Roken mag

7255-roken-mag (Door Alek Dabrowski)

Kroegtijgers die roken hebben het moeilijk in het huidige tijdsgewricht. Bij mooi weer kun je op een terras gaan zitten roken, maar blij word je daar niet van. Ten eerste schijnt de zon vol in je bakkes. Het is er sowieso veel te licht buiten. Ten tweede is het terras gevuld met vrolijke mensen: mensen die voor hun plezier drinken. Nee, de kroegtijger zit het liefst aan de bar verkleefd: bier voor zijn neus en een peuk in zijn hoofd. Allemaal verleden tijd.

Voor je gezondheid schijnt roken niet zo gezond te zijn. Maar om Remco Campert te citeren: “Wat is er wel goed voor je gezondheid. Het hele leven is eigenlijk niet goed voor je gezondheid. Er zijn dan ook mensen die stoppen met leven, zoals er mensen zijn die stoppen met roken of drinken. Domoren. Mensen die overal problemen zien.”

Zelf ben ik twintig jaar geleden gestopt met roken. Het werd mij te duur en het was niet meer lekker genoeg. Dat hele roken verveelde me. Je moest altijd vuur bij je hebben. Dan was je shag weer bijna op of de vloeitjes waren nat. Altijd wat. Verbazingwekkend hoeveel variatie er aan irritatie bestaat bij zoiets eentonigs als roken.

Vandaag de dag verbaas ik mij vooral over de beleefdheid van de hedendaagse roker. Zelfs als er op een terras een asbak staat, dan nog wordt er onderdanig gevraagd of het wel echt de bedoeling is dat hier gerookt mag worden. En thuis moet ik het balkon met geweld blokkeren voor rokende gasten. “Ja, je mag werkelijk in de huiskamer een sigaret opsteken.“

Vroeger werd er overal gerookt. Als puber kwam ik in het hardrockcentrum de Blokhut. Het gebouw stond in de schaduw van het toen nog onveilige Zuidplein. Dit winkelcentrum huisvestte overigens op de begane grond een van de meeste troosteloze kroegen op Zuid, de Gastronoom. Desondanks gingen we er - als de nood aan de man was, na een avond flink bier drinken - wel eens een broodje viezigheid eten. Er was verder in de wijde omtrek niets meer open, je moest wel. Maar dat is een ander verhaal.

De Blokhut stond op palen en was in het weekend tot aan de nok gevuld met hardrockers. Zij waren langharig, in leer of spijkerstof gehuld en rookten zoveel als fysiek mogelijk was. Ik deed volop mee. Het gebouw had verwarming, maar zelfs in de winter werd het er vanzelf warm als de meute stond te headbangen op Iron Maiden of Motörhead.

De vlezige rook, mede veroorzaakt door het vele blowen, nam werkelijk de vorm aan van een grijsgrauwe muur. De werkelijke muren, van zwartgeverfd hout waren nat van het zweet. Vanaf het laaghangend plafond voelde je druppels op je hoofd neerkomen. Dit was geen lekkage, maar klam hardrockzweet. Van ventilatie had nog niemand gehoord. De enige in- en uitgang was een stalen trapje. De brandweer hield zich in die tijd met andere dingen bezig dan met preventie. De muziek stond in de Blokhut zo hard dat een gesprek welhaast onmogelijk was. Daarvoor ging je naar buiten, waar je moest laveren tussen de plakkaten kots.

De Blokhut was kortom een vieze, stinkende tent, met oorverdovende muziek. Toch zat het er ieder weekend stampvol en overheerste de gezelligheid. Misschien dat het bier, dat er zeldzaam goedkoop was, hieraan bijdroeg. Maar vooral vond je er soortgenoten om tegenaan te brullen.

Ik moet er nu niet meer aan denken er een hele avond door te brengen. Maar soms lig ik ’s avonds in bed en denk ik terug aan die tijd. Opgetuigd in spijkerjas met buttons, het lange haar gewassen, liep je erheen op vrijdagavond. Van verre hoorde je de krachtige muziek. Je zag de eerste hardrockers al op straat staan lallen. Langzaam beklom je de trap. Je duwde de deur open en de vette geur van zweet, hasj, bier en zware rook sloeg recht in je muil. Je inhaleerde diep over de longen. Het was thuiskomen. Wat zeg ik, het was alsof je weer aan de tiet van je moeder mocht zuigen.

Foto is kopie uit een boek van Rein Wolters.



Jim Postma :
'Always look at the bright side of life',...@@@

zondag 03 jun 2018

Jeroen Waardenburg :
Fijnstof is er altijd al geweest @Jim kijk maar is in je kamer als de zon schijnt;laat je niet gek maken door de milieu maffia ze verzinnen steeds iets nieuw,vroeger was het de zure regen je hoort ze er niet meer over.

Oja roken is gewoon slecht..... maar een bolknal van Elisabeth Bas is niet te versmaden.

Zo nu maar een mok koffie met een echte Rotterdamsche Tompouce.

zaterdag 02 jun 2018

Jim Postma :
p.s. De ;echte 'dooddoener' is natuurlijk de fijnstof (Botlek etc.) in onze lucht, die elke roker en niet-roker dagelijks inademt. Gelijk aan zo'n zeven á acht sigaretten per dag in de je longen voor de niet-roker.

Een relaxed sigaretje per dag opstekend (en liever nog een walhallah-joint) is het zelfde heden ten dage als een 'blauwtje lopen'.

Proost!

zaterdag 02 jun 2018

Jim Postma :
Wederzijds mijn beste 'Jan'. (Dacht al, waar blijf je nou?!).

zaterdag 02 jun 2018

Jan Jansen :
Haha, die Jim!

Als je echt zonodig vroegtijdig wil overlijden, zijn er veel effectievere methodes. Zonder dat je daar, zoals met roken, de medemens mee belast. Maar, zoals ik al eerder zei: slecht de sterken kunnen stoppen!

Geeft niks hoor, Jim, slappelingen kunnen ook best leuk zijn :-D

vrijdag 01 jun 2018

Jim Postma :
Roken is een 'must!' Net als alcohol. Anders ga je nooit dood. En dat is zeer a'sociaal. Vooral door de enorme besparingen bij de Pensioenfondsen, zodat de niet-rokers en de niet-alcohol-drinkers nog maar zo lang mogelijk mogen blijven leven in 'deze hel op Aarde'.

Waarvan akte.
Amen!

vrijdag 01 jun 2018

Jan Tak :
Die "blokhut" was oorspronkelijk ontworpen door de architect van de Bijenkorf, Marcel Breuer en stond tijdens de bouw als directiekeet op de Coolsingel. Toen de Bijenkorf in 1955 werd opgeleverd heeft de Bijenkorf-directie de keet cadeau gedaan aan het Kunstcentrum.
Het werd als expositieruimte voor de kunst geplaatst op de Mijnsherenlaan - hoek Pleinweg, ik dacht dat het,voor de aanleg van de metro, opnieuw werd verplaatst en verder ging als jongerencentrum "de Blokhut".
En toen bleef er geen spaan meer van heel, zonde.

donderdag 17 mei 2018

Arie C. Torcque Zaanen :
Was die blokhut voordat het, een uit het geschrift begrijpende stinkende, maar heerlijke puberversnapering was,een expositie ruimte voor arme gesubsidieerde kunstenaars.?????

donderdag 17 mei 2018

Jan Jansen :
Sterksten natuurlijk..

woensdag 16 mei 2018

Jan Jansen :
Roken is een smerige bezigheid voor zwakke sukkels.

De stropdassen van de tabaksindustrie slaan elkander, proestend van het lachen, op de rug bij de aanblik van de niet zo fris ruikende verslaafden. Slechts de sterkste stoppen.

woensdag 16 mei 2018

Jeroen Waardenburg :
Tja in dit land van regenten die wel even zullen bepalen wat goed is voor het volk,niet meer roken in de kroegen enz enz enz wel een goed besluit;de Rodenbach drinken met een goed gevulde bitterbal in frisse lucht is wel zo prettig.

Roken doet men maar in eigen tijd.

woensdag 16 mei 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties