Met ‘Vader Abram’ was het vaak lachen

6000-met-vader-abram-was-het-vaak-lachen (Door Jim Postma)

‘Uit het oog, uit het hart’, is een oud gezegde dat gelukkig niet altijd opgaat. Zo’n maandje geleden kreeg ik onze algemeen NVJ-secretaris Thomas Bruning aan de lijn en vroeg hem op de man af: ,,Heb jij nog wel eens contact met onze oud-voorzitter Ron Abram?'' Thomas aarzelde: ,,Ja, het gaat niet goed met hem, weten we al een tijd. Heb hem lang niet gezien. Alleen af en toe, telefonisch.''


De man die je nooit vergat met een telefoontje of leuk kaartje op je verjaardag of door ziekte was nu zelf door zijn langdurige ziekte haast in het ‘vergeetboekje’ geraakt. Mijn jaardag, slechts eens in de vier jaar op schrikkeldag, sinds mijn 30-jarig lidmaatschap van de NVJ, stond altijd in zijn agenda. En tot mijn eigen grote schrik afgelopen 29-02-2016 dus niet. Dat was na veel te lange tijd dus mijn eigen ‘wake-up-call’.

Humor
Hoestend en proestend kwam hij dus bij mij aan de lijn, al weer zo’n drie weken geleden. Hartverwarmend blij dat ik hem dus zeker niet was vergeten. Het werd al met al een moeilijk haperend en veel te kort gesprek.
Af en toe kon hij even niet uit zijn woorden komen, maar toch met een van zijn humorvolle kwinkslagen. Zoals: ,,Pas jij ook maar op, anders word je net zo’n oude lul als ik… Nou dag, hoor!'' (Met een haast hilarische gekuch aan het einde).
Tussen neus en lippen door wist hij mij nog te vertellen dat het met zijn levenslange partner Giny ook niet meer al te best was gesteld. ,,In en uit het ziekenhuis, ja, ja, de oude dag, kuch, kuch.'' Enkele dagen later belde ik hier Thomas Bruning over terug, die gezien de situatie, ook nog met Ron ging bellen. Waarbij Thomas nog zei: ,,Van een bezoek zal het wel niet meer komen, want, zo hoorde ik, dat wijst hij steevast af.''

Ron Abram. Foto: VillaMediaIcoon
Uiteindelijk overleed deze ‘journalistieke icoon’ (aldus het In Memoriam van het AD op zaterdag 2 april) op 31 maart j.l. in Rotterdam op 79-jarige leeftijd (geboren op 27 maart 1937). In de tijd dat hij afscheid (1992) nam van zijn krant, die onder zijn leiding voor het eerst boven de 400.000 ochtendkranten in oplage kwam (met vele honderdduizenden abonnees), vertrouwde hij mij op een terrasje trots toe: ,,Met 18 jaar ben ik in dit land de langst zittende hoofdredacteur van alle dagbladen.'' Om daar tegelijkertijd haast schaamtevol aan toe te voegen: ,,Dat is eigenlijk veel te lang hé. Twaalf jaar was meer dan genoeg geweest.''
Ron Abram kreeg vervolgens op zijn Ad-redactie allerlei lucratieve aanbiedingen. Zoals om ‘eeuwig reisredacteur te worden’ met de mooiste snoepreisjes over de hele wereld. Daarover zei hij tegen mij: ‘Maar je denkt toch zeker niet dat ik dat heb geaccepteerd. Ga toch niet mijn jongere collega’s voor de voeten lopen en van hen al die mooie wereldreisjes af te pikken. Zo gek was ik toch zeker niet. En dan via de wandelgangen te horen te krijgen dat die ‘ouwe lul’ nog steeds op de eerste rang wil blijven zitten.’
Nee, dat was dus typisch Ron Abram, zijn eer te na. Een icoon was hij toen al, maar voor mij persoonlijk eerder een letterlijke ‘Vader Abram’ als leermeester die deze pupil nog graag de les las. Meestal in de vorm van zijn meesterlijke anekdoten, waarbij je, of je wilde of niet, krom lag van de lach.

Anekdote
Nadat hij in Indonesië in een Jappenkamp had gezeten als jongetje – wat hem voor de rest van zijn leven zou vormen – klom hij hier na de oorlog bij het AD op van layout-man, tot eindredacteur. En tenslotte dus tot hoofdredacteur.
Nadat hij in 1992 min of meer afscheid nam en nota bene als hoofdredacteur ging werken bij het Agrarisch Dagblad (eveneens AD…), werd hij voorzitter van de NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten) en later erelid van 1996-2003. (Over dat Agrarisch Dagblad vertelde hij mij nog een schitterende anekdote, later in dit verhaal).
Maatschappelijk betrokken was hij verder actief op alle fronten. Zoals zijn vele voorzittersfuncties bij onder meer het Genootschap van Hoofdredacteuren, het Persvrijheidfonds en de Raad van de Journalistiek.
Als je in die instituten Ron Abram tegen je kreeg dan kon je maar beter dat schip vrijwillig verlaten, voordat je door andere leden voor goed werd getorpedeerd… Stukken minder bekend in zijn betrokkenheden was dat Abram van 2000 tot 2007 voorzitter was van het antidiscriminatiebureau RADAR.

NRC
Ook voor waarschijnlijk vele collega’s is minder bekend dat hij op 20-jarige leeftijd solliciteerde bij de NRC om aldaar journalist te worden. In wederom een persoonlijk gesprek met mij, vertelde hij daarover: ,,Ik ging dus met veel lef en een beetje brutaal naar de kamer van de toenmalige NRC-hoofdredacteur in de Witte de Withstraat (de toenmalige Rotterdamse 'Fleetstreet').
Deze hoofdredacteur ging mij ondervragen over van alles en nog wat. En vooral wat ik niet goed vond aan de krant. Om indruk te maken, ik had mijn huiswerk gedaan, gaf ik de meest kritische tirade die de man ooit in zijn vak had gehoord.
Het gesprek was nog niet halverwege of deze hoofdredacteur stond pissig op. ‘Daar is de deur!’, riep hij kwaad uit. Ik schrok me rot. Ik wilde de deur nemen die ik was binnengekomen, maar hij riep: ‘Nee, niet die deur. Maar die erachter’. Bleek het de nooduitgang te zijn….''

Agrarisch Dagblad
Omdat Ron Abram zijn jongere collega’s bij het AD niet voor de voeten wilde lopen, solliciteerde hij later bij het Agrarisch Dagblad. Bulderend van de lach vertelde hij mij weer: ,,Er was daar een redactiecommissie van zo’n vijf man die het profiel moesten goedkeuren van de nieuwe hoofdredacteur. Terwijl ik dus net hoofdredacteur was geweest van een van de grootste kranten in Nederland.
Toen vroegen zij mij: ‘Heeft u verstand van agrarische zaken?’ Ik kon een glimlach niet onderdrukken toen ik antwoordde: ‘Nou, behalve het harken in mijn tuin, niet zo veel.’ De redactiecommissieleden keken elkaar haast geshockeerd aan. En omdat ik ze toch een beetje wilde helpen met hun profielschets zei ik: ‘Als u daar nou eens van maakt: ‘heeft affiniteit met agrarische zaken?!’
De commissieleden vonden dat een hele goeie en gingen vervolgens een half uur in conclaaf. Na terugkomst vroeg de oudste journalist min of meer triomfantelijk: ‘Meneer Abram, heeft u affiniteit met agrarische zaken?!’
Met een pokerface sprak ik geheel spontaan: ‘Geen enkele!’
Na een halve minuut stilte rolden zij met zijn allen ondersteboven van het lachen. Sommigen letterlijk onder de tafel. Volmondig kwam hun antwoord: ‘U bent aangenomen meneer Abram. Van harte!''

(Ron Abram wordt op woensdag 6 april om 11.00 uur begraven op de Algemene Begraafplaats Crooswijk 1 te Rotterdam. Na afloop is er gelegenheid tot condoleren).

Janny Kok :
Ik werd gisteren bestraffend toegesproken door Jim Postma: "Heb jij mijn columns niet gelezen over Ron Abram?"Nee dus, en dat kostte me strafpunten, zeker omdat ik Ron Abram heb gekend als aimabele opdrachtgever in de tijd dat ik freelanste voor het AD. Hoe dan ook, na lezing van bovenstaand stuk van Jim komen mijn herinneringen aan Ron weer boven, waarvoor heel veel dank. We zullen Ron zeker niet in de vergetelheid laten raken.

donderdag 14 apr 2016

Feico Houweling :
Mooi en waardig stuk. Ron was trouwens ook voorganger van Jim Postma als hoofdredacteur van Nieuwsblad Transport in Rotterdam, waarvan hij een volwaardig journalistiek medium wist te maken.

dinsdag 05 apr 2016

R.Sörensen :
Mooi stuk Jim
R.Abram is ook voorzitter van de oudercommissie van de Wolfert van Borselen SG geweest.
Toen ik in de clinch kwam met de directeur van RADAR dhr. T. heeft Ron Abram met me gesproken. Hij begreep me niet; van gematigd geschiedenisdocent naar Fortuyn aanhanger.
Een prettig gesprek en ik kreeg sterk de indruk dat het me lukte hem duidelijk te maken dat het helemaal geen grote sprong was. Dat van onze kant niets te vrezen was.

dinsdag 05 apr 2016

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Schreven de goden de Illias en mensen de Odyssee?

Julian Jaynes (1920-1997) was een Amerikaans psycholoog en een avontuurlijk wetenschapper van groot formaat.

Ik citeer uit Wikipedia:

Jaynes was eén van de eersten die een bewustzijnstheorie als puur wetenschappelijk propageerde. In zijn boek The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind uit 1976 beschrijft hij zijn "bicameral mind", ofwel bicamerale of tweekamerige geest, theorie.

Jaynes opvatting is dat de twee hersenhelften, tot circa 3000 jaar geleden, vrijwel onafhankelijk van elkaar hebben gewerkt. In die tijd zouden mensen onbewust zijn geweest en hebben geleden onder het fenomeen ‘stemmen horen’ en andere soorten hallucinaties en zelfs onder vormen van dissociatie zoals die van de meervoudige persoonlijkheid.

De doorbraak van ‘bicamerale geest’ tot bewustzijn zou ongeveer 2700 jaar geleden, ten gevolge van de opkomst van geschreven en gelezen teksten en de spraakevolutie van de oude Grieken, hebben plaatsgevonden. In die tijd, zesde eeuw voor onze jaartelling, werden door de Grieken de democratie en natuurfilosofie ontwikkeld, dat hij ziet als een bewijs voor zijn theorie.

Wanneer we dus, aldus Jaynes, deze definitie volgen, zouden we moeten inzien dat geen van de personages in bijvoorbeeld de Ilias een bewustzijn had. Woorden worden erin niet figuurlijk maar in hun letterlijke oorspronkelijke betekenis gebruikt. ‘Psyche’ betekent adem, niet ziel, geest of bewustzijn; ‘thumus’ betekent beweging/trilling, niet emotie; ‘nous’ betekent waarneming, niet voorstellingsvermogen enz.

Jaynes neemt aan dat de wereld van de Ilias van voor 3500 jaar geleden gedomineerd werd door een tweedelige 'bicamerale geest', waarvan de rechterhelft uitvoerend is en god heette en een linkerhelft die volgzaam was en mens werd genoemd. Het waren de goden die de mensen direct of indirect (via priesters etc.) bevelen tot handelen gaven.

De 'bicamerale mens', aldus Jaynes, ontstond zo'n 11000 jaar geleden ten noorden van de zee van Galilea waar toentertijd een theocratisch georganiseerde nederzetting was gevestigd. Deze samenlevingsvorm verspreidde zich gestaag. De bicamerale beschavingen ondergingen zo'n 3500 jaar geleden geweldige culturele (uitvinding en verspreiding van het schrift) en vulkanische uitbarstingen die vele koninkrijken uiteen deed vallen. In deze chaos kon alleen het bewustzijn zich handhaven. Deze verandering wordt, volgens Jaynes, verhaald in de Odyssee die een eeuw later dan de Ilias werd geschreven. Hierin vinden we bewuste personen en psyche, nous en thumus als metaforen van bewustzijn. Tot zover Jaynes.

(door Kees Versteeg)

De foto is van azquotes.com

  • Nieuw

  • Reacties