Voorzitter stadsregio straks belangrijker dan de minister van economische zaken
Home Economie Algemeen Voorzitter stadsregio straks belangrijker dan de minister van economische zaken

Voorzitter stadsregio straks belangrijker dan de minister van economische zaken

E-mail Print PDF
(Door Jan Booister)
Over 25 jaar schuift de burgemeester van de grootregio RotterdamPlus met zijn collega’s van andere regio’s aan bij het Europees overleg over economische ontwikkelingen, en niet premier ‘Rutte-junior’.
 
En hij hakt daar knopen door, zo was recent in Perspectief, het relatiemagazine van de Stadsregio Rotterdam, te lezen. 
Teveel verbeelding? Het zou best kunnen dat bestuurlijk Europa dan zo handelt. Want, constateert onderzoeker Bas ter Weel van het Centraal Planbureau, steden nemen in de komende decennia ‘in zekere zin’ de rol van landen over als motor van de economie. ,,We hebben het dan in dit specifieke scenario over heel grote steden met minimaal vijf miljoen inwoners. Steden zijn dan een soort landen geworden.’’ 
Bijvoorbeeld als Rotterdam en Antwerpen met Zeeland ertussen een economische eenheid zijn geworden?
Van Weel: ,,Ja, en misschien met Brussel erbij, en Eindhoven. Waarom niet? Die regio overlegt dan met buitenlandse regio’s, en niet de ministers van Economische Zaken, dan wel premiers. Dat vraagt om een volledig nieuwe visie op lokaal en nationaal bestuur en de locatie van productie in de toekomst.’’

The Netherlands of 2040 heet de studie die Ter Weel uitvoerde met zijn collega’s Albert van der Horst en George Gelauff. De uitkomsten? Niemand durft te verklaren hoe ons land er over dertig bij ligt.
Dat lijkt teleurstellend, maar is verklaarbaar. Ter Weel slaat pagina 44 open van de nota. Een impressie van de kunstenaar Albert Robida, gemaakt in 1883, toont daar diens visie op de 20ste eeuw. Hoge gebouwen en veel zeppelins die op daken landen. En toen kwam de auto.
Zoals niemand in 1965 kon voorspellen welke invloed internet zou krijgen. En er dus ook niemand is die nu kan zeggen hoe het er in 2040 uit ziet.
De studie is natuurlijk niet voor niets. Het helpt beleidsmakers keuzes te maken en te heroverwegen door verschillende opties te doordenken. Op basis van trends weten de CPB’ers wel dat de invloed van bestuurders kleiner wordt. Ter Weel: ,,We hebben als Nederland steeds minder in de melk te brokkelen bij economische keuzes. Maar de keuzes die we wel maken zijn ook veel belangrijker. De impact van beslissingen wordt groter en fouten worden harder afgestraft.’’
Wat is wijsheid? Ter Weel: ,,Er zijn signalen die helpen bij keuzes maken. De Stadsregio Rotterdam moet die nu al zien. Ook al komt de wereld onverstoorbaar op ons af. En moeten we daar simpelweg in meegaan.’’
De onderzoeker: ,,Technologische ontwikkeling bepaalt het lange termijnsucces van een economie. En die zijn niet te voorspellen. Neem internet. Dat heeft alles overhoop gehaald terwijl niemand het in 1980 zag aankomen. De toekomst is dan ook niet maakbaar. Op dit moment zijn bio- en nano-technologie veelbelovende ontwikkelingen. Of verdere ontwikkeling van ict. Die zaken zijn nog lang niet uit-ontwikkeld.’’

De stadsregio Rotterdam heeft een grote haven, maar is een kleine stad, weet de onderzoeker.  
Moet die haven verder groeien?
Ter Weel lacht: ,,Beleidsmakers zullen het graag willen weten, maar als ik het wist, zou ik rijk zijn. Er zijn wel trends zichtbaar. De globalisering bijvoorbeeld is goed voor Nederland. Ook de integratie van Europa heeft veel geld opgeleverd door open grenzen. Daar is nog veel te winnen. En dat de Chinezen rijker worden, is alleen maar goed voor ons want we kunnen ook daar dan handel mee drijven.’’
De Stadsregio ontwikkelt snelle ov-verbindingen richting Den Haag, maar moet voor zijn industriële toekomst naar het Moerdijkgebied kijken.
Ter Weel: ,,Er zijn ook scenario’s met de combinatie Amsterdam, Den Haag en Rotterdam als samenwerkingsverband. Belangrijker is: ook Nederland gaat meer naar een kennis-intensieve economie. Dan wordt de bulk minder belangrijk. Er gaat straks misschien meer via het kabeltje dan via de container.’’

En dat allemaal op weg naar vier mogelijke typen steden met bijbehorende arbeidsrelaties, doceren de onderzoekers: 
1 De Talent Towns (100.000 - 200.000 inwoners), waar werknemers zich specialiseren, waar overdreven gezegd een stopcontact en een internetverbinding voldoende zijn en iedereen zzp’er is,
2 De Cosmopolitan Centres (2 - 8 miljoen) waar bijvoorbeeld clusters van biotechnologisch onderzoek zich ontwikkelen, met een hoofdrol voor hoogopgeleide specialisten en alles wat er aan vast zit,
3 De Egalitarian Ecologies (100.000 - 500.000) waar middelgrote bedrijven tot bloei komen. Zeker is al dat de economische Randstad op peil blijft, omdat Nederland belangrijk blijft voor het vervoer van eindproducten door heel Europa,
4 De Metropolitan Markets (meer dan tien miljoen) waar de bio- en nanotechnologieën tot een doorbaak komen, maar Nederland wellicht te klein wordt om een rol van betekenis te kunnen spelen.

Deze scenario’s zijn extremen, en door onzekerheden omgeven. Bijvoorbeeld door de globalisering. Als die doorzet, wordt de toekomst anders dan wanneer er een handelsoorlog komt tussen pakweg Amerika en China, houdt Ter Weel ons voor. 
Evengoed, moeten beleidsmakers nu beslissen welke kant ze op willen. Dus weten waaraan ontwikkelingen herkend worden.
Voor hen zijn bruikbare lessen getrokken. Zoals de wetenschap dat kennis voor Nederland de sleutel tot succes blijft, en dat banen steeds vaker bestaan uit een combinatie van taken (onderdelen van producten worden op meerdere plekken in de wereld gemaakt). Ook dat economische activiteiten zich concentreren in steden, waar face-to-face contacten voordeel bieden.
 
U stelt dat een sterke economie gebaat is bij sterke steden. Is dat niet altijd zo?
Ter Weel: ,,Nee. Als er iets nieuws doorbreekt, een bepaalde technologie, is er altijd een tijdje onzekerheid.
Dan zitten mensen even bij elkaar, bijvoorbeeld in of bij grote steden. Zoals Boston, dat voorop liep met ict, en dat weer zag verdwijnen. Ze zijn daar overigens op tijd omgeschakeld. De biotechnologie is nu speerpuntgebied. De ict-samenklontering verdween toen iedereen snapte hoe het werkte. Zo gaat dat proces.’’
Maar altijd moet er in een stad goed onderwijs zijn, een cultureel leven, goede mogelijkheden voor de besteding van vrije tijd, een prettige sfeer, wil er sprake zijn van een economisch aantrekkelijke omgeving.
Ter Weel: ,,Rond 1980 was Amsterdam geen prettige stad, met de demonstraties tegen de kroning van Beatrix, de leegstand, en dergelijke. Nu is het the place to be.’’

Wat zijn de gevaren voor de stadsregio Rotterdam?
Ter Weel: Men moet er niet altijd blind varen op de haven. Als de economie zich meer richting kennis ontwikkelt, wordt het doorvoeren van goederen minder belangrijk. Evengoed moet de bereikbaarheid van de haven goed zijn.
En trekt haven-gerelateerd werk aan! Zoals het hoofdkantoor van Shell dat terugkomt. Dat is heel goed en het past bij de specialisatie van de stad Rotterdam. Kansen liggen er bij goed onderwijs vanaf het prille begin. Een universiteit is belangrijk. Dat leidt tot innovatie. En de samenwerking met het bedrijfsleven kan ook wat strakker.
Evengoed, het kan in de Stadsregio alle kanten op. De wereld is niet maakbaar, je kunt een klein beetje sturen. Maar dat moet je dan wel goed doen.’’



Reacties (2)add comment

martin midema :

Interressant stuk.
 
Misbruik rapporteren
Stem -1
Stem +1
28-12-2010 19:51:55
Stemmen: +0

martin midema :

interssant stuk
 
Misbruik rapporteren
Stem -1
Stem +1
28-12-2010 19:53:25
Stemmen: +1

Schrijf uw reactie

security image
Neem bovenstaande tekens over


busy
Laatst aangepast ( donderdag, 13 januari 2011 20:20 )  

Advertentie...

Advertentie...

Knipoog

Bezuinigingspijn

Wegkijken bij een prik geeft minder pijn
Leert ons een groot Duits onderzoek
Dus hoofd omdraaien, doe dat kloek
Dan maar iets minder moedig zijn

Maar Haags bezuinigen, moet ik met traan
Met rug naar ‘t Binnenhof gaan staan?

JBO

Zie voor meer Knipoogjes ook: www.janbooister.nl

Advertentie...

Column Jim Postma

 

'Nergens 'n verkoper, wat is dit voor zaak?

Column Geert-Jan Laan

 

Waren die jaren vijftig wel zo fantastisch?

Er is - begrijp ik - onder oudere jongeren die nu een degelijke dertig tot veertig jaar ou...

Column Dirk Mellema

 

Jeetje… 't bestaat: echte liefde

Door omstandigheden kom ik elke dag in een verzorgingscentrum voor demente bejaarden. Vanm...

Advertentie

Huidige bezoekers

We hebben 162 gasten online