hij in Rotterdam zijn eerste bioscoop, de Thalia, in een voormalige Zeemanskerk aan de Coolvest. Later volgden ook het Grand Theatre en Studio '32 aan de Pompenburgsingel, het Olympia Theater aan de Binnenweg en het Schiedamse Passage Theater. In 1921 opende hij het Theater Tuschinski in Amsterdam. In zijn bioscopen waren bijna alleen Amerikaanse producties te zien.

Een still uit de documentaire 'De Hoge Vlucht van Abraham Tuschinski.'

Abraham Tuschinski. (Rechts met hoed). Still uit documentaire 'De Hoge Vlucht van Abraham Tuschinski'.

Verwoest
Tijdens zijn verjaardag, op 14 mei 1940, sloeg het noodlot bij Tuschinski toe. Al zijn bioscopen gingen in rook op toen 90 Duitse bommenwerpers de stad verwoestten. Twee jaar later, in 1942, werd Tuschinski opgepakt en naar Westerbork overgebracht. Vervolgens werd hij naar Polen gedeporteerd. Op 17 september 1942 overleed hij in de gaskamer van Auschwitz.

Documentaire
In de documentaire van Bueno is te zien hoe Tuschinski met zijn bioscopen er in slaagde de stad te veranderen. Hij liet Rotterdammers via de films zien hoe de rest van de wereld eruitzag. Op 14 mei is in LantarenVenster ook de gratis H.J.A. Hoflandlezing te volgen. Deze is deze keer geschreven door NIOD-directeur Frank van Vree en staat in het teken van 'Film, geschiedenis, en herinnering'. Daarnaast levert Gerard Cox een muzikale bijdrage en wordt de film Casablanca (1942) vertoond.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties