Poetry: 'Naar Basel en per boot terug'

4560-poetry-naar-basel-en-per-boot-terug (Door Saskia Wigbold)

Poetry International nodigt ieder jaar weer een groep nationale en internationale dichters uit om aan het festivaldeel te nemen. In de vroegere jaren organiseerde Poetry ook optredens buiten de deur waar dichters voor werden uitgenodigd.
De tocht naar Basel werd legendarisch. Manuel Kneepkens doet verslag.


,,Martin Mooij, de eerste directeur van Poetry organiseerde vroeger allerlei uitjes voor de dichters,‘’ vertelt Manuel Kneepkens. ,,Zo was er de beroemde tocht naar Basel. Een boottocht met het vertrek vanaf de plek Basel daar waar Erasmus was gestorven terug naar de plek waar hij was geboren. Dat was Rotterdam natuurlijk. Zoiets is sindsdien nooit meer gebeurd. Met de trein gingen we eerst naar Basel om vervolgens aan boord te gaan van een schip.

De sfeer in de coupé was alsof we gezellig bij Buddingh thuis waren. Buddingh rookte een pijp en Stientje zat te breien. Foto Henk Kuiper

Gedicht
Ik zat in de trein met Cees Buddingh, zijn vrouw Stientje, en Wim de Vries. De Rotterdamse delegatie. Jan Eikelboom zou ook komen maar die was de avond daarvoor zo dronken geworden dat hij de trein had gemist. De sfeer in de coupé was alsof we gezellig bij Buddingh thuis waren. Buddingh rookte een pijp en Stientje zat te breien. Op een gegeven moment zei Buddingh tegen ons dat het leuk zou zijn om Stientje mee te nemen naar de restauratie want, zo zei hij: ,,Ik voel een gedicht in mij opkomen.”
Toen we terugkwamen, zagen we hem nog net een fles whisky wegfrommelen.
Stientje zag het ook en riep: ,,Je mag niet meer drinken!’’ Dat ging zo even door en zo kwamen we dan in Basel aan. Daar was ook de Amsterdamse delegatie gearriveerd met Mulisch, Nooteboom en Campert.
Bob den Uyl en Nico Haasbroek kwamen ook mee. Er was veel pers aanwezig, Er waren ook Italianen en Polen aan boord. Alle delegaties rond Maas en Rijn waren uitgenodigd dus er zaten geen Engelsen bij.‘’

Groupie
,,We gingen direct aan boord van een groot Duits schip de SS Deutschland. Het graf van Erasmus hebben we niet eens bezocht. Op het schip hadden we een eigen tafeltje waaraan de Rotterdamse delegatie zat. Aan een grote tafel zaten de coryfeeën zoals Campert en Mulisch. Men vroeg mij wel eens, was dat niet lastig voor Stientje met al die mannen aan boord. Welnee! Er waren talloze stewardessen aan boord die de drank en hapjes serveerden. En er was zelfs een verstekeling, een groupie. Die ging van kamer naar kamer. In die tijd had je als dichter meer de status van een popfiguur.’’
,,Het werd niet alleen een historische tocht met drie keer per dag een maaltijd maar ook een alcoholische tocht. We voeren langs allemaal wijnbergen en zodra we een wijnberg passeerden, werden er flessen wijn op het dek neergezet die we konden proeven. Dat kon om 3 uur in de middag zijn maar ook om half 11 in de ochtend. Je kreeg een glas wijn zodra er werd omgeroepen: Wir spatzieren Weinberge!”

Mulisch zorgde tijdens de optredens voor de Nederlandse delegatie.

Chaos
Ik herinner mij Campert die op een gegeven moment helemaal roze was. Niet van de zon, maar omdat hij teveel had gedronken. Het was allemaal harstikke duur en ik vroeg mij af wie betaalt dit allemaal?’’
,,We stopten onderweg op enkele plaatsen om op te treden zoals Bonn en Strasbourg. Het was nogal een chaos, want er waren verschillende nationaliteiten aan boord maar niemand had echt de leiding. Mulisch zorgde tijdens de optredens voor de Nederlandse delegatie. Hij schoof tijdens een optreden bijvoorbeeld Kouwenaar naar voren en deelde het publiek mee dat hij de volgende dichter was die ging voordragen. ‘’

Kruisraketten
,,In Mainz moesten we na een optreden zelf voor ons avondmaal zorgen. Adriaan van Dis had een Balkan restaurant geregeld waar we gingen eten. Mulisch nam zoals gewoonlijk de leiding. Het was een zeer zelfverzekerd man die nooit werd tegen gesproken met altijd die pijp in zijn mond. Bob den Uyl had het niet zo op hem. Echter ik had in die tijd zelf net iets over de kruisraketten geschreven, helemaal in het straatje van Mulisch. Daardoor kon ik geen kwaad meer doen bij hem. Af en toe pakte hij vaderlijk mijn arm even vast. Bob den Uyl ging niet mee maar kwam later nogal verdwaasd het restaurant binnen. Hij zag mij met Mulisch en twee anderen aan een tafel zitten Hij wilde niet, maar hij moest er wel bij komen zitten, want hij had net gehoord dat zijn poes was overleden. Dat verhaal moest hij met mij en een paar glazen delen.''

We stopten onderweg op enkele plaatsen om op te treden zoals in Strasbourg.

Rekening
,,Om half 10 moesten we terug zijn bij de boot. Mulisch knipte na negenen met zijn vingers en vroeg de rekening. Hij zei tegen ons dat het bedrag door vijven konden worden gedeeld. Alleen Bob wilde de rekening niet delen, omdat hij later was gekomen. Hij wilde zijn eigen bedrag uitzoeken en dat betalen. Maar dat kon niet want dan haalden we de boot niet. Mulisch maakte daarop een gebaar met zijn hand en zei: ,,Dan bewandelen we de koninklijke weg en houden we je vrij.’’
Bob zag dat als een overwinning. Hij bleef maar tegen mij herhalen: ,,Mulisch heeft voor mij betaald! Mulisch die iets in de gaten begon te krijgen vroeg mij later: ,,Heeft die jongen soms iets tegen mij?’’
,,De dichter Louis Ferron stond daarbij en antwoordde hem dat Bob een Rotterdamse volksjongen was die zo verschrikkelijk tegen hem op keek en zich daarom zo gedroeg. Dat heb ik maar zo gelaten.’’

,,Martin Mooij zei er later nooit iets over maar ik kwam erachter dat de Duitse CDU de hele tocht betaald had,‘’ besluit Kneepkens zijn verhaal. ,,In verband met de komende verkiezingen in die periode wilden ze ook eens iets aan cultuur doen.’’

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

‘Soldatenrondje op het terras’


Het gesprek tussen de

gepensioneerden op

het zonovergoten terras

gaat over hun lang

verleden als militair.


De ene anekdote volgt

na de andere en na

het zoveelste biertje is

het dus lachen, gieren

en brullen, zoals in

de vroegere diensttijd.


De jongste van het stel

ene Daan begint nu over

zijn vroegere meerdere

aan wie zijn compagnie

inmiddels een pesthekel

had gekregen.


Daan: ‘En toen zongen wij

uit volle borst, waar hij

bij ouderwets schreeuwend

en vloekend aanwezig was:


‘Beter je zus als hoer dan je

sergeant-majoor als broer.’


JP


(Andere dienstervaringen zijn

hier van harte welkom).


  • Nieuw

  • Reacties