Sport en bier

7977-sport-en-bier (Door Alek Dabrowski)

Dit weekend vond in Rotterdam de marathon plaats. Heel Rotterdam liep uit. De stad was bomvol. Wat mij altijd opvalt is dat sportiviteit en gezondheid zo makkelijk te combineren zijn met feest en drankzucht. Kijk naar voetbalwedstrijden. Hoe groter het evenement – de EK en WK voetbal voorop – hoe meer er gedronken wordt. Zo ook bij de marathon in Rotterdam.

’s Morgens zie je van alle kanten sportievelingen in kleurrijke pakjes naar het centrum trekken. Ik luister de gesprekken af. De een heeft net een uitgebalanceerd pastaontbijt achter de kiezen. Een ander vertelt vol trots dat hij al zes weken geen seks heeft om vandaag optimaal te kunnen pieken. Een derde zet zijn intervaltrainingsschema uiteen aan een groep toehoorders met kennelijk grote cijfermatige interesse. Voor gewone mensen is het niet meer te volgen.

De sportieve meute contrasteert schijnbaar met de toeschouwersmeute. Vroeg in de middag zitten de cafés al vol. Het bier stroomt overal vrolijk uit de tap. De binnenstad is één groot terras. Het gekke is dat de tegenstelling niet zo groot is. Na afloop zie ik menige loper onder het zonnetje gulzig in het gouden vocht bijten. Het lijkt wel: hoe groter de inspanning, hoe groter de dorst.

Ooit deed ik aan hardlopen, diep in de twintigste eeuw. In een tijd dat het woord trimmen al modern klonk. Van bootcampen had nog niemand gehoord. Je trok een sportbroek en een oud T-shirt aan. En je ging hollen op een paar afgetrapte gympen. Het fijnste moment was de douche na afloop en het vooruitzicht van een ijskoude pils die op je stond te wachten. Sporten maakt dorstig. Is stoppen met hardlopen dan een manier om je drankverbruik te minderen? Zo werkt het ook weer niet, vermoed ik.

Mijn vader deed nooit aan sport. Wandelen naar het café was beweging genoeg. Alleen op zondag wilde hij weleens op de fiets stappen. Als kind van vijf-zes jaar zat ik achterop. We woonden in Charlois en de tocht ging altijd zuidwaarts. Na een verfrissend ritje eindigden we bij de paardenmanege in het Zuiderpark. Daar werd op zondag vrijuit getapt. Wanneer we verder de polder introkken en de afstand tot de manege te groot was geworden, belandden we als tussenstop in café het Schaapje. Deze gelegenheid, die zich niets aantrok van de Christelijke zondagsrust, lag ergens tussen Barendrecht en Rhoon in. Een korte zoektocht op internet leert dat het Schaapje nog steeds bestaat. Inmiddels ligt het zo te zien in een woonwijk.

De terugweg op de fiets verliep altijd vlekkeloos. De genuttigde biertjes gaven mijn vader een sportieve impuls. Vrolijk gleden we naar huis: bier en lichaamsbeweging in harmonie met elkaar. De marathon wordt bezocht door honderdduizenden mensen. Het evenement kent weinig incidenten. Bier en sport verbroederen hier blijkbaar. Het feest van de overwinning wordt gevierd met alcohol, een goedje dat toch slecht voor de conditie is. Je trotseert het drankmonster, je lacht hem midden in zijn gezicht uit, omdat je toch al gewonnen hebt… en je bestelt nog een pils.


Peter Delsman :
Café Het Schaapje in Smitshoek, op de hoek van de Bakkersdijk, wordt tegenwoordig inderdaad omringd door Vinex nieuwbouw. Ik kwam er ruim 40 jaar geleden als Zuidwijker (Sandeveld) met mijn vriendjes om te flipperen. Omdat de flipperkast in een apart toezichtloos zaaltje stond, kon je met een bierviltje onder de poten flink wat vrije spelen laten aantikken (jeugdzonde). Ze zijn er gelukkig niet aan failliet gegaan. Nu woon ik er sinds 2005 nog dichterbij, maar fiets er alleen maar langs, vanaf de Bakkersdijk, door het tunneltje aan de Heulweg, op weg naar moeder.

donderdag 11 apr 2019

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties