Geweld

7806-geweld (Door Alek Dabrowski)

Het kan soms goed fout gaan in het café. Op oudejaarsavond leidde een ruzietje om een omgestoten glas tot een drama met dodelijke afloop. Helaas gebeurt het vaker in het uitgaansleven. Maar als je ziet hoeveel mensen ieder weekend los gaan, valt het aantal gewelddadigheden nog mee. Deelnemen aan het verkeer lijkt mij gevaarlijker dan een avondje stappen.

De meeste caféruzies gaan tussen bekenden van elkaar en blijven beperkt tot wat wederzijds geschreeuw. Het is apengedrag, waarbij de ene alfa-aap aan de andere wil laten zien hoe sterk hij is. Sowieso is het kroegleven interessant materiaal voor de nieuwsgierige onderzoeker. Het is geen wonder dat Midas Dekkers als bioloog zich thuis voelt in de bruine kroeg: je kunt er teugelloos observeren én drinken.


Op plekken waar je verwacht dat het er gewelddadig aan toe gaat, valt dat in de praktijk vaak mee. Ik kwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw graag in het hardrockcafé De Blokhut. Het was een jongerencafé nabij het Zuidplein op Rotterdam-Zuid. Het publiek zag er vervaarlijk uit: lange haren, leren jassen en woeste afbeeldingen op T-shirts. Het ging er veelal vredelievend aan toe. Een jong hardrockertje werd weleens door een grote kerel opgetild en door de zaak gesmeten, maar dat was humor.

Eenmaal maakte ik er een schietincident mee. De zaterdagavondsfeer was prima: stampvolle tent, snoeiharde muziek en een temperatuur die de veertig graden naderde. Een motorrijder van een club die ik meen The Sinners heette was een week ervoor van zijn motor beroofd door een lid van een andere club. Hij had het voertuig niet op slot gezet, want ‘niemand haalt het in zijn hoofd de motor van een Sinner aan te raken’, een verkeerde inschatting. Hij dacht de dader die avond in de Blokhut aan te treffen. Gelukkig voor iedereen was dit niet het geval.

Om zijn agressie de vrije loop te laten schoot hij in het plafond. Juist op dat moment was ik even pissen. Ik liep terug naar de bar en zag dat de sfeer geheel omgeslagen was. De knal had ik niet gehoord, daarvoor stond de muziek te hard. Barman Jan verklaarde aan de politie: “Een schot? Ik heb niks gehoord. Het zal wel in de muziek hebben gezeten.” De vergunning wilde je niet kwijt. Of de motordief ooit gevonden is weet ik niet. Vooral de verbijstering bij het blokhutpubliek is mij bijgebleven. Dit soort geweld hoorde hier niet thuis. Voorzichtig werden de twee motorclubs te kennen gegeven dat zij niet meer welkom waren. Het bleef gelukkig bij dit ene schietincident.

Dit was een uitzondering. Ik maak zelden grof geweld mee in het uitgaansleven. Misschien heb ik een fijne neus voor situaties die uit de hand dreigen te lopen en ben ik altijd op tijd weg. Of het is gewoon mazzel hebben. Niet iedereen is zo fortuinlijk. Een vriend van mij had altijd pech. Op de een of ander manier kwam die ene dronken gek in de kroeg altijd bij hem terecht. Het liep meestal met een sisser af. Achteraf vroegen we ons dan af wat er eigenlijk aan de hand was geweest.

Eens waren we beland in een duistere kroeg aan de Witte de Withstraat. Het was laat. Hij moest zo nodig naar de toiletten om iets in zijn neus te stoppen. Ik heb dat nooit zo begrepen. Daar waren meer mensen bezig met het uitoefenen van deze dure hobby. Hij wilde vrijblijvend een praatje aanknopen en vroeg waar zij geweest waren die avond. Het kwam wat moeilijk zijn strot uit. Op de vraag waar zij vandaan kwamen volgde een fel antwoord: “Uit Paramaribo! Hoezo?” Slechts door wat van zijn poeder te delen kon hij de boel sussen. We verlieten weldra het café.

Het is mysterieus hoe sommige mensen het gevaar lijken aan te trekken. Is het de manier van bewegen, of een manier van uit de ogen kijken? Misschien dat een cafébioloog er studie naar kan doen en ons een verklaring kan geven.


Jan Tak :
Zie hier het hele verhaal over de kidnap van agent van Hattem:

/www.digibron.nl/search/detail/dcd92e746ff37b131ffe2e37c47304c7/hoofdagent-door-inbreker-ontvoerd

Overigens blijkt deze idioot ook twee maal uit de gevangenis te zijn ontsnapt, 1x uit de Noordsingel en 1x uit de Blokhuispoort in Leeuwarden.

vrijdag 18 jan 2019

Jan Tak :
Volgens mij was de dader gesnapt bij een inbraak waarbij van Hattem handelde alsof het kwajongens betrof. Ach in die tijd waren de meeste inbrekers simpele zielen en Jan van Hattem reageerde daarop iets te laconiek, dit zal vandaag de dag niet snel meer gebeuren.

Herinner me ineens een krantenbericht over mijn oom die als nachtwaker bij van Stolk en Reese een inbreker had betrapt. Volgens het Vrije Volk riep hij "Handen Hoog" terwijl hij zijn pijp in de rug van de inbreker drukte.

donderdag 17 jan 2019

Jim Postma@vandaagenmorgen.nl :
Die zaak op zich kan ik mij vanuit mijn HVV-tijd nog goed herinneren. Laffe daad en stom op de koop toe. Het was nogal wat in die tijd om nota bene een 'hoofdagent van politie' te kidnappen.
Dacht dat mijn vroegere maatje, wijlen nu, fotograaf van het ANP (winnaar van Twee Zilveren camera's destijds) hierin nog een bemiddelende rol heeft gespeeld.

Maar weet nu niet meer precies hoe deze smerige zaak was afgelopen.
Remind me, please, Arie.

donderdag 17 jan 2019

Arie C. Torcque Zaanen :
Ja Jim,.. de mafia slaapt nooit

Zo had ik een oud buurjongen die werd als hoofdagent (Jan van Hattem) gekidnapt door de mafia

zaterdag 12 jan 2019

Jim Postma :
p.s. Alleen mijn zeer goed belegde "Spooky'-broodje smaakte toen van geen kanten meer...@@@

zaterdag 12 jan 2019

Jim Postma :
Talloze van dit soort caféruzies mee gemaakt, meestal liepen zij met een sisser af. Hotspot voor mijzelf was altijd de Witte de Withstraat bij een aantal in die tijd bijzonder louche tenten. Zo had ik een late avonddienst bij Het Vrije Volk en ging nog even bij nachtelijke broodjestent 'Spooky' (naast café de Schouw) voor collega's en mijzelf enkele broodjes halen. Bij mijn binnenkomst kwamen 6 zeer luidruchtige en agressieve 'cokeneuzen' achter mij aan. In mijn intuïtie voelde ik dit 'zware onderwereld weer' aankomen op mijn klompen. Een uitwisseling van blikken meed ik zodoende als de pest, terwijl ik (karate, boksen en zo) best uit de voeten kon.
Het werd inderdaad een slachtpartij met een gast die bij het raam aan het eten was. Hij maakte een verkeerde opmerking. Het bedienend stond te trillen, wilde de politie bellen. Toen werd er een vuurwapen getrokken om hen te intimideren dit niet te doen.
Zelf ontsnapte ik even later met broodjes en al, belde de politie en schreef er nog een stuk over. Daders gepakt!

zaterdag 12 jan 2019

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties