Van het ene huis naar het andere

5527-van-het-ene-huis-naar-het-andere (Door Hans van den Bos)
(Vervolg) en slot

(Onze gastauteur is in Rotterdam geboren, had de leiding over enkele boekwinkels en vertrok in 2002 naar Ierland. Hieronder haalt hij in de rubriek 'Gisteren' herinneringen op aan zijn jeugd in Rotterdam.)


Hoeveel broers of zusters mijn pleegvader had weet ik niet. Ik kende alleen die broer van het Witte Dorp en een oudere zus bij wie we daarna introkken. Zij woonde met haar twaalf kinderen in de Stokroosstraat in Rotterdam-Zuid. Haar man zat op de wilde vaart en kwam maar een keer per jaar thuis. Dit huis had een voor-, tussen- en achterkamer plus een keukentje en een zolderkamer.


Voorkamer
Wij kregen met ons vieren de voorkamer en mijn pleegvader's zus sliep met elf van haar kinderen in de tussenkamer als sardientjes in een blikje. De oudste zoon had de zolderkamer ter beschikking.
Eten deden we met ons allen in de achterkamer rond een tafel met 4 stoelen en natuurlijk werd eens per week een teil tevoorschijn gehaald om ons om de beurt te wassen.

 Na nog geen twee jaar veranderden we weer van woning, terug naar het zuiden, de Voorde in Tuindorp Vreewijk.Deze situatie duurde gelukkig niet lang, want we konden op zoek naar een eigen huis, de woonvergunning was toegewezen. Al gauw vond mijn pleegvader een vrij bovenhuisje in de Josephstraat in het Oude Westen, maar goed ook, de relatie met zijn zus was niet zo denderend meer, ik heb haar en de rest van zijn familie nooit meer gezien.

Lagere school
Ik ging kort daarna naar de lagere school, eerst een jaar op een school in de van Speykstraat, daarna in de Schietbaanstraat. Het enige wat ik me daarvan herinner is dat ik mijn vinger een keer klemde tussen de schooldeur en dat de schoolarts dreigde me naar een ‘kolonie’ te sturen als ik niet elke ochtend mijn havermout op zou eten.
Mijn moeder en pleegvader dwongen mij het dan ook te eten en duwden de lepel met geweld in mijn mond terwijl mijn neus werd dichtgeknepen. Tot op de dag van vandaag word ik misselijk als ik dat spul alleen maar ruik.
Na drie jaar verhuisden we met een ruilvergunning naar de Brederodestraat in Spangen, ik werd op school gedaan in de Potgieterstraat in de klas van Meester Braal. Na nog geen twee jaar veranderden we weer van woning, terug naar het zuiden, de Voorde in Tuindorp Vreewijk.
Mijn nieuwe school was aan de Frankendaal en mijn onderwijzer in de vijfde en zesde klas Meester Siebelink.

Fijnste jaren
De bijna twee jaar op deze school waren de fijnste jaren van mijn schooltijd. Dit was mede te danken aan mijn onderwijzer. Het eerste wat hij deed was me mijn naam teruggeven. Op verzoek van mijn pleegvader droeg ik zijn naam Van Prooijen, maar op mijn eerste dag op school vroeg Meester Siebelink welke naam ik wilde hebben, Van den Bos zoals ik officieel heette, of Van Prooijen.

De bijna twee jaar op de Frankendaalschool waren de fijnste jaren van mijn schooltijd. Dit was mede te danken aan mijn onderwijzer meester Siebelink.Daar mijn relatie met mijn pleegvader langzamerhand steeds slechter werd koos ik gretig de naam van mijn natuurlijke vader. Dit werd me thuis niet in dank afgenomen, er ontstond een aardige ruzie door en uiteindelijk was dit het begin van mijn opstand tegen het geweldadig gedrag van mijn pleegvader.
Op zekere dag, ik was twaalf, werd mij verteld dat er spoedig een broertje of een zusje bij zou komen. Er werd van alles aangeschaft, zoals een kinderwagen, wieg, luiers, enz. en er werd een kamertje ingericht.

Problemen
Maar na korte tijd onstonden er problemen en mijn moeder bracht diverse bezoeken aan een 'vrouwenarts' op de Randweg. Over een zusje of broertje werd niet meer geproken en de baby spullen verdwenen stuk voor stuk uit huis.
Jaren later tijdens een flinke woordenwisseling zei pleegpa woedend, dat hij altijd zijn jasje voor mij had uitgetrokken en dat hij nooit kinderen van zichzelf had willen hebben. Ik antwoordde daarop, dat mijn moeder zich destijds dan toch door een andere man moest hebben laten bevruchten.
Het advies van Meester Siebelink was dat ik na mijn lagere schooltijd naar de HBS zou kunnen, maar mijn pleegvader vond dat veel te hoog gegrepen, hij vond MULO meer dan genoeg.
Dus het seizoen 60/61 bracht ik door op de MULO, waar ik net voor de schoolvakantie in 1961 van af werd gestuurd door de directeur, omdat ik, nadat ik van hem een dreun voor mijn hoofd had gehad, de man flink tegen zijn benen schopte.

Klappen
Ik vond de klappen die ik van pleegpa kreeg meer dan genoeg. Mijn ouders waren in paniek en lieten mij een beroepskeuzetest doen. De uitkomst was tuinarchitect of banketbakker. Dus, omdat ik tuinieren wel leuk vond, naar de tuinbouwschool in Barendrecht. Mijn schooltijd bracht ik echter meer door met fietsen en vogels kijken in de polders rond Barendrecht, dan op school.
Ik werd totaal niet geaccepteerd door de Barendrechtse jongens die in ketelpak en op klompen op school kwamen en ik was ook niet geïnteresseerd in het groeien van aardappelen en spruiten. Het was de verkeerde tuinbouwschool.
Dus aan het einde van dat jaar werd ik weer van school gestuurd en ging, omdat ik mijn tijd vol moest maken, weer terug naar een MULO. Rond mijn 15e jaar verhuisden we naar het Noorden, naar de Orpheusstraat en twee jaar later terug naar Zuid, weer de Persoonshaven.
Tijdens mijn militaire dienst verhuisden mijn ouders opnieuw, nu naar de Asterlo. Kort daarna heb ik het contact met hen verbroken. Het laatste wat ik hoorde was dat zij ergens in Kralingen woonden.

 Onze laatste woning is een 'townhouse' met een lange tuin aan de achterkant, in een klein dorp in het zuiden van Ierland. Ierland
Een aantal jaren na mijn diensttijd ben ik getrouwd, mijn eerste huis was in de Lieve Verschuierstraat en mijn tweede op de 1e Middellandstraat naast de boekhandel waar ik inmiddels werkte. Toen ik eigenaar van de boekhandel werd ben ik boven de zaak gaan wonen. Begin negentig ben ik gescheiden van mijn eerste vrouw en een jaar later ontmoette ik mijn huidige Engelse vrouw. Na nog een jaartje op de Middellandstraat gewoond te hebben, zijn we verhuisd naar de Pascalweg, waar we maar een paar jaar hebben gewoond. Ons laatste woonadres in Rotterdam was op de Beukelsdijk. In 2002 kreeg mijn vrouw een aanstelling als Zangpedagoog op de Universiteit van Cork en onze laatste woning is nu een 'townhouse' met een vijftig meter lange tuin aan de achterkant, in een klein dorp in het zuiden van Ierland.
Mijn dagelijkse bezigheden zijn tuinieren (o.a. verbouwen van eigen groente), het huishouden, koken en de beslommeringen van het 'seculaire' (geen kerkmuziek) gemengde koor 'The Orpheus Choir Co. Cork', waarvan mijn vrouw eigenaar en dirigent is. De tijd die ik overhoud vul ik met schrijven, lezen en niet te vergeten de dagelijkse wandelingen met onze honden in de bossen rond het dorp.

Ik ben sinds 2002 eenmaal een weekje teruggeweest in Nederland en de kans is heel groot dat dit tevens de laatste maal is geweest, want ik heb er niets meer te zoeken. Ik ben nooit erg nationalistisch geweest, ik ben een Europeaan met een zwak voor de grootste haven van dit werelddeel. Doch op dit moment woon ik heerlijk in dit rustige stukje van Europa. Dit eiland is vier keer zo groot als Nederland met maar 4.5 miljoen mensen, waarvan 1 miljoen in en rond Dublin. Er is helaas één nadeel, de meeste mensen hier geloven nog in sprookjes, in het bijzonder het Roomse sprookje.

Arie Torcque :
In de jaren 55 tot 58 kwam ik vaak in de Josephstraat, omdat daar een oom van een vriendinnetje woonde, de goede man vader van een groot gezin, verdiende de kost als viool speler bij het R'dam philharmonisch orkest en Arie Malando als bijverdienste tezamen met een verre neef van m'n moeder. De goede man in de Josephstraat leerde me de kneepjes van de "Jazz" muziek kennen, met als hoogte punt "Gene Krupa" en geweldige tijd maar wel een aso buurt waar je je kinderen niet graag zou onderbrengen.

maandag 11 maart 2019

Jan Tak :
Haha de Josephstraat geen stijl hoe kom je er op, het kan nog steeds met gemak concurreren met een Oostblokland
Maar je hebt deels gelijk, veel straten van ver voor de oorlog (Josephstraat uit 1870, toen was het daar nog "gemeente Delfshaven) waren niet om aan te zien, ssst niet verder vertellen maar 80 % van onze vooroorlogse woonstraten waren armoedige bouwvallen veelal voor weinig geld neer gezet door particuliere aannemers.
Daarom ook was het daar goedkoop wonen hetgeen dan ook het arme deel van onze bevolking trok maar i.p.v geld te spenderen aan verbeteren bouwde men de Hofpleinlijn zodat de beter gesitueerden in Rijswijk en Wassenaar konden wonen.
Rotterdam was (is) helemaal niet zo'n geweldige stad.

zondag 10 maart 2019

Arie Torcque :
Helemaal met je eens Jam Tak, want de genoemde straten zijn nu ook weer geen visite kaartje om mee te pronken.Daarbij alle familie perikelen is ook geen verhaal om trots op te zijn en een "Opstel" over te schrijven, alhoewel, als je jezelf naar beneden wil halen, O.K. ga dan gerust je gang, ik zou er voor passen.

zaterdag 09 maart 2019

Jan Tak :
Quote Agnes Voorn:
"Deze man was zo tolerant dat hij geen boeken had over kerk geloof en spiritualiteit en religie in het algemeen"

Leg eens uit Agnes want ik kan deze redenatie niet volgen, wellicht dat je van de handel in de door jouw gezochte publicaties de schoorsteen niet kan laten roken.
Bovendien als je dit openhartige verhaal op je in laat werken kan je ook de vraag stellen of Hans veel reden had om 's avonds de Heer te danken.

Zelf Arie heb ik beide verhalen in één adem gelezen niet omdat het mij aan Couperus deed denken maar omdat het uit het leven is gegrepen.
Aan de andere kant, zelf had ik het voor mij gehouden dat weer wel.

zaterdag 09 maart 2019

Arie Torcque :
van de Stockroosstraat naar de Josephstraat was nou niet bepaald een vooruit gang en ehhh,.. beste Hans het schrijven gaat je ook niet al te best af, een advies,.. niet meer doen, het slaat nergens op. Tenen krommend en de tranen schieten in m'n,.. ach laat ook maar.......

zaterdag 09 maart 2019

Agnes Voorn. :
Is dat niet de man met een boekwinkeltje had toen in de Witte de Wit straat.Deze man was zo tolerant dat hij geen boeken had over kerk geloof en spiritualiteit en religie in het algemeen. En vriendelijkheid en behulpzaam voor de klant ho maar.

zaterdag 09 maart 2019

Soraya Van den ochtend appels :
Het is nog al wat.

zaterdag 09 maart 2019

Hans van den Bos :
Ja familie problemen, ik weet niet anders. Mijn moeders familie heb ik gekend, maar het boterde daar ook niet altijd.
Mijn vaders familie, de Van den Bos, was behoorlijk groot. Oma is heel oud geworden heb ik begrepen en opa (Pieter) is vrij vroeg overleden. Ik heb zo'n 25 jaar geleden eenmaal contact gehad met 2 ooms. Een van hen (Meindert?), een jaar jonger dan mijn vader, vertelde mij dat hij samen met hem in de oorlog verplicht naar Duitsland was gestuurd. Hamburg, als ik me goed herinner. Mijn vader scheen erg recalcitrant te zijn geweest. Doordat hij een Duitse officier uitschold is hij naar een kamp gestuurd en zijn broer schijnt hem daar van voedsel te hebben voorzien. Toen ik dit hoorde kreeg ik een heel trots gevoel. Samen zijn zij, na de bevrijding, uit Noord-Duitsland teruggelopen naar Rotterdam. Mijn moeder verweet me altijd als ze boos op me was, dat ik op mijn vader leek. Ik zag dat zelf altijd als heel positief. Als het goed is heb ik een heleboel neven en nichten, maar op een na heb ik ze nooit gezien. Mijn oma's naam was Schuurman-Hess.

zaterdag 23 mei 2015

Hans Roodenburg :
Ik moet ongeveer van dezelfde leeftijd zijn als jij Hans. Wat een familieproblemen allemaal! Dat vormt je ook enigszins. Wat dat betreft heb ik een stabiel leven gehad. Voor zover ik weet zijn er nauwelijks ruzies binnen de (zelfs verre) familie geweest. We woonden allemaal in de toenmalige dorpen Rijsoord (waar ik ben opgegroeid) en familie kwam uit Barendrecht, Rotterdam, Bolnes, Slikkerveer. enz. In die tijd had je nog grote families.
Ik heb later nog een (essentiële?) fout gemaakt doordat ik dacht dat mijn oudste neef uit Rotterdam in maart 1945 fout was geweest in de Tweede Wereldoorlog toen hij tijdens een Amerikaans (!) bombardement in Berlijn overleed. Daarover werd nooit in de familie over gesproken. Pas een paar jaar geleden is mij duidelijk geworden dat ik een foute conclusie had getrokken dankzij zijn jongste zus die ik op de begrafenis van mijn moeder (101 geworden!) ontmoette. Hij was als dwangarbeider en als herenkapper naar Berlijn gestuurd.

zaterdag 23 mei 2015

Johannes :
Kom op Wim ik snap, denk ik, wat Hans bedoeld tenslotte was Spangen in onze tijd ook grotendeels katholiek met twee kloosters en een RK kerk.
Hans heeft in zijn vierluik een hoop van zich afgeschreven maar ook het één en ander weggelaten begrijp ik uit zijn slot opmerking, ik hoop dat het louterend was.

Btw Hans heb even naar je vrouw geluisterd moest denken aan Caroline Kaart kort geleden nog bij ons op tv.

maandag 18 mei 2015

Wim :
Je hebt er wel meer die niet in het sprookje geloven gaan ze dood liggen te happen naar adem moet er een een vertegenwoordiger komen van dat sprookje om ze naar sprookjesland te helpen.
Weet nog wel een fantastisch land voor jou Hans van den Bos helemaal sprookjesvrij Noord Korea.

maandag 18 mei 2015

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De telefoon


de telefoon, Jana
'Jim is dood'

gemis
is een woord
dat we niet willen

ga,
verdwijn
`als je er maar bent'

gemis
is een woord
dat we niet willen

dat je kunt zeggen
`ga met me mee'
of
`help even
die spullen
weg te zetten'

gemis
is een woord
dat we niet willen.


Jan Wagenaar

  • Nieuw

  • Reacties