‘Verf op goeie plaats op het doek krijgen’

(Door Ronald Glasbergen)

Onlangs overleed de Rotterdamse schilder en tekenaar Hans Verweij. Hij werd tweeëntachtig jaar oud.


Verweij was een belezen schilder die veel vrienden onder Rotterdamse literatoren had.Hij hield van schilderkunst als de vorm van visuele poëzie die hij zelf in praktijk bracht: vindingrijk, helder en trefzeker.


Iedere generatie moet de kunst opnieuw uitvinden, dat is de aard van de kunst. Maar het gold dubbel voor de generatie na de oorlog. Hans Verweij (15 aug 1928 – 18 mrt 2011) was bijna zeventien jaar oud toen Nederland van de Duitsers bevrijd was. De bommen op Hiroshima en Nagasaki moesten toen nog vallen.Europa en Rotterdam lagen deels in puin en begonnen met Marshallhulp een nieuw leven.


Helden

Het herstel, de zogenaamde `Wederopbouw’ was nog niet goed begonnen of een nieuwe `Koude’ oorlog gloorde. Nederland `verloor’ Indië, in Neurenberg en Tokyo werden oorlogsprocessen gevoerd. Iedere generatie heeft zijn helden. Amerika had zijn beatgeneratie, Europa had Camus, Sartre en het existentialisme. Begin van de jaren vijftig: chansons, rotan en coltruien. Het was de tijd waarin de schilder Hans Verweij tot wasdom kwam. Kunstenaars als Wols, Nicolas de Staël, Henri Michaux kon hij waarderen, de termen die eraan vast geplakt werden - tachisme, informalisme, abstraction lyrique- niet.


Ismen

In de beeldende kunst duikelden, onder invloed van Amerikaanse kunstcritici, de ismen en kunsttheorieën over elkaar heen. Daar zijn ongetwijfeld de kiemen gelegd voor de blijvende weerzin die Hans Verweij had tegen breedsprakigheid over kunst. Dezelfde context plus de Rotterdamse nieuwbouw vormen het referentiekader van hem en zijn vrienden van toen: schilder Mathieu Ficheroux (1926-2003), schrijver Bob den Uyl (1930-1992) en kunstenaar en eerste echtgenote Anna Verweij Verschuure (1935-1980).

Het begon met reflecties op de zichtbare wereld, tekeningen waarin Rotterdamse bouwwerken en structuren een hoofdrol speelden en bijna voorstellingsloze ecoline-schetsen.


Geestig

In daarop volgend werk doken opnieuw referenties aan de wereld van de waarneming op. Mensen willen betekenis kunnen geven aan wat ze zien, maar waarom zou je? Het zou een grensgebied worden waar Verweij zich blijvend thuis voelt. Hij maakt geestige tekeningen met viltstift, toen nog een `anti-kunstenaarsmateriaal’. Ze zijn leesbaar, verhalend dus, maar op een minimale manier, ergens tussen zwijgen en spreken in. Net als zijn schilderijen waarvan de handeling zich afspeelt tussen enerzijds het herkenbare en alledaagse anderzijds de ongrijpbare wereld van de verfstreken. En het blijft helder.


Bootje

In de korte film Hans Verweij (Dick Rijneke, 2011) wijst de schilder naar een vlot geschilderd bootje in een van zijn schilderijen: ,,Ik zou zo’n … -dat zal wel een boot zijn- dat moet er dan in één keer op, in één beweging, maar dat moet gelijk goed.’’

Schilderen is balanceren op het scherp van de snede. Niemand wist dat beter dan Hans Verweij zelf. Daarom moesten zijn doeken in een dag, in één sessie af zijn. Verweij:

,,Als het goed gaat, is het ook makkelijk hè, dan gaat het vanzelf. Dan hoef je niets te doen.’’


Gevaarlijk beroep

Het evenwicht hervind je niet in een volgende sessie en ernaast gaapt de leegte waarin alle gesmeer en gekras in volslagen betekenisloosheid eindigen. Die afgrond is veel dieper en breder dan het koord dat je elke keer weer strak moet spannen. Een gevaarlijk beroep. Niemand wist dat beter dan Hans Verweij en niemand kon het beter relativeren. Verweij in de film van Rijneke: ,,Het doet er natuurlijk niks toe wat er op staat. Of het nou interieur is of een landschap is. Dat zal me een worst zijn.’’

En even later: ,,Nou de kunst is de verf op de goeie plaats op het doek te krijgen, hè.Dan is er verder niks aan de hand.’’

Bescheidenheid

Schilderen is voor de schilder de meest concrete, meest persoonlijke en meest woordenloze uitspraak die er is over de wereld. Tegenover iets dat zoveel omvat, past alleen maar uiterste terughoudendheid en bescheidenheid. Als je al over je schilderijen moet praten, vermijd je grote woorden: Het is een lap linnen met wat verf erop, meer niet. De toeschouwer moet het zèlf zien. En de schilder?

Zelf zegt hij ervan: ,,Je moet het wel dóen. Maar dan loopt het gewoon. Dan doe je het automatisch goed of zo.’’

Verweij vervolgt: ,,Ik weet het niet anders te zeggen.’’

Maar wat Verweij met zijn schilderijen te zeggen had, was niet gering en daarom verdient hij het door een toekomstige generatie opnieuw tot held verklaard te worden.



Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De telefoon


de telefoon, Jana
'Jim is dood'

gemis
is een woord
dat we niet willen

ga,
verdwijn
`als je er maar bent'

gemis
is een woord
dat we niet willen

dat je kunt zeggen
`ga met me mee'
of
`help even
die spullen
weg te zetten'

gemis
is een woord
dat we niet willen.


Jan Wagenaar

  • Nieuw

  • Reacties