Geheim journalistencafé De Schouw

4279-geheim-journalistencaf-de-schouw (Door Jim Postma)

Wie als journalist van enige naam en faam nog nooit van zijn leven in journalistencafé De Schouw was geweest, telde in het Rotterdamse regiocircuit eenvoudig niet mee. Bleef voor de cafévakbroeders een vreemde eend in de bijt.


Wij praten hier over de jaren vijftig tot en met 80 in de vorige eeuw. De Schouw (bijgenaamd ‘De Perspub’ of ’t Schouwtje’) was destijds gevestigd in de Witte de Withstraat, oftewel de voormalige ‘Fleetstreet’ in Rotterdam. Met daarin de redactiekantoren van NRC Handelsblad, het Algemeen Dagblad, dagblad De Rotterdammer en Het Vrije Volk.

Bijenkorf
De Schouw fungeerde in die dagen als een zoemende bijenkorf van journalisten, kunstenaars, zeelieden en zakenmensen. Een mooiere mix van kruisbestuiving kon je niet bedenken. Sommige journalisten, waarvan ondergetekende, beschouwde het roemruchte café als laagdrempelig filiaal van het feitelijke redactielokaal. Een ieder uit de stad of regio die een verhaal kwijt wilde aan de krant stapte er naar binnen. Wetende dat daar altijd wel een journalist te vinden was, het liefst eentje die ze kenden met naam en foto uit de krant.
Als vakman leerde je daar snel het kaf van het koren te scheiden. Een ‘lulverhaal’ van een halve dronken kletsmajoor verwees je onmiddellijk naar de ‘prullenbak’.
Gingen je oortjes echter bij een bepaald gesprek gloeien dan nam je nooit het verhaal of interview af in De Schouw zelf. Je zou wel gek zijn. ‘Feind hört mit’, zo luidde dan je eigen alarmbel. De ‘primeur’ sleepte je aan de haren mee naar een veilige redactiekamer. Meestal van de hoofdredacteur als die weg was. In mijn geval was dat dus Herman Wigbold van ons toenmalige Het Vrije Volk.

Ontmoetingsplaats van journalisten, kunstenaars en zakenmensen in Rotterdam; Café De Schouw in de Witte de Withstraat.‘Bolle Frans’
De Schouw – voor ons een waar persinstituut – werd bemand door voornamelijk ‘Bolle Frans’ en ‘Kale Willem.’ Een paar apart, zeker als komisch duo. Toen in het begin van de negentiger jaren alle kranten uit ‘Fleetstreet’ waren verdwenen, verloor deze ‘perspub’ voorgoed zijn functie. Het cafeetje bestaat nog steeds en wordt vandaag de dag nog hooguit bezocht door enkele collega’s uit pure nostalgie.
Zoals toen ik daar twee jaar geleden was met mijn goede collega Geert-Jan Laan (ooit berucht onderzoeksjournalist en adjunct-hoofdredacteur van Het Vrije Volk). Een neef van de inmiddels overleden notoire barkeeper ‘Bolle Frans’ was bij die gelegenheid toevallig aanwezig.
Geheimzinnig vroeg hij aan ons waarom deze Frans daar al die jaren werkte? Laan en ik konden dit onmogelijk raden. Totdat hij ons de hint gaf dat die goedlachse ‘Bolle’ met zijn perfecte horeca-oortjes daar mede werkzaam was als ‘agent’ van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD)!
Ouderwets begonnen onze oortjes wederom te gloeien. In de ‘suggestie’ van deze neef zat wel een keiharde logica. Journalisten immers bespreken onder een flinke slok van alles en nog wat aan de bar…

Bij de huidige opvolger van de BVD, de AIVD, hebben Laan en ik onmiddellijk daarna bij deze informatie- en infiltrantenclub het ‘dossier De Schouw’ opgevraagd.
Met bijzonder pikante details over de krantencollega’s uit die tijd!

(Wordt vervolgd).

Eerder verschenen op pagina 8 in 'Bladspiegel 4' van het Persmuseum

roberto timero :
Tineke... van harte gefeliciteerd. Veel succes!

woensdag 31 jul 2013

Tineke Speksnijder :
De Schouw blijft De Schouw! Vanaf Morgen (1/8/2013) ben i9k de eigenaresse!

woensdag 31 jul 2013

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties