De Oerknal - een e-mail van God

4728-de-oerknal-een-e-mail-van-god (Door Manuel Kneepkens)

In den beginne was er Niets
En dat ontplofte!

Ook dat nog!

Ik ben een liefhebber van de Amerikaanse sitcom ‘Seinfeld’. Recent zond tot mijn grote vreugde Veronica die TV-serie opnieuw uit, iedere werkdag rond een uur of zes. Soms 18.05, soms 18.10, soms 18.15. Al naar gelang de lengte van het reclameblok. Er viel geen peil op te trekken.


Daardoor werd ik nogal eens geconfronteerd met het laatste gedeelte van het voorafgaande programma, geheten 'Braniac'.
Een uiterst maf programma, waarin een aantal ‘nerds’ zich voornamelijk bezig bleek te houden met vragen als: ,,Hoeveel caravans kan men opblazen met één staafje TNT?’’
Laatst was ‘good old’ Tina Turner te gast en mocht, zowaar, een hele (houten) bungalow laten ontploffen!
Een superknal!
Hiervan raakt Tina zo door het dolle, dat de inmiddels de tachtig naderende Popartieste een woeste apendans begon als in haar beste tijd op de poppodia van de jaren zestig!
Voeg hierbij het onnoemelijke enthousiasme waarmee mensen zich aan vuurwerk te buiten gaan, elk jaar, in de nieuwjaarsnacht en men vraagt zich al gauw af of het ‘knallen’ wellicht in de menselijke genen zit voorgeprogrammeerd.

En in het verlengde daarvan… zou ons grote knal-verlangen soms iets te maken hebben met de oerknal, the Big Bang?
Maar hoe kom je daarachter?
God móet weet hebben van de oerknal. Dat kan haast niet anders. Immers God is eeuwig. Dus was Hij er ook al voor de oerknal.
Dus, of Hij heeft die oerknal zelf verwekt… of, als Hij dat niet heeft gedaan, dan moet Hij op zijn minst toch enige kennis bezitten over het tot stand komen van die oerknal toentertijd. Daar zou je Hem eigenlijk naar moeten kunnen vragen.
Maar ja... God iets vragen kan immers sinds eeuwen uitsluitend via een hoogst onbetrouwbaar medium: het gebed.

Onbetrouwbaar?
Jazeker.
Zo heeft ondergetekende in zijn jeugd jarenlang bijna dagelijks God om een nieuwe fiets gebeden, om maar niet steeds door weer en wind op het afdankertje van de broer boven hem naar school te moeten fietsen. Die broer had die piepende rammelkast op zijn beurt gekregen van de broer boven hem, ons beider oudste broer. En die had hem weer als afdankertje van vader K. Een onding was het!
Dag en nacht tot God gebeden dus… en niet alleen consequent nul op het rekest maar ook nooit ook maar iéts van een antwoord! Een afwijzend antwoord, desnoods. Dan had je tenminste geweten waar je aan toe was. Niks daarvan.
Zwijgen! Een zwijgen ‘immens’ als het heelal.

Godzijdank, dat soort sores is heden voorgoed verleden tijd. Vandaag de dag blijkt God vrij eenvoudig te bereiken via een veel betrouwbaarder communicatiemiddel dan het gebed: het Internet…
Je kunt God nu een e-mail sturen! Je moet dan uiteraard wel Gods e-mailadres weten.
Het heeft mij tamelijk veel moeite gekost om het te pakken te krijgen, maar… het is mij gelukt.
Hier komt het. Schrijf het op! Het kan van pas komen.
god@heelal.com

De inhoud van mijn e-mail aan God luidde: ,,Hoe zit dat met de oerknal, God?’’
Prompt kreeg ik de volgende e-mail terug.

Beste Aardworm,
Waarom spreek ik je zo aan? Heus, het is allerminst beledigend bedoeld. Omdat Darwin het erbij heeft laten zitten. Die komt niet verder, dan de constatering dat de aap en de mens een zelfde voorvader hebben. Bepaald geen doordenkertje, die Darwin.
Want als je doordenkt, echt doordenkt, mens, dan kom je uit bij de worm. Niet de oeraap is je allereerste voorvader - of voormoeder, zo je wilt – maar de worm. Het heelal zit niet voor niets stikvol wormgaten.
Lang geleden al, in mijn ‘Groot Joods Sprookjesboek’, bijgenaamd ‘de Bijbel’ heb ik dat aldus verwoord:
,,Aardwormen zijt gij en tot de aarde keert gij terug!’’
Bekender in de (vrije) vertaling als: ,,Stof zijt ge, en tot stof keert ge weder!’’
Wat overigens allemaal op hetzelfde neerkomt: ,,Vroeg of laat ga je de pijp uit, aardworm! Punt. Uit!’’

Niet de geboorte van de aapachtige is dus de belangrijkste revolutionaire gebeurtenis in de natuurlijke historie voorafgaande aan de geboorte van de mens, maar de geboorte van de aardworm.
Wat is er dan wel zo revolutionair aan de aardworm?
Welnu, de aardworm is het dier waarbij mond (input) en anus (output) ‘voor het eerst’ strikt gescheiden zijn! (strikter dan bij ons kerk en staat…).
Dat was bij de diersoorten voorafgaand aan de worm niet het geval, daar vielen mond en anus samen.

Terug naar de Bijbel, die stelt: ,,Dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis.”
Dat is dus te kort door de bocht. Het moet uiteraard zijn: ,,De mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van de worm… en de worm is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God!
De schepping ontstond, toen ik, God, - een kwestie van voortschrijdende beschaving - mijn anus scheidde van mijn mond!’’
Dat ging natuurlijk gepaard – dat kon ook niet anders! - met een enorme scheet: de Oerknal!

Kortom, zij die beweren: ,,Het heelal is een enorme flater van God, die hebben eigenlijk gelijk.’’

Was getekend,
God

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties