Striekiezers

7874-striekiezers (Door Alek Dabrowski)

Liefhebbers van wintersport kennen ongetwijfeld vele woorden om de sneeuw waar zij zich in moeten begeven aan te duiden; om over de attributen die zij meezeulen maar te zwijgen. Zo zullen verzamelaars van modeltreinen een rijk assortiment aan begrippen hebben om de verschillende soorten locomotieven te benoemen. Ik ken ze helaas niet. Wanneer je je ergens in verdiept neemt de taalrijkdom toe, zodanig dat een buitenstaander er al gauw weinig meer van begrijpt.

Regelmatige cafébezoekers kennen vele woorden voor de verschillende alcoholische dranken. Het biertje, pilsje, pintje en tapje zijn algemeen bekend. Maar de bierdrinker kijkt niet op van gerstenat, een goudgele rakker, een potje, een natte klets of een glaasje appelsap. Om een glaasje jenever te bestellen staat de klant eveneens een hele reeks woorden ter beschikking: borrel, klare, neutje, jajem, pikketanissie (Amsterdams!), pierenverschrikker, hartversterkertje, Schiedammertje of een oorlam.

Bijnamen kunnen snel ontstaan. We dronken op een avond bier in café de Consul. We waren melig en bedachten allerlei nieuwe woorden voor een pilsje. Plotseling bestelde ik twee striekiezers, dus strijkijzers uitgesproken in een waarschijnlijk niet bestaand dialect. De barman moest erg lachen. Hij begreep de bestelling en tapte twee biertjes. Bij de volgende ronde riepen we weer luidruchtig om striekiezers, hilariteit alom. Andere gasten deden mee en de hele avond vlogen de striekiezers over de bar. In korte tijd was er een begrip geboren.

Een paar weken later wist waarschijnlijk niemand meer wat een striekiezer was. De vrolijke barman trof ik jaren nadien aan achter een andere bar. Het eerste wat ik hem toeriep was: twee striekiezers! Hij begreep mij meteen en vulde lachend de glazen. Barmensen hebben over het algemeen een beter geheugen dan de klanten die zij bedienen. Naast striekiezer zijn er ongetwijfeld honderden benamingen die in kleine kring begrepen worden, maar nooit een woordenboek zullen halen.

Mijn vader hield van een kopstootje, niet van de gewelddadige soort waarbij je iemands voorhoofd zo hard mogelijk probeert te raken met je eigen voorhoofd, maar de vloeibare variant: een bier met een borrel ernaast. Er bestaan vele andere woorden voor dit duo, zoals een stelletje, een spannetje, een motor met zijspan of een uppercut. Je ziet, in het café wordt men vanzelf creatief met woorden. Er bestaat ook een variant, waarbij je de borrel met glas en al in het biertje laat zinken, het zogenaamd duikbootje.

Mijn vader kende al deze woorden, maar gebruikte af en toe ook het chique begrip ‘thé complet’ voor een kopstootje. In de gangbare cafés die hij bezocht kende men zijn woordenschat. Eenmaal bestelde hij een ‘thé complet’ in een nieuwerwets, minder bruin café. De barvrouw verdween naar achteren en liet zich een tijdje niet zien. Mijn vader werd ongeduldig van de dorst. Maar daar kwam zij tevoorschijn, met een dienblad in haar handen. Erop stond een volle pot thee waar de damp vanaf sloeg. Om de theepot heen lagen allerlei rare kleine hapjes uitgestald. Dit was niet wat mijn vader voor ogen stond bij zijn bestelling. Achteraf kon hij erom lachen. Eén ding stond vast: deze kroeg werd voortaan gemeden. Als het personeel je niet meer verstaat, dan houdt het op.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De sloopkogels van de Internationale

(door Kees Versteeg)


De brand in de Notre-Dame deed me ineens terugdenken aan de Koninginnekerk. Gesloopt in 1971. Hij stond aan de Boezemsingel in Crooswijk. In de verkiezing Mooiste Gesloopte Kerk kwam de Koninginnekerk als winnaar uit de bus.


D
e brand in de Notre-Dame is een ongeluk. Binnen een dag is 700 miljoen euro verzameld voor de wederopbouw. De sloop van de Koninginnekerk was daarentegen een geplande politieke misdaad.

De toenmalige PvdA-burgemeester Thomassen was een warm voorstander van de sloop. Er moest op die plek een niet-confessioneel bejaardenhuis komen. De sloop van de kerk riep in 1971 veel verzet op. Tegenstanders zeiden: ‘Wat de nazi’s lieten staan, dat gaat er nu wel aan.’

De linkse raad won. De sloop werd doorgezet. Er hangt een portret van Thomassen en zijn vrouw An in het Rijksmuseum. Misschien is de tijd nu rijp om er een bordje bij te zetten.

Met de tekst: ‘In de tijd dat Thomassen burgemeester was van Rotterdam, ontwikkelde de stad zich tot wereldhaven nummer één. Daarnaast was Thomassen ook een kopstuk in de politieke misdaad. Op de plaats waar ooit de Koninginnekerk stond, verhief hij Judas tot bouwmeester en noemde dat verheffing van het volk.’




  • Nieuw

  • Reacties