Cruiseterminal levert stad te weinig op

4289-cruiseterminal-levert-stad-te-weinig-op (Door Hans Roodenburg)

De cruiseterminal is als Rotterdamse publiekstrekker een succes geworden. Qua inrichting zou de vroegere passagiersterminal van de Holland Amerika Lijn aan de Wilhelminakade eigenlijk gemoderniseerd moeten worden.
Dat kost weer een paar miljoen, waarvan het maar de vraag is of er een groei aan binnenkomende havengelden voor de cruiseschepen tegenover staat.


Het economisch belang van de cruiseterminal is toch al zwaar overschat, zeker als je het vergelijkt met vele andere zee-activiteiten die geld in het laatje van het Havenbedrijf Rotterdam – en dus indirect van de Rotterdamse gemeenschap – brengen.
Hoewel we in veel ladingsoorten de grootste haven van Europa zijn, neemt Rotterdam in de opbrengsten aan passagiers en aan scheepsservices van cruiseschepen slechts een bescheiden positie in.

De cruiseterminal RotterdamGroei
De Nederlandse cruisemarkt is fors gegroeid, tot ruim 86.000 passagiers in 2011. Rotterdam profiteert nauwelijks van deze groeimarkt. Bovendien blijven veel van de passagiers vaak die ene dag, dat men aan de Wilhelminakade ligt, gewoon aan boord van hun cruiseschip.
Als zij al van boord gaan, doen zij meestal hun uitgaven in andere delen van het land, met name voor bezichtiging van Amsterdam, Delft en van de molens in Kinderdijk. De stad Rotterdam komt er bekaaid af.
Nadat in 1997 de cruiseterminal in gebruik is genomen, trokken vooral de beroemde nieuwe schepen van de Holland Amerika Lijn, die zijn roots in Rotterdam heeft liggen, enorme publieke belangstelling. Op de Erasmusbrug, de Wilhelminakade, de tegenoverliggende Willemskade en Westerkade paradeerden dagelijks duizenden scheepvaartliefhebbers om de grote cruiseschepen te kunnen zien liggen. De HAL was in hun nostalgische ogen terug in Rotterdam.

Directeur Mai Elman van Cruiseport Rotterdam. Foto: DOVSinds 1999 maakt directeur Mai Elmar van de Cruiseport Rotterdam zich sterk om zoveel mogelijk cruiserederijen te interesseren voor Rotterdam. Mede daardoor is zij benoemd tot havenman/vrouw van het jaar 2004.

Goede wil
Hoewel van heel goede wil, kan men ook van het Havenbedrijf Rotterdam niet verlangen dat het zonder een goede rendementsverwachting voor de langere termijn miljoenen investeert in de vernieuwing van de cruiseterminal. Dit is en blijft een politieke kwestie van de gemeente Rotterdam zelf. Als de meerderheid van de gemeenteraad het er voor over heeft om deze publiekstrekker in stand te houden, dan moet men in de eigen begroting daarvoor geld zien te vinden.
Voorzitter Cees de Keijzer van de World Ship Society Rotterdam Branch heeft een berekening gemaakt wat bijvoorbeeld de ROTTERDAM (van de HAL) opbrengt aan havengelden. Het cruiseschip levert het Havenbedrijf € 6562 aan zeehavengelden op. Dat is 11 cent per bruto ton van het schip. ,,Een vol beladen olietanker en een groot containerschip leveren veel en veel méér op. Dan praten we over getallen van zes cijfers.’’ En dan hebben we het hier nog niets eens over de toegevoegde waardes voor de hele Nederlandse economie.
Volgens De Keijzer moet er voor de cruiseschepen en –terminal bij het Havenbedrijf dik geld bij. In zijn Rotterdam Branch Magazine stoort hij zich ook aan het feit dat sommige vakmedia kritiekloos ventileren dat de cruiseschepen voor veel toegevoegde waarde zouden zorgen. Daar plaats hij grote vraagtekens bij.

Aantal aanlopen
Het lukt Rotterdam niet met het aantal aanlopen van cruiseschepen in de buurt van Amsterdam of Zeebrugge te komen. In ieder geval is er ook dit jaar geen groei. De Keijzer: ,,Rotterdam heeft concurrentie die er niet om liegt en heeft geen kans gezien om te profiteren van de spectaculaire groei van het aantal Nederlandse cruisepassagiers waar andere havens dat de laatste jaren wel hebben gedaan.’’

Voorzitter Cees de Keijzer van de World Ship Seciety Rotterdam. Foto en de kleine foto bij de inleiding: Rinus VuikDit jaar is de groei er helemaal uit en voor 2013 is het nog heel ongewis. ,,Momenteel staat de teller voor 2013 op 24 aanlopen, waarvan overigens al twintig keer de ROTTERDAM. Dat is twee minder dan dit jaar.’’
,,Feit is dat bij de concurrenten zoals Amsterdam en Zeebrugge die groei er wel is. Amsterdam staat ondanks de concurrentie door uitbreiding van de Felison Terminal in IJmuiden voor 2013 nu al op 147 cruiseschepen, tegen 148 dit jaar. Zeebrugge met in 2012 al 90 calls, gaat volgend jaar boven de honderd komen.’’

Overdreven
Bij deze havens blijft Rotterdam in de cruisevaart dus sterk achter. Alle juichkreten over Rotterdam als ‘cruiseport’ zijn dus overdreven en onterecht. Misschien is het daarom verstandig om daarin niet veel meer te investeren of hooguit wat modernisering aanbrengen in de terminal waardoor de ontvangst van passagiers wat mooier oogt.
De haven van Rotterdam kan zijn geld beter steken in andere ladingstromen. En als het om een paar miljoen gaat levert het in de marketing en promotie van de haven als dé Europese plaats voor containers, olie, droge bulk en andere goederensoorten waarschijnlijk veel meer op.
Dat de cruisegasten hoge cijfers geven aan Rotterdam is een marketingtruc. Immers is er een cruisehaven in West-Europa waaraan passagiers een onvoldoende geven of een lager cijfer dan Rotterdam?

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Schreven de goden de Illias en mensen de Odyssee?

Julian Jaynes (1920-1997) was een Amerikaans psycholoog en een avontuurlijk wetenschapper van groot formaat.

Ik citeer uit Wikipedia:

Jaynes was eén van de eersten die een bewustzijnstheorie als puur wetenschappelijk propageerde. In zijn boek The Origin of Consciousness in the Breakdown of the Bicameral Mind uit 1976 beschrijft hij zijn "bicameral mind", ofwel bicamerale of tweekamerige geest, theorie.

Jaynes opvatting is dat de twee hersenhelften, tot circa 3000 jaar geleden, vrijwel onafhankelijk van elkaar hebben gewerkt. In die tijd zouden mensen onbewust zijn geweest en hebben geleden onder het fenomeen ‘stemmen horen’ en andere soorten hallucinaties en zelfs onder vormen van dissociatie zoals die van de meervoudige persoonlijkheid.

De doorbraak van ‘bicamerale geest’ tot bewustzijn zou ongeveer 2700 jaar geleden, ten gevolge van de opkomst van geschreven en gelezen teksten en de spraakevolutie van de oude Grieken, hebben plaatsgevonden. In die tijd, zesde eeuw voor onze jaartelling, werden door de Grieken de democratie en natuurfilosofie ontwikkeld, dat hij ziet als een bewijs voor zijn theorie.

Wanneer we dus, aldus Jaynes, deze definitie volgen, zouden we moeten inzien dat geen van de personages in bijvoorbeeld de Ilias een bewustzijn had. Woorden worden erin niet figuurlijk maar in hun letterlijke oorspronkelijke betekenis gebruikt. ‘Psyche’ betekent adem, niet ziel, geest of bewustzijn; ‘thumus’ betekent beweging/trilling, niet emotie; ‘nous’ betekent waarneming, niet voorstellingsvermogen enz.

Jaynes neemt aan dat de wereld van de Ilias van voor 3500 jaar geleden gedomineerd werd door een tweedelige 'bicamerale geest', waarvan de rechterhelft uitvoerend is en god heette en een linkerhelft die volgzaam was en mens werd genoemd. Het waren de goden die de mensen direct of indirect (via priesters etc.) bevelen tot handelen gaven.

De 'bicamerale mens', aldus Jaynes, ontstond zo'n 11000 jaar geleden ten noorden van de zee van Galilea waar toentertijd een theocratisch georganiseerde nederzetting was gevestigd. Deze samenlevingsvorm verspreidde zich gestaag. De bicamerale beschavingen ondergingen zo'n 3500 jaar geleden geweldige culturele (uitvinding en verspreiding van het schrift) en vulkanische uitbarstingen die vele koninkrijken uiteen deed vallen. In deze chaos kon alleen het bewustzijn zich handhaven. Deze verandering wordt, volgens Jaynes, verhaald in de Odyssee die een eeuw later dan de Ilias werd geschreven. Hierin vinden we bewuste personen en psyche, nous en thumus als metaforen van bewustzijn. Tot zover Jaynes.

(door Kees Versteeg)

De foto is van azquotes.com

  • Nieuw

  • Reacties