De prooi… van een bacterie! (1)

4749-de-prooi-van-een-bacterie-1 (Door ManuelKneepkens)

Met meer dan normale belangstelling heb ik de tv-serie ‘de prooi’ gevolgd. Officieel gaat die serie over de ABN- Amro-bankier Rijkman Groenink gespeeld door Pierre Bosma, compleet met lam armpje. Rijkman heeft zichzelf immers bij een jachtpartij per ongeluk in zijn arm geschoten. De jager blijkt zijn eigen prooi.


Maar gaandeweg wordt het de oplettende kijker duidelijk dat een ander figuur in de serie, een veel intrigerender persoonlijkheid is dan de wat onbehouwen, simpele Groenink: Nout Wellink, de president van de Nederlandse Bank, gespeeld door Victor Löw.
Waarom niet een tv-serie, gebaseerd op Wellink? Dat zou een drama van Shaekesperiaanse allure kunnen opleveren! Neem dat slepend been van Wellink. Wat is daarmee? Is deze jager soms óók ooit zijn eigen prooi geweest?

En al tv-kijkend gingen mijn gedachten terug naar een zekere vrijdagmiddag: 3 Oktober 2008, in de ‘Zwarte Week’ van de bancaire crisis.

Tijdens een persconferentie in 2008 over de overname door de Nederlandse staat voor 16,8 miljard euro van de aandelen van de ABN Amro en Fortis Nederland. Vlnr: Wellink, Balkenende en Bos.

Daar stonden ze dan in de hal van het ministerie van Algemene Zaken. Drie vooraanstaande Nederlandse autoriteiten! Gereed voor een persconferentie over ‘de laatste bladzij’ in Nederlands acute hoofdpijndossier: de overname door de Nederlandse staat voor 16,8 miljard euro van de aandelen van de ABN Amro en Fortis Nederland.
Elk van de drie achter een katheder in de vorm van een soort ranke, zilvergrijs geverfde scheepsboeg.
Hollands design, dat kan wat…
Hier was sprake van een metafoor! Overduidelijk!
Dit waren de Mannen van het Schip van Staat! Zij en niemand anders!
Een: Jan Peter Balkenende, minister-president: kapitein!
Twee: Wouter Bos, minister van Financiën: eerste stuurman!
En drie: de machinist, ‘het oliemannetje’ Nout Wellink, de president-directeur van de Nederlandse Bank.

En dan gaan mijn gedachten nog verder terug! Want er is een hectische periode in ons beider leven geweest dat Nout Wellink en ik elkaar vrijwel dagelijks zagen.
In 1964 was ik vierdejaars rechtenstudent in Leiden. De (toen nog) katholieke studentenvereniging Augustinus zocht een nieuwe praeses.
En men vond, dat ik dat moest zijn. En ja, ik was toen nog katholiek…
Maar nu nog de rest van het bestuur.
Ik drong nogal aan op een sterke quaestor (penningmeester) naast mij.
Want dichters hebben een weinig gelukkige hand in geldzaken. Het is niet anders. En het is nooit anders geweest.
De pastoor van de studentenparochie, tevens moderator van de vereniging – ja, dat had je toen nog, grote clericale bemoeizucht… een restant van het rijke rooms leven - kwam met Nout Wellink op de proppen.

Waarom niet een tv-serie, gebaseerd op Wellink? Dat zou een drama van Shaekesperiaanse allure kunnen opleveren!

,,Hoeveelstejaars is die, vroeg ik?''
,,Tweedejaars,'' zei de moderator..
,,Wat!'' riep ik: ,,Ik ga toch niet het geld van de vereniging aan een tweedejaars uitbesteden!
Dat wordt een ramp met die Wellink!''
Want, het is misschien moeilijk voorstelbaar voor u, lezer(es), of je tweede of vierdejaars was, dat was in dat gesloten studentenbolwerk Leiden toentertijd een levensgroot verschil. Het ‘Jaarverschil’. En dat is het daar eigenlijk nu nog.
,,Nou dan moet Nout Wellink maar assessor (gewoon bestuurslid, M.K.) worden!'' zuchtte de moderator. Want de man besefte dat opboksen tegen het dogma van het Jaarverschil zinloos was, zelfs voor hem.
En zo geschiedde.

Op een zonnige zomeravond in 1965 nam de moderator, die tot prior bevorderd was van een klooster in het Brabantse Cuijck, afscheid van Leiden. Daartoe had hij een receptie bij hem aan huis belegd.
Uiteraard was het Augustinusbestuur uitgenodigd.
Nout Wellink had aangekondigd later op de receptie te komen. Die arriveerde dus op de Studentenpastorie aan het Rapenburg, toen ik daar al vertrokken was naar een andere afspraak. Ja, praeses van een studentenvereniging, dan ben je een druk (doend) baasje…

Wat er toen heeft plaatsgevonden… in de loop der tijd zijn daarover twee versies in omloop geraakt.

(Wordt vervolgd)


Hans Roodenburg :
Het penningmeesterschap moet ook niet zomaar aan de eerste de beste student worden gegeven. Er zijn genoeg kwesties bekend dat men er met de kas van door ging of fraudeerde. Een penningmeester(en ook een minister van Financiën) moet meer integer zijn dan zijn voorzitter...

woensdag 06 nov 2013

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties