Gedichten met politie

Dichter des Vaderlands schrijft exclusieve bundel over Nederlandse Politie. Of de Dichter des Vaderlands ter gelegenheid van vijf jaar politie enkele gedichten wilde schrijven? Het leek Ester Naomi Perquin een merkwaardig idee, want wat hebben de politie en de poëzie met elkaar te maken? Toch hebben dichter en dienders elkaar gevonden. Ester Naomi liep de afgelopen maanden mee met verschillende politiemensen. Het resultaat van dit unieke project is de exclusieve uitgave Lange armen. Tien gedichten over de politie. Verkrijgbaar vanaf 9 januari bij de Nederlandse boekhandel.

Lange Armen
Voor dit project kreeg Ester Naomi Perquin een blik in een wereld waarin taal een fundamentele rol speelt. Waar voortdurend grote emoties op de loer liggen en waar soms ook vol onbegrip naar wordt gekeken. Perquin: “Ik zag ons als tegenpolen, maar merkte dat agenten juist heel veel gevoel hebben voor poëzie. Ze snappen dat je taal op verschillende manieren kunt inzetten. Hoe ze met een collega praten, een slachtoffer, een verwarde man. Een agent weet heel goed dat één woord het verschil kan maken. Daarin hebben we elkaar gevonden.”

De Dichter des Vaderlands kreeg op haar verzoek de volledige vrijheid. Dat gaf haar de kans om kritische vragen te stellen en in gesprek te gaan over de minder mooie kanten van het werk. Ze liep mee met diverse politiemensen en sprak met verschillende rechercheurs. Er waren huisbezoeken, rondes door de wijk, arrestaties en zelfs een enkele achtervolging.

Perquin: “Ik zag waaraan agenten bloot worden gesteld, wat ze allemaal moeten doen en kunnen. We hebben het vaak over zaken gehad die de hele maatschappij aangaan.

Etnisch profileren, geweld, de omgang met de media; dingen waar je als buitenstaander niet omheen kunt. Ik kreeg de kans daarover in gesprek te gaan en dat vond ik een voorrecht. De agenten die ik sprak zijn zich enorm bewust van de impact die hun werk heeft. Hun verhalen en herinneringen hebben me geraakt.” De tien gedichten die de Dichter des Vaderlands schreef gaan over de wereld achter het credo ‘waakzaam en dienstbaar’.

Korpschef Erik Akerboom: “Ester Naomi Perquin heeft in haar gedichten gevangen waar mijn mensen op straat iedere dag opnieuw mee te maken hebben. Deze tien gedichten zijn de verhalen van collega’s. Ze gaan over het politiewerk van alledag.”

Lange armen verschijnt in een gelimiteerde oplage van 1.000 stuks en is vanaf dinsdag 9 januari voor € 12,50 te koop bij de Nederlandse boekhandel.

Ester Naomi Perquin
Ester Naomi Perquin (1980) volgde schrijfonderwijs in Amsterdam en werkte jarenlang als gevangenisbewaarder. In 2007 debuteerde zij bij Uitgeverij van Oorschot met de dichtbundel Servetten halfstok. Voor haar werk ontving ze onder meer de Anna Blamanprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de J.C. Bloemprijs. Begin 2012 verscheen haar bundel Celinspecties, over het leven achter tralies. Deze bundel werd bekroond met de VSB Poëzieprijs 2013. Perquin was columnist bij De Groene Amsterdammer, Stadsdichter van Rotterdam, presentator van VPRO-programma Nooit meer slapen en draagt regelmatig werk voor bij (inter)nationale festivals. Zij presenteert jaarlijks De Nacht van de Poëzie in Utrecht en werd in januari 2017 benoemd tot Dichter des Vaderlands

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties