VERBINDING

(Door Kees Versteeg)

Een van de opmerkelijkste beelden in Rotterdam is dat van Rigardus Rijnhout, bijgenaamd De Reus van Rotterdam (1922-1959). Het beeld staat in het wijkpark van het Oude Westen. Rigardus was 2 meter en 38 centimeter lang, woog 230 kilo en had schoenmaat 62. Het beeld is gemaakt door Herman Lamers.

Rigardus was zo lang vanwege een groeistoornis. Tijdens zijn leven viel hem veel spot en hoon ten deel. In eerste instantie denk je: is het niet raar om iemand te eren met een beeld vanwege een groeistoornis? Verdienen gebochelden en zware obesitaspatiënten dan ook niet een beeld? Maar er zit een eerlijk sentiment achter. Het is een uiting van volks mededogen voor degenen die afwijken. Het toont respect. Tolerantie. Het compenseert ook ons schaamtegevoel vanwege onze spotternijen.

Is het kunst? Figuratiever krijg je het niet, denk ik. De maker heeft er niet zijn oor voor hoeven af te snijden. Het is levensecht in de overtreffende trap. Ik heb er een nieuw woord voor verzonnen: Figurativissimo. Het is kunst die contact zoekt met het volk. Niets mis mee, met kunst die de zwakkeren bescherming biedt. Die compassie toont. Nu nog een politiek verzinnen die compassie toont met kunstenaars. Als die op hun beurt nu eens soft-abstract gingen, een traan in hun abstracte werken durfden te verwerken, wie weet hebben we dan zomaar ineens die derde stadsbrug.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties