Na achttien jaar zijn in Engeland twee mannen veroordeeld, die in 1993 de jonge gekleurde student Stephen Lawrence hebben vermoord. De politie is nog op zoek naar vier tot vijf andere verdachten, die ook bij de groep moordenaars hoorden. Aanvankelijk besteedde de politie schandalig weinig aandacht aan de opsporing van de verdachten. Ook binnen de Britse politie tierde het racisme welig. Tot enkele jaren geleden de Britse krant Daily Mail de zaak oppikte.
Na enig onderzoek kwamen de namen van de nu veroordeelde verdachten snel in beeld. De krant deed toen iets opmerkelijks. Op de voorpagina werden de foto’s en de namen van de verdachten gepubliceerd onder de kop: ,,Zij zijn schuldig.” De hoofdredactie van de krant overwoog: ,,Wanneer zij echt niet schuldig zijn dan gaan ze wel procederen en is die zaak gewoon uit de wereld.” Het was de politie die in eerste instantie overwoog om te gaan procederen, maar uiteindelijk liet men de zaak rusten, maar werd wel het onderzoek hervat met het nu bekende resultaat.De eerste verschijnselen van racisme zag ik toen ik in 1960 als zeventienjarige jonge man in Londen arriveerde, om vooruitlopend op de verhuizing van ons gezin naar Londen, een nieuwe school te zoeken. Na enkele maanden bij kennissen van mijn vader te hebben gelogeerd moest ik ook een kamer zoeken.
Het viel mij op dat op de kaartjes waarmee hospita’s hun kamers aanboden bij tabak- en krantenwinkels vaak heel klein maar net leesbaar twee letters waren geschreven. N.C. Not Coloured betekende dat. Sinds de jaren vijftig waren vooral vanuit de Britse kolonie Jamaica vele duizenden gekleurde inwoners naar Groot Brittannië getrokken om daar werk en onderkomen te vinden.
Een kamer vinden kostte mij geen enkele moeite. ,,Wat leuk,’’ kirden de hospita’s, een jonge Hollander, een blond koppie en bovendien leek ik kennelijk veel op de toen populaire Britse popzanger Adam Faith.
Mijn medestudent Winston, zo zwart als roet en afkomstig uit Jamaica kon nergens iets vinden. Dus ging ik maar als eerste naar een dergelijk hospita. Vrijwel direct had ik de kamer, maar na een kwartiertje belde ik op met de mededeling dat het helaas niet kon doorgaan omdat ik een andere kamer, nog dichter bij de school had gevonden. Daar voegde ik aan toe: ,,Maar mijn vriend Winston zoekt ook een kamer. Kan hij even langs komen?”
Bij de eerste twee kamers kreeg hij de deur zo ongeveer in zijn gezicht gesmeten. Bij de derde kamer aarzelde de hospita. Ze vroeg aan Winston: ,,Bent u werkelijk bevriend met die Hollander?’’ En na zijn bevestiging zei ze: ,,Ook Hollanders blijven toch buitenlanders. Maar vooruit. Laten we het maar proberen.’’
Ik schreef er nog een stukje over in mijn voormalige schoolkrant in Rotterdam. Terug in Nederland zeiden vrienden van me hoofdschuddend: ,,Zoiets zou toch in Nederland niet kunnen gebeuren….’’
Reacties (0)

Schrijf uw reactie





Geert-Jan Laan (1943, Delfzijl) is hoofdredacteur/uitgever van de nieuwe weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen. Laan begon zijn journalistieke carrière bij Het Vrije Volk en het Rotterdams Parool, werkte van 1970 tot 1975 als sociaal economisch redacteur bij Het Vrije Volk en bedreef tussen 1975 en 1982 samen met Rien Robijns onderzoeksjournalistiek, o.a. naar Lockheed/Northrop, OGEM, etc. Ze wonnen de persprijs 1980 en publiceerden samen vijf boeken. Daarna werkte Laan tot 1990 als plaatsvervangend hoofdredacteur/directeur Het Vrije Volk te Rotterdam. Via zijn eigen PR- en journalistiek productiebureau deed hij in 1991 ,in opdracht van Robert Maxwel, onderzoek naar de eerste Nederlandse tabloid. Van 1994 tot 2002 was Laan hoofdredacteur van Nieuwsblad/Dagblad van het Noorden te Groningen. Hij is voorzitter van het bestuur van het Nederlands Persmuseum te Amsterdam en voorzitter commissie Dag voor de Persvrijheid. 