Gelijkenis met bankencrisis Robaver

5978-gelijkenis-met-bankencrisis-robaver (Door Hans Roodenburg)
Het zou zo maar kunnen dat een nieuwe bankencrisis in de maak is.
,,Het verontrustende is nú dat er vooralsnog geen reden is om aan te nemen dat bankiers ooit wel bestand zullen zijn tegen verleidelijke economische prikkels.

In vergelijking met de vroege jaren twintig is de situatie er zelfs eerder slechter op geworden dan beter.’’



Lodewijk Petram slaagt erin om zo’n ingewikkelde financiële kwestie bijna als een roman te beschrijven.Opzienbarend
In niet mis te verstane woorden schrijft de econoom en historicus Lodewijk Petram (1981) dat in de epiloog van zijn opzienbarende boek over onder andere de 'Rotterdamsche Bankvereeniging' (Robaver, genoemd naar destijds het telegramadres van de grootste bank van Nederland) in de jaren twintig van de vorige eeuw. Wie dat boek thans leest, kan alleen maar tot de conclusie komen dat er aardig wat mis was met de Rotterdamse bank, waaruit uiteindelijk de ABN Amro is ontstaan.
De vergelijking met de miljardensteun aan ABN Amro is frappant. Net zoals minister van Financiën Wouter Bos en minister-president Jan Peter Balkenende in 2008 aarzelde op 30 juni 1924 minister van Financiën Hendrik Colijn geen moment.
De Rotterdamsche Bankvereeniging stond op omvallen. De verontwaardiging in ons land was groot. Jarenlang waren er miljoenenwinsten verdeeld onder directie en aandeelhouders. En plotseling was er gemeenschapsgeld hard nodig. Hoe was het zover gekomen? Bankentoezicht was er in die jaren niet of nauwelijks.

Risico's
Met tientallen miljoenen guldens – erg veel geld voor die tijd – moest de Robaver overeind worden gehouden. Nog een overeenkomst was dat in tijden van voorspoed té grote risico’s waren genomen. Dat is ook gebeurd met de overname van ABN Amro in 2007 door RBS, Fortis en Banco Santander aan het begin van de economische crisis.
Opvallend is dat de nog jonge Lodewijk Petram enkele hoofdrolspelers uit die tijd durft te noemen.
Dat is in de allereerste plaats wijlen president-directeur Willem Westerman van Robaver die met een riante regeling vertrok van de bank. Ook directielid K.P van der Mandele, waarvoor in Rotterdam een standbeeld is opgericht vanwege zijn grote verdiensten voor de stad, komt er soms niet best vanaf.

Karel van der Mandele wordt beschouwd als de grote initiatiefnemer van Museum Boijmans van Beuningen, Diergaarde Blijdorp en talloze andere zaken. Foto's: Uitgeverij Atlas ContactKarel van der Mandele wordt beschouwd als de grote initiatiefnemer van Museum Boijmans van Beuningen, Diergaarde Blijdorp, Feyenoord-stadion, Kralingse Bos, een voorloper van de Erasmus Universiteit en talloze Rotterdamse andere zaken uit het verleden. Zijn begrafenis in januari 1975 heb ik nog meegemaakt. ‘Tout’ Rotterdam kwam opdraven bij een propvolle uitvaartdienst in de Laurenskerk.

Rode draad
Tijd om Lodewijk Petram aan het woord te laten. Bij een aantal bankiers bestaat ‘de allesoverheersende wil’ om hun bank groter, machtiger en winstgevender te maken dan de concurrentie. ,,Dat is niet alleen een rode draad in de geschiedenis van Nederlands eerste grote bankencrisis, maar ook in die van de meest recente. Willem Westerman was de Rijkman Groenink (ex-topman ABN Amro, red.) van zijn tijd, al lijkt hij met zijn neiging de schuld voor het falen van zijn bank bij anderen neer te leggen misschien nog meer op Dirk Scheringa.’’ De laatste ging met zijn bank DSB die naar hem was vernoemd ten onder in 2009.
Petram maakt in zijn vergelijking korte metten met de overheid in de jaren ’20 en die van 2008. In een periode van bezuinigingen werd diep in de buidel getast om het bankwezen voor een totale ineenstorting te behoeden.

Willem Westerman was de Rijkman Groenink van zijn tijd, al lijkt hij met zijn neiging de schuld voor het falen van zijn bank bij anderen neer te leggen misschien nog meer op Dirk Scheringa (DSB).In zijn epiloog schrijft hij dat waar Westerman en de hardwerkende Van der Mandele er nog niet van uit konden gaan dat hun bank in geval van nood gered zou worden. Dat is tegenwoordig wel anders.

'Too big to fall'
,,Bankiers weten of hun bank als too big to fall geldt, en wanneer dat het geval is, weten ze ook dat risicovol gedrag zeer lonend kan zijn. Als hun handelen goed uitpakt, strijken ze immers zelf de winst op. Terwijl ernstige verliezen bij de staat terechtkomen.’’
We kunnen natuurlijk niet alles uit het boek verklappen. Maar Lodewijk Petram slaagt erin om zo’n ingewikkelde financiële kwestie bijna als een roman te beschrijven terwijl het toch bittere waarheidsvinding is. Een les voor alle bankiers en hun medewerkers in deze tijd dat het weer veel beter lijkt te gaan met het bankwezen.

De gelijkenis met het recente verleden is verbluffend en daarmee verontrustend, schrijft Atlas Contact in zijn persbericht. Laten we volstaan dat met name de Robaver een waarschuwing voor het heden is.

Het boek ‘De vergeten bankencrisis’ is als paperback te verkrijgen voor € 21,99 onder ISBN 9789045027685. Het is tevens als e-book te koop. Uitgeverij Atlas Contact.

Piety Piket-Herberich :
Ach ja, deze meneer Westerman was mijn oudoom. Getrouwd met Frida Herberich.
Ik behoor duidelijk tot de 'arme' tak van de familie. Maar dat is niet erg.
Het is erg interessant over hem te lezen.
Buiten de verhalen die mijn vader vertelde over de bezoeken die hij in zijn jeugd bracht aan zijn tante Frida in Den Haag.

zaterdag 24 feb 2018

Johannes :
Bedankt voor de tip Hans voor mij is dit boek een aanrader voor anderen reden om het touw vast op te zoeken.

Overigens is er in de historie van Rotterdam en daarmee de Rotterdamse Bank al vóór de jaren '20 een ingrijpende financiële crisis geweest aangewakkerd door Lodewijk Pincoffs eind 19e eeuw. Door teveel marchanderen met geld van de bedrijven waarvan Pincoffs commissaris was - o.a. die zelfde Rotterdamse Bank - kwam zelfs de stad Rotterdam op het randje van de afgrond.

Boeven zijn van alle tijd.

vrijdag 25 maart 2016

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties