Borstvoeding


Het schijnt mode te zijn om problemen te maken, zo hikken we vandaag nog altijd tegen het geven van borstvoeding in het openbaar aan. Iets dat we al doen sinds de mensheid bestaat en niemand die er iets achter zoekt of er kwaad van denkt. Zo gebeurde het dat Gerd Jan een verstokte vrijgezel van 39 jaar terug komende van z’n stamkroeg “De kroonkurk” op de Doklaan, op weg naar huis, een vrouw ziet die op de stoep van haar huis, een kind van een paar maanden de borst geeft.

Gerd Jan, verbouwereerd door dit liefdevolle gebeuren, staarde de vrouw met bewondering aan. Dat viel de vrouw direct op, en omdat ze als echte import Charloisse goed gebekt was, vroeg ze aan Gerd Jan: “Wat motje joh? Hebbie d’r last van?” Gerd Jan geschrokken en met het schaamrood op zijn kaken, verontschuldigde zich stotterend, zoals alleen maar een echte vrijgezel kan: ‘’Neem me niet kwalijk, mevrouw, maar als kind heb ik dit genoegen niet mogen smaken omdat mijn moeder bij mijn geboorte is overleden.

De vrouw die nu wel spijt had van haar reactie nam het Gerd Jan niet kwalijk en met een lach op haar gezicht zei ze: “Als je ook wil proeven, moet je het maar zeggen.” Gerd Jan was nu helemaal de kluts kwijt en stotterde: “Nou ja, mevrouw, als het niet te veel gevraagd is, heel graag.” ‘’Nou kom maar hier, maar dan moet het wel binnen gebeuren, want je weet hoe de buren zijn, ze maken er gelijk een heel gebeuren van.”

Gerd Jan huppelde, vol verwachting maar toch wel zenuwachtig, achter mevrouw aan het huis binnen, en nadat mevrouw haar kindje in bed had gelegd ging ze op een stoel zitten, maakte haar borst bloot en zei tegen Gerd Jan: ‘’Kom op joh, laat het je maar smaken.’’ Gerd Jan, nog steeds met het schaamrood op z’n kaken, vleide zich tegen de vrouw aan, streelde haar borst en liet zich de moedermelk goed smaken.

Na zich gelaafd te hebben en mevrouw bedankt te hebben voor dit vorstelijke vocht, zei hij: ‘’Tja... mevrouw, dit is wat anders dan een fluitje Heineken, nogmaals hartelijk bedankt.’’ De vrouw, die door het gelurk van Gerd Jan een beetje opgewonden was geraakt, zei toen: ‘’Geen dank, man, mocht je nog iets anders willen, zeg het maar, we zijn van alle markten thuis.’’

Gerd Jan verrast door dit aanbod stotterde: ‘’Nou, ja, mevrouw… eh… een boterham met pindakaas zou er ook nog wel ingaan, als het niet teveel gevraagd is.’’

Torcque Zaanen.

Rinus Vuik :
Een verademing deze Kopstoot van jou Torcque...een kleine ontsnapping uit de keiharde wereld van nu.Bedankt!!

dinsdag 17 apr 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties