'The Bison Kid'

6949-the-bison-kid (Door Paul P. Boute)

Joop van den Bos 90 jaar

Joop leerde ik 24 jaar geleden in het voorjaar van 1994 kennen via zijn achter- of zo je wilt zijn voorbuurman Ton van Muyden (1911-2004). Hoe ontstaan vriendschappen? Soms, of misschien wel altijd, valt het te duiden als een voorbeeld van wat in de filosofie ‘contingentie’ wordt genoemd. Dat woord kun je heel plat vertalen als ‘toeval’.

Ik zou het iets anders willen noemen: vriendschap is iets wat je toevalt, een geschenk van een ontmoeting, waarin je ontdekt dat wederzijdse interesses een raakpunt hebben. Vriendschappen ontstaan als takken en zijtakken aan een boom en daar weer zijtakken van. Ga maar eens na waardoor mensen nu vrienden zijn die dat vroeger (nog) niet waren.


Kort en goed: Joop en Ton deelden een grote interesse voor beeldende en literaire kunst. Ton en ik kenden elkaar weer van kort daarvoor via een andere passie, die van het reizen. Via Ton leerde ik Joop kennen via een derde gemeenschappelijke interesse: het voetbal.

Maar een ding is zeker bij Joop: een passie voor reizen is “zeg maar niet zijn ding”. Joop en Jenny hebben veel dingen gedaan in hun leven, waaronder een onzalig aantal verhuizingen. Een daarvan was naar Vlissingen. Dat ervoer Joop als ware het een emigratie naar Australië. Jenny was een Toet en de Toet-en zaten in de vishandel. Haar ouders hadden een viszaak aan de Lusthofstraat in Kralingen en later in Bergen op Zoom. Een zwager had een vishandel in Vlissingen. Beide markante plaatsen in Joop’s persoonlijke geschiedenis naast die van Rotterdam. Joop had na zijn verhuizing naar Vlissingen en zijn nieuwe werk in de vishandel van zijn zwager zo’n heimwee naar Rotterdam, dat hij ’s-avonds in het geniep naar het treinstation van Vlissingen liep om de trein naar Rotterdam te strelen. Zo ver gaat liefde, zover gaat heimwee, heimwee naar Rotterdam!

Joop hield het niet meer en moest en zou terug naar Rotterdam, hij zocht daar werk in zijn oude vak van huisschilder en was zo geliefd bij zijn oude baas dat die hem onmiddellijk weer aannam. Jenny begreep dat het niet anders kon. Ze gingen dus terug naar onze stad, nou ja tijdelijk via een woning aan Capelle aan den IJssel.

U weet het treintracé van Vlissingen naar Rotterdam verloopt via Bergen op Zoom. Het was in Bergen op Zoom, waar hij bij zijn schoonouders kwam, dat hij naast Jenny, de Kunst, het Boksen (waarover later nog wat meer), de kunst en de filosofie nog een andere liefde opdeed: het Carnaval. Joop heeft na 1966 in een bijna onafgebroken reeks het Carnaval van Bergen op Zoom bezocht. Begin 2000 wist hij (toen 72), Ton (89) en mij (net 50) over te halen toch vooral een keer met hem mee te gaan om de optocht te bekijken en de daarbij horende kroegentocht te lopen.

Sindsdien bezoeken wij ieder jaar samen het Carnaval in het Krabbegat, hetzij op de zaterdag- hetzij op de dinsdagmiddag. Tussen Roosendaal en Bergen verkleedden wij ons in boerenkiel, enige vitrage, een boerenpet of narrenkap. Daarvoor durfden wij het niet en na afloop wisselden wij in de trein onze uitdossing weer voor ‘Boven de Rivierse’ gangbare kledij. Ieder jaar kochten wij ook de gipsen medaille, die aansloot bij het Carnavalsthema van dat jaar.

Hoewel ik zo af en toe voor onze kennismaking musea bezocht, ben ik door Joop en Ton aangestoken met een echt museum- en kunstvirus en daardoor kunst veel meer gaan waarderen. Na het overlijden van Ton in 2004 (toen bijna 93) zijn wij met die liefhebberij doorgegaan en hebben menig plaats in Nederland en daarbuiten bezocht, wij zijn zelfs tot Aken, Keulen en Parijs geraakt. Parijs was een weekend en daar knelde de heimwee al wel weer een beetje. In Brussel bezochten we het Musée des Beaux-Arts, in Antwerpen dat van de Schone Kunsten en de beeldentuin Middelheim, zijn favoriete beeld was dat van Rik Wouters’ echtgenote Nel. In Oostende bezochten we het piepkleine Ensormuseum.

Joop’s buitenlandse hoogtepunt was toch wel De Panne, Vlaamse badplaats vlak aan de Franse grens. Een aantal jaren zijn Joop en Jenny met hond en familie naar deze Belgische kustplaats gegaan, meestal een week, want het is bekend: niet te lang van huis. Een paar keer ben ik met ze mee geweest. In het nabijgelegen De Koksijde is een pareltje van een museum: het Paul Delvaux-museum. De Rotterdamse Kunsthal wijdt er op dit moment nog een tentoonstelling aan, die tot diep in februari voortduurt. Ga daar heen, maar als je in de buurt van De Panne bent of De Koksijde, ga ook daar naar dat museum, een aanrader!

Binnenlands hebben we ook heel wat musea afgestruind. Door hem leerde ik het Groninger Museum kennen, maar we bezochten het Bonnefanten in Maastricht, het Van Abbe in Eindhoven, De Pont in Tilburg, het Noordbrabants in Den Bosch, waar ook steevast de Bossche Bol werd genuttigd met zicht op de Sint Janskathedraal, het Kröller Müller op de Hoge Veluwe. Het Gemeentemuseum in Den Haag zag ons het vaakst de drempel passeren. Teveel om verder nog allemaal op te noemen, geen stad ontsnapte aan onze museum- en kunstjacht.

Vermeldenswaard is wel nog één grote liefde van Joop. Man, man, man wat heeft die een liefdes gekend, maar toch altijd monogaam gebleven: de liefde voor de geveltjes, de geveltjes van Amsterdam nota bene! Niet dat hij er dood gevonden wil worden, hij loopt die ook nog steeds met succes uit de weg, maar Amsterdam en haar gevels en grachtenhuizen: hij is er verslaafd aan. Coffeeshops doen hem niets, maar geveltjes daar kan hij zijn ogen niet van afhouden! Daarom gaan we ook regelmatig naar Amsterdam en doen we wel eerst een museum aan: Hermitage, Rijks, Stedelijk of Rembrandthuis. Het Joodse Bruidje van Rembrandt is qua schilderij voor Joop het summum, hij loopt er gewoon de Nachtwacht voor aan voorbij. Het Anne Frankhuis heeft ook een diepe indruk op hem achtergelaten. Een andere keer liepen we in Amsterdam Zuid langs een beeldenexpositie en daar liep een vrouwelijke postbode. Dan haalde hij een van zijn vele grappen uit: mevrouw, mevrouw ik ontvang de laatste tijd zo weinig liefdesbrieven, zijn ze op?! Ze wist niet hoe ze moest reageren en lachte wat.

We moesten wel altijd wel weer voor donker in Rotterdam zijn, behalve die ene keer in Parijs dan, want Joop wilde de warme prak altijd thuis genieten. Hij is geen man van restaurants, zeker de chique restaurants meed hij, hoewel hij in de late veertiger jaren toch leerling-kok in Old Dutch was geweest bij mijnheer Mannes, die hij zeer gewaardeerd heeft. Kort daarvoor had hij na de oorlog nog gevaren om aan Indië te ontsnappen. Hij is daarbij tot Narvik in het hoge noorden gekomen. Maar ook daar en toen al leed hij aan verterende heimwee naar zijn Rotterdam. Naast Jenny toch wel de grootste liefde in zijn leven. Jenny leerde hij begin 50-er jaren kennen, als ik mij wel herinner bij de tramhalte op de Oude Dijk, vlak bij de Jericholaan, waar zij woonde. Inmiddels zijn ze 63 jaar getrouwd, hebben twee dochters Marianne en Simone, en schoonzonen André en Leendert, drie kleinzoons, Alexander, René en Ravian en kleindochter Lisanne met hun aanhang. Een hechte kleine familie, een bewijs dat Joop en Jenny het als ouders goed voor elkaar hebben.

Joop keek niet alleen naar kunst, hij kon er ook heel enthousiast over spreken én schrijven. Bij Ds. Jan Börger volgde hij aan de Lisstraat cursussen filosofie en dat moet hem tot nog wéér een passie hebben aangezet: de dichtkunst. Joop is onder andere bij de Werkgroep Arbeiders Literatuur betrokken geweest, waar ook Pierre van Vollenhoven en Wim de Vries bij betrokken waren. Begin 80er jaren leerde hij ook de uit Charlois afkomstige Neerlandicus Dick Gebuys kennen. Rotterdammer, maar leraar Nederlands in Heerlen, werd deze enthousiaste literator een gids en goede vriend van Joop, aan wie veel te danken heeft.

Via diens uitgeverij heeft Joop zo’n kleine 20 dichtbundels uitgegeven, sommige waren hun gezamenlijke productie, een enkele keer (2012) hebben we met zijn drieën een Rotterdamse bundel verhalen en gedichten uitgegeven: “Als er een thuis is dan vanmiddag, zo heb ik de stad nog nooit gezien..”. Het eerste exemplaar daarvan werd overhandigd aan Burgemeester Aboutaleb, die Joop als hij hem in Kralingen ziet lopen steeds hartelijk begroet. De burgemeester, is zoals bekend, zelf een groot liefhebber van poëzie. In het huis-aan-huisblad de Kralingse Ster werd regelmatig een gedicht van Joop gepubliceerd. Ik heb Joop vaak bij zijn voordrachten meegemaakt. In 2008 werd op initiatief van Wim de Boek en met vereende krachten van enkele vrienden en vele bekende en minder bekende stadgenoten ter gelegenheid van Joop’s 80e verjaardag een dvd uitgegeven. Op die dvd declameren bekende Rotterdamse schrijvers op markante plekken in de stad Joop’s gedichten.

Op de officiële presentatie ervan in mei 2008 (een paar maanden na zijn verjaardag) werd hij tevens geëerd met de Rotterdamse Erasmusspeld.

Zeer vermeldenswaard ook, is dat hij al tientallen jaren iedere 14e mei van het jaar, met of zonder publiek, op het tijdstip van het allesverwoestende bombardement uit 1940, zijn gedicht voorleest over die gebeurtenis aan de voet van het Mariniersbeeld op het Oostplein. (een van Joops grappen luidt: achter het Oostplein wonen de barbaren, maar hij vergeet er bij te vertellen wat dan wel dat ‘achter’ was). Van zijn gedicht, een trilogie, treft u er verderop een deel aan. Ook leest hij vaak dit gedicht voor bij de 4 mei-herdenking, hetzij aan de Oude Dijk bij het Monument van de Miljoenen Tranen of onder aan de Oostzeedijk bij het monument van de gevallenen bij de Sint Lambertuskerk. Joop’s geboortehuis aan Het Hang, zo ongeveer waar nu de Steigerkerk staat, ging in mei 1940 in vlammen op. In het boek ‘Onder de Trap’ een serie interviews van stadsradioreporter Wim de Boek, is hij een van de Rotterdammers die spreekt over wat er die dag gebeurde en de angst die men toen doorstond.

Joop is niet alleen dichter, kunstliefhebber, filosoof, vader, echtgenoot, huisschilder, kanovaarder, zeiler, fietser, maar ook nog eens Wilde Bison, de bokser die in de 40-er en 50-er jaren zijn naam op menig affiche zag prijken naast grootheden als Bep van Klaveren en Luc van Dam.

Hij trainde bij Theo Huizenaar in Crooswijk. Toen hij al op leeftijd was trainde hij ook nog bij zijn mede-oudjes aan de Pootstraat. Nog steeds ‘traint’ hij iedere ochtend in zijn kelder door op een boksbal te slaan. Stond je er even slecht op bij hem dan schreef hij je naam op die bal en kreeg je dagen lang ‘slaag’!

Hij heeft ook veel kano gevaren op de Ourthe in Belgische Ardennen en verderop op het Albertkanaal en zo tussendoor naar Roosendaal. Daar loopt een watertje waarop hij me steevast wijst als we weer van carnaval huiswaarts keren: ‘Daar, daar heb ik nog gevaren’. Legendarisch is zijn verhaal, als een scène uit ‘Dorp aan de Rivier’ van Antoon Coolen, dat hij tijdens een lange kanotocht in België, met vrienden wat verkoeling zocht en een drankje nam in een dorpscafé waar net een condoléance borrel na een begrafenis gaande was en waar zij voor vrienden van de dierbare overledene werden versleten, een mythische rol die zij zich maar al te graag lieten aanleunen om de kosten van de genoten versnaperingen tot nul beperkt te houden.

Ja over 90 jaar Joop valt veel te vertellen, waar een rijke vriendschap en een rijk leven al niet toe kan leiden. We hopen nog een tijd van Joop te genieten! Proost en in februari weer naar het Carnaval, agge mar leut et! Proficiat Joop en Jenny, want om een van Joop’s ‘ondeugende’ uitspraken te parafraseren (ook al rijmt het nu anders) een Joop zonder Jenny, dat kèn nie!

Rotterdam, 14 januari 2018
Paul P. Boute

Deel gedicht:

14 MEI 1940: TRILOGIE

DEEL 2.: BEZETEN ZIJN ZIJ OPGESTEGEN

Bezeten zijn zij opgestegen, van drie vliegvelden tegelijk,
om een stad te vernietigen, weg te vagen.
Een stad van nijvere mensen, onschuldig, vredelievend.
Als robots geprogrammeerd.
Mensen ja, jonge mensen, volgestopt met waan en gekte.
Gerationaliseerde waan en ideologische gekte: vol gif.
Zo zijn zij vertrokken, als gevleugelde duivels
uit het rijk van het kwaad,
om weerloze burgers te vermoorden, kinderen van een open stad.

Het vuur, overal het vuur! Vluchtende mensen,
knielende nonnen in het bos.
De stad is van vuur, hels hemelend,
laagvliegende heinkels, ondraaglijke stank.
Wanhopige soldaten schieten op monsters in de lucht.
Op het Jaffaland de jongen met de broodtrommel.
Een kleine bange jongen.
Er wordt een kind geboren, de verbijstering baart een kind!
Hitte! Alles verstikkende hitte, brullend, loeiend, gierend!
In een laaie gloed!
Maar de wind draait. De Oudedijk blijft staan.
De Vlietlaan en de Goudserijweg.

Asregen in de avond. De ruimte hijgt, maar de mensen zijn stil
in de Kralingerhout. Gelaten, ontzet, beduusd, verdwaasd!
Wolken van dichte rookstof stapelen zich, jagend, golvend,
wollig krullend, in loodzware zwaarten. In een vuurvlaag de Laurenstoren, de molen van het Oostplein.
Maar de berusting, de angstaanjagende berusting, het ongeloof van de duizenden mensen op het land. De klokken luiden!
En de stad in een zeng van rook, de hele ruimte in een
apocalyptische gloed, van zwart en rood in gore walm!

Opsomming uitgegeven bundels

Van Joop’s hand verschenen de volgende bundels:

bij Uitgeverij PAN te Heerlen

- Rotterdam bijvoorbeeld (1987)
- En zij zongen let it be (1990)
- De zuster van Isis (1994)
- Het hooglied en de toverdoos (1996)
- In weerlicht drie vriendinnen (1998)
- De hond draagt het hout (1999)
- De linkse hoek loepzuiver (1999)
- Een grenzeloze haven (2001)
- Haar pompstation verwent ons (2006)
- Ik taal er naar (2014)
- 13 Oorlogsgedichten met Dick Gebuys (2015)

Bij de Deelgemeente Kralingen-Crooswijk:

- De zin zweeft overal (2003)

In eigen beheer:

- Rotterdam (1980)
- En zij dansten om de meiboom (1984)
- De man met de hoed (1983)
- Achter het Oostplein wonen de Barbaren (1986)
- De vogelvlieger (1993)

Samen met Dick Gebuys en Paul Boute in 2012:

Als er een thuis is, dan vanmiddag zo heb ik de stad nog nooit gezien!

Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag:
- verscheen een door Rotterdamse dichters en bevriende producenten gemaakte DVD onder de naam:

“Rotterdam en al die dingen meer……”2008

Foto’s bij dit Artikel © Einar Been

Jan Bontje :
Schitterend verhaal over een prachtkerel. Chapeau! Voor de schrijver van het artikel én natuurlijk bovenal voor die 90 jarige jongeman: Joop.

woensdag 17 jan 2018

Einar Been :
Joop is een voorbeeld voor mij, al jaren. Wat een energie en levenslust heeft deze dichter des volks! Fijn Paul, een prachtige ode aan 'ons Joop' met herinneringen die mij altijd bij zullen blijven.

Jana, ik vind dat Joop nu al recht heeft op een halve appeltaart hoor!!

woensdag 17 jan 2018

chris ripken :
Indrukwekkend bericht over het bombardement!

dinsdag 16 jan 2018

Hans Rombouts :
Schitterend verhaal over een speciale vriend en vriendschap. Een mooi vejaardagscadeau ook voor Joop! Paul Boute en Einar Been goed gedaan.
Joop (en Jenny) gefeliciteerd!

dinsdag 16 jan 2018

Dick Gebuys :
Een prachtig verhaal waarin Joop in al zijn veelzijdigheid naar voren komt. Joop is een uniek mens. Maar eerst en vooral een pure Rotterdammer! En dat vertelt Paul Boute heel mooi.

dinsdag 16 jan 2018

Jana Beranová :
Heel mooi geschreven verhaal en schitterende foto's.
Maar wat het hart raakt is het leven, de man, zijn stem, zijn energie, zijn poëzie, Joop.
Joop ik buig voor je. Als je 't nog tien jaar volhoudt, doe ik het ook, en bak ik voor jou een appeltaart!

maandag 15 jan 2018

Jan Tak :
Wat een kerel die Joop en wat een kwaliteiten zijn in hem samengevat, filosoof, humorist, kunstliefhebber en als het nodig is ook een tik op je smurf. Overigens nooit geweten dat hij ook nog bij de knarren van de Dutch Windmills trainde.

Een bijzondere Rotterdammmer, moge we hier af en toe eens van zijn dichtkunsten genieten.

maandag 15 jan 2018

Jan Vleghaar :
Goed artikel over de Bison .... "Dat mag ook wel eens geschreven worden "dank heer Boute.

maandag 15 jan 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Meeroken (2) is nog dodelijker


Roken is dodelijk.

Meeroken is nog dodelijker.


Wonen in Rotterdam staat gelijk

aan het meeroken van 7 sigaretten

per dag, elke dag weer.


Onzichtbaar (roetzwarte longen)

fijnstof is de grote dooddoener.


Vluchten kan niet meer.


Advies Milieudefensie:

‘Pik nog even een zonovergoten

geheel rookvrij terrasje

op de maan’


Of: ‘STOP NU, onmiddellijk,

met ademhalen!’



Jim Postma

  • Nieuw

  • Reacties