Waar in het scheepvaartkwartier bijna de hele oude Rotterdamse glorie in buitenlandse handen is overgaan, glorieert Vopak als laatste echt Rotterdams logistiek-concern nog steeds. Scheepvaart concern Nelloyd werd na jaren van mismanagement aan Mearsk verkocht.
Holland Amerika lijn moest stoppen omdat passagiersvervoer naar Amerika door vliegtuigen werd overgenomen, ECT werd na jaren kwakkelen met meerdere aandeelhouders verkocht aan Hutchinson Whampoa, in bezit van Hongkong’s taicoon Li Ka Shing. De landactiviteiten van Nedloyd, waaronder ‘Districenters’ werden uiteindelijk door DHV bemachtigd, maar Vopak bleef zelfstandig.
Waar lag dat aan, dat succes? Mijnsinziens aan de ‘no nonsense’ aanpak van Van Ommeren, nadat topman Brouwer het concern in verwarring had achter gelaten Deze oudShellman had eerst Sembodja en toen Ceteco gekocht en het concern met deze handelsactiviteiten omgedoopt tot VOC. Maar het enige wat Van Ommeren in de begin jaren negentig met de roemruchte eerste multinational gemeen had was dat ook de oude VOC bijna failliet was. Dat was twee honderd jaar daarvoor in de achtiende eeuw, uiteindelijk liep het met die kolos helemaal mis door wanbeleid. Niet zo met van Ommeren, al scheelde het niet veel. Onder de nieuwe topman Carel van den Driest werden de handelsactiviteiten weer snel afgestoten, koper Hagemeyer kreeg deze molensteen om de nek.
Maar in 1999 kwamen de commmissarissen onder leiding van ‘onderkoning’ - president commissaris van concurrent Pakhoed - Hennie de Ruiter, toen de machtigste man van het Nederlandse zakenleven, tot de conclusie dat Pakhoed met van Ommeren moest fuseren tot Vopak. Pakhoed was groter dan van Ommeren maar voerde onder de besluiteloze CEO Klaas Westdijk een zwalkend beleid. Om te kunnen fuseren werden zowel Van den Driest als Westdijk naar huis gestuurd, want die heren zagen elkaar niet zitten en wilden niet onder elkaar dienen. Ineens deed van Ommeren dus wéér in handel, nu in chemicaliën door Pakhoed gekocht. Ook deed men aan tankvaart en een beetje binnenvaart. Activiteiten die qua cultuur niet erg matchten met de sjiekere opslag, de oer-activiteit van beide concerns. Op een management conferentie in Toledo, die ik eens mocht toespreken werden de opslag-managers als ‘heren’, de tank-jongens als ‘piraten’ en de binnenvaartwerkers als ’schlemielen’ betiteld, dat zegt genoeg.
Toen het concern onder Pakhoed-leiding in 2002 dreigde te kapseizen werd Carel Van den Driest weer teruggeroepen en die deed opnieuw wat hij al eerder had gedaan maar nu nog radicaler: handel en een aantal niet renderende activiteiten werden verkocht dan wel verzelfstandigd. Van den Driest mag dan ook claimen dat hij de Rotterdams eer heeft gered ondanks dat hij in Wassenaar woont. Hij zorgde er ook voor dat het concern werd ontdaan van een aantal incompetente old boys als commissaris en vage elementen die nog in het management figureerden. Eenvoud, hard werken over de hele wereld, consistentie en bewust kiezen voor core business werden kernbegrippen en dat legt het concern onder opvolger John Paul Broeders geen windeieren. Met vestigingen in 29 landen verspreid over alle werelddelen, beschikt Vopak nu over een netwerk van 74 tankterminals met een gezamenlijke capaciteit van meer dan 20,0 miljoen kubieke meter, zo’n 155 zeeschepen (inclusief de schepen die binnen strategische allianties varen), kustvaarders en binnenvaartschepen. Verder heeft de onderneming de beschikking over meer dan 3000 tankcontainers en een aantal strategisch gelegen logistieke ‘warehouses’.
Het bedrijfsresultaat (ebitda) exclusief bijzondere posten zal circa 495 miljoen euro bedragen, waar eerder gerekend werd op ten minste 450 miljoen euro. Dat werd vrijdag bekendgemaakt. ,,Gezien de bemoedigende resultaten tot dusver en de groeivooruitzichten voor de rest van dit jaar, hebben wij onze winstverwachting voor 2009 naar boven bijgesteld”, aldus CEO Broeders. Toch zal vooral de chemie sector nog wel last kunnen krijgen van de recessie, maar hiervoor bestaan alternatieven vooral bij de milieuvriendelijke brandstoffen.
Hoe kan het eigenlijk dat Vopak in deze tijd van dalende olieprijzen en recessie toch zoveel winst kan maken? De directie zegt terecht dat het concern leeft van imperfecties. Dus de planning binnen de ketens van de verschillende branches is allerminst optimaal, m.a.w. als ruwe olie wordt aangeleverd kan niet altijd worden geraffineerd en producten uit de raffinaderijen kunnen niet altijd optimaal worden afgezet. Dat is de mooie verklaring, maar er is ook een duistere die heet Contango. Dat is een situatie waarin termijncontracten van bijvoorbeeld grondstoffen of agrarische producten zich kunnen bevinden. Als de prijs over een bepaalde termijn hoger is dan de huidige prijs is de markt in contango. Dit kan onder andere veroorzaakt worden door hoge voorraadkosten, verzekeringskosten en maar ook en vooral door speculatie.
De markt is imperfect dat zeker, maar er is ook de verwachting dat de olieprijs fors zal stijgen en dat geeft Vopak een gigantische lift. Klanten laten dan voorraden olie, wellicht olie en vetten zo veel mogelijk in de tank zitten, want men verwacht daar later veel meer geld mee te kunnen verdienen. Maar dat zou echter wel eens tegen kunnen vallen als de recessie voortduurt. Niettemin Vopak is een pracht bedrijf, Hollands glorie.
Dit artikel is geschreven door Grimbert Rost van Tonningen, hoofdredacteur van het sociaal-liberale weblog www.pluspost.nl

Hans Roodenburg
:
|
Een goede analyse van het (dis-)functioneren van de besturen van Pakhoed, Van Ommeren en Vopak. Toch even een algemeen misverstand wegnemen. Natuurlijk zijn grote Rotterdamse concerns en scheepvaartmaatschappijen in buitenlandse haven overgegaan, maar dat is ook juist de kracht van de Rotterdamse economie. En ook niet uniek: al sinds de Tweede Wereldoorlog is het (enorme) kapitaalbeslag in de petrochemie in Rotterdam (nog steeds qua kapitaal veel groter dan de rest van de havenoverslag) van buitenlandse oorsprong. Buiten de grote havenoverslagbedrijven als ECT en APM is bijna alles nog Nederlands. Er is een enorme hoeveelheid ondernemingen die zich met de maritieme dienstverlening in Rotterdam bezig houdt. Voor 98 procent werken daarbij ook Nederlanders. Als we kijken naar de massagoedoverslag van ertsen en kolen (EMO, Europoort) zit daarin ook al sinds de jaren '50 Duitse invloeden. Er zijn inderdaad nogal opgeklopte verhalen geweest in het verleden in kranten dat de Rotterdamse haven in handen is van 'de Duitsers'. Ook dat is maar zeer ten dele waar! |
|
|
Misbruik rapporteren
Stem -1
Stem +1
|





