Dubbelroman 'Dubio' van Karin de Roos verkent de Slag bij Vlaardingen

7228-dubbelroman-dubio-van-karin-de-roos-verkent-de-slag-bij-vlaardingen (Door Hennie van der Zouw)

VLAARDINGEN / ZWIJNDRECHT - De in Zwijndrecht woonachtige schrijfster Karin de Roos, getrouwd en moeder van drie kinderen, is fan van de middeleeuwen. Ze studeerde Historische- en Kunstwetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, en zegt zelf dat Cultuurgeschiedenis altijd haar interesse heeft gehad, en vooral de middeleeuwen. Als meisje verslond ze al de boeken van Thea Beckman en Tonke Dragt. Later ontdekte ze onder andere de boeken over ‘de Reiziger’ van Diana Gabaldon.

De combinatie van heden en verleden in één verhaal boeit Karin de Roos mateloos. Met de roman Dubio plaatst ze een fictief romantisch verhaal in een waar gebeurd deel van de Hollandse geschiedenis. Ze zet ons hedendaagse beeld van de werkelijkheid af tegen een deel van ons verleden. In Dubio stelt ze zichzelf bijvoorbeeld de vraag of de tijd voor ieder mens lineair verloopt of misschien juist anders.

Het verhaal van de roman Dubio speelt met de vraag of mensen zowel in het heden als het verleden kunnen leven, zonder de lezer in een magisch of sciencefiction plot te dwingen. Karin vond het te ver gezocht om twee tijdperken te verbinden met behulp van een tijdmachine of magische stenen. Karin de Roos: 'Gelukkig zijn er meer manieren om zowel het middeleeuwse als het hedendaagse Vlaardingen realistisch in één verhaal neer te zetten.'

Schrijven is Karin de Roos haar lust en haar leven. Dubio is haar romandebuut, maar niet haar eerste boek. Via uitgeverij Forte bracht Karin de Roos twee non-fictie titels uit in 2005 (Kinderknipboek) en 2009 (Kind in Balans).

Dit jaar 2018 is het 1000 jaar geleden dat de Slag bij Vlaardingen plaatsvond. De Zwijndrechtse Karin de Roos schreef een spannende historische roman, die gebeurtenis uit 1018 verbindt met het heden in 2018. Via de levens van de hoofdpersonages Bernulf en Germaine verplaatsen we ons naar de jaren rondom die historische Slag bij Vlaardingen.

Het verhaal van Dubio is door de schrijfster in twee delen verdeeld. Een deel, het grootste en eerste, speelt zich af in de Middeleeuwen, in het Vlaardingen (Flardinga) van rond het jaar 1018. Het tweede deel speelt zich af in het hedendaagse Vlaardingen, in een niet bestaande kliniek.

Het boek, een dubbelroman dus, is een spannende vertelling over de tijd rondom de historische Slag bij Vlaardingen uit 1018. Bernulf, een jonge Vlaardinger met Engelse en zelfs Viking wortels, vindt een zwaar mishandeld meisje, en neemt haar mee naar zijn familie, waar ze weer helemaal opgekalefaterd wordt. Ze wordt in het gezin opgenomen, en blijkt zeer intelligent. Wordt klerk aan het hof van Graaf Dirk III van West-Frisia. In dienst van de Graaf komt ze zelfs met Bernulf in de handelsstad Tiel terecht. Waarom en hoe ze in het verhaal in Tiel terecht komen is wat mij betreft wat ongeloofwaardig, maar past wel in de lijn van het verhaal.

De verhaallijn rondom Germaine is door Karin de Roos heel intrigerend beschreven. Al lezend wil je weten wat voor meisje Germaine was, waar ze vandaan kwam, en hoe het met haar verder zou gaan…… Germaine ontwikkelt zich al snel tot een favoriet personage. De vreemde sensaties uit de huidige tijd, die ze meemaakt of lijkt te zien in het verhaal, vind ik wat geforceerd, maar maken haar persoonlijkheid wel nog meer bijzonder, nog meer intrigerend. Als een rondreizende monnik Flardinga aandoet, blijkt waarom deze eeuwen soms de donkere middeleeuwen worden genoemd……, dit deel van de roman plaatst de kerk uit die tijd echter in een niet bijster goed daglicht.

Het eerste en dus grootste deel van het boek, het deel wat zich in de Middeleeuwen afspeelt, komt vrij vlak over, en laat veel vragen open: Wat voor kleren dragen de mensen uit die tijd? Welke kleuren hebben de kleding? Bij het lezen komt de tijd waar de Middeleeuwse Flardingers in leven nogal grauw en kleurloos over….. Maar misschien was dat wel de bedoeling van de schrijfster?

Het land, het Graafschap Holland komt niet helemaal uit de verf. Bestaat dat alleen uit de omgeving van Flandringa? Het klooster Egmundia wordt slechts even genoemd. Graaf Dirk III komt over als een soort ‘schertsfiguur,’ woont hij alleen op de burcht bij Flandinga, of woont hij ook nog elders? Trok hij door zijn Graafschap. Waar bestond zijn Graafschap verder uit, hoe groot was het? Waren er nog meer dorpen of stadjes in de omgeving? Allemaal vragen waarbij voor mij de antwoorden belangrijk zijn, om de context van het verhaal beter te kunnen begrijpen….

Had de Graaf ook een hofhouding? Bewaking en een staand leger? Wie beschermde de Burcht van Dirk III? Woont hij daar alleen? Vrouw(en)? Kinderen? Familie? Wordt wel een keer genoemd, maar had voor mij wel verder uitgewerkt kunnen worden. Ook een oorlog met de bischop van Utrecht wordt niet uitgewerkt.

Al dat soort dingen had het verhaal beter in de Middeleeuwse context laten passen.

Kleding? Wapens? Wat droeg Dirk III om zich te onderscheiden van zijn onderdanen. Harnas? Gebruikten de soldaten in het verhaal alleen speren en zwaarden, dolken? Misschien ook kruisbogen…?

Ik heb me bij het lezen van het boek Dubio zeer vermaakt, kon het boek bijna niet wegleggen, maar al lezende miste ik wel een en ander….

Het hedendaagse en tweede deel leest ook nog eens als een sneltrein. Onmogelijk voor mij om het neer te leggen, dit moest ik achter elkaar uitlezen……., maar de climax is toch een kleine teleurstelling.

Hoe komt Germaine door de tijd. Niet alleen in haar geest, maar met haar vlees en bloed. De rol van de eik, ja de boom van de omslag. Die had verder uitgewerkt kunnen worden……

Hoe komen ze door de tijd heen…….? Hoe krijgt haar vader haar in de Middeleeuwen, en hoe komt ze terug, en komt ze dan opnieuw terug?

In de tijd waar het verhaal in speelt waren de hedendaagse gebieden van Noord en Zuid Holland Fries, en West-Frisia is de naam waarmee geschiedschrijvers dit gebied aanduiden. Het gehele gebied van West-Frisia bestond uit Texel, Wieringen, Medemblik en Kennemerland, Rijnland, de Maasmonding, Schouwen en Walcheren.

De graven van West-Frisia waren leenmannen van de Koning of Keizer van het Heilige Roomse Rijk. In de loop van de tijd is de zuidelijke begrenzing van Frisia geleidelijk naar het noorden opgeschoven.
Dirk III (982-1039), bijgenaamd Hierosolymita ("Jeruzalemganger"), was een Friese graaf. Hij was van 993 tot 1039 graaf van West-Frisia (het gebied waaruit het latere graafschap Holland zou ontstaan). Van een 'graaf van Holland' is voor het eerst pas sprake als graaf Floris II van Holland zich in 1101 bij oorkonde graaf van Holland noemt.

Egmundia. De Sint-Adelbertabdij is een benedictijnenabdij in Egmond-Binnen. De Hollandse graven Dirk II, Aarnout, Dirk III, Dirk V, Floris I en Floris II werden er begraven.

Volgens de monnik en kroniekschrijver Thietmar van Merseburg kwam het in het begin van de regering van Dirk III tot een verzoening met de Friezen door toedoen van zijn zwager, koning Hendrik II.
Om de promessa (belofte) in te lossen die hij had gedaan naar aanleiding van de Friese aanvallen, ging Dirk III op bedevaart naar Jeruzalem. Bij zijn terugkeer bleek het noorden nog dusdanig onveilig dat hij naar het zuiden trok en rond Vlaardingen, dat buiten zijn leen lag, grond begon te verpachten om het in cultuur te laten brengen. Bovendien bouwde hij een burcht bij Silva Meriwido, het latere Vlaardingen. Vanuit die burcht dwong hij de kooplieden die in hun schepen langsvoeren, onderweg van Tiel naar Engeland en vice versa, om tol te betalen.

Thietmar van Merseburg, kroniekschrijver en bisschop ook wel "Dietmar" of "Dithmar" genoemd was geboren op 25 juli 975 en waarschijnlijk overleden in Merseburg op 1 december 1018, en was bisschop van het bisdom Merseburg. Zijn geschriften zijn een belangrijke historische bron voor deze periode. Merseburg lig in Duitsland ten zuiden van Halle. Dat hij hoogstwaarschijnlijk dus in 1018 overleed wil zeggen dat Dirk III voor 1018 op pelgrimsreis naar Jeruzalem moet zijn geweest….! En dus in de tijd waarin het boek speelt ook al de bijnaam Hierosolymita gehad hebben. Dit wordt helaas helemaal niet in de roman Dubio opgenomen…., misschien expres, maar het had de graaf wel meer achtergrond gegeven.

Kortom, ik sta nu in Dubio of ik het een uitstekende of een goede roman vind. Uitstekend vind ik de ontwikkeling rondom Germaine, maar minder vind ik het gegeven van de wisseling tussen de eeuwen, en dan vooral de uitwerking daarvan….. Dus ik vind het een goede roman.

Ik ben geen geschiedkundige, maar ben wel breed geïnteresseerd in geschiedenis, en dan komen er soms kriebeltjes naar boven als iets niet zo beschreven wordt als ik denk dat het geweest moet zijn, daarbij zeg ik niet dat ik zeker weet dat het zo geweest moet zijn, dus is een auteur vrij in zijn interpretatie van de tijd waar hij of zij zijn of haar roman in laat afspelen, want de afwegingen van een auteur zijn anders dan de bespiegelingen van een recensent…..

Dubio
Auteur: Karin de Roos
Uitgeverij: Q
Nederlandstalig / Paperback
424 pagina’s
ISBN: 9789021409061
April 2018

Recensent: Hennie van der Zouw

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties