‘Zimmer mit früstuck’

7234-zimmer-mit-fr-stuck (Door Jim Postma)

Thuis werden we van jongs af aan opgevoed met een soort van ‘Duitser-haat’. Wijlen mijn oude heer kon op het laatste moment ontsnappen aan de Duitse razzia in Rotterdam in 1944. Maar drie van de broers van mijn moeder kwamen in nazi-Duitsland als dwangarbeiders in 1945 om het leven. Niet door de Duitsers zelf, maar nota bene door bombardementen van de geallieerden.

Als nog redelijk jong journalist (30) zat ik precies 40 jaar geleden tijdens de Dodenherdenking op 4 mei op een terras in Scheveningen. Net als vandaag was het aldaar stralend mooi weer. De zon aan de horizon was langzaam aan het ondergaan. Dat gaf een fantastische. haast magistrale gouden, soms bloedrode weerspiegeling in zee. Afgewisseld met zilveren draden die via de golven op je toe kwamen gehuppeld.

Het was omstreeks kwart voor acht, dus een klein kwartiertje voor de officiële Dodenherdenking. Op dat moment zat ik nog aan vorstelijke goudgele rakker. Maar door het sprookjesachtige spektakel aan de horizon had ik het ineens niet meer naar mijn zin. Op het terras was het bijzonder druk en daarom zeker ook vol met lawaai.

Daardoor, uit een soort irritatie, stond ik spontaan op en leegde met enkele forse teugen mijn forse bierglas. Afgerekend had ik al en op mijn gemakje slenterde ik richting strand. Inmiddels was het zo’n vijf minuten voor acht, althans volgens mijn eigen horloge. Ik kon mij op dat moment niet herinneren dat ik ooit doelbewust de ‘Dodenherdenking’ had herdacht. Ja, in de stad wel. Maar toen was ik meer gefascineerd doordat alle auto’s stil stonden en de mensen op straat. Aan alle slachtoffers van die verschrikkelijke oorlog dacht ik niet direct.

Bloedrood
Inmiddels kleurde de zon de zee bloedrood, voor mijn gevoel op dat moment heel symbolisch. Voor de tientallen, zo niet honderden miljoenen die destijds door pure terreur en haat om het leven waren gekomen. Aan het stilstaande verkeer achter mij realiseerde ik dat de twee minuten herdenking waren begonnen.

En terwijl ik zo nog in gedachten was hoorde ik plots zeer luid gesproken Duits achter mij. ‘Wünderbahr! Wönderschön!’, zo klonken de rauwe kreten achter mij.

Als een getergde stier draaide ik mij om van de zeekant. Ik zag nu een groepje Duitsers achter mij die eveneens vol bewondering naar het spectaculaire natuurverschijnsel keken.

Maar daar had ik zeker volkomen schijt aan. Woest was ik. Hoe haalden die moffen het nota bene in hun plompe koppen om mijn Dodenherdenking zo grof te verstoren. En ze waren allemaal grijs. Dus in mijn ogen nazi’s die bewust al dit leed op aarde hadden veroorzaakt.

‘Scheize wünderbahr! Und scheize wönderschön!’, schreeuwde ik hen toe. Alsof zij werden toegesproken en uitgescholden door ‘Der Fürher’ zelve. Ze schrokken zich in ieder geval rot.

Die ‘wijsheid’ had ik nog te danken aan de goede raad van mijn oude heer. Die leerde mij in mijn jongensjaren: ‘Tegen een Duitser moet je kleihard schreeuwen. Dat is de enige taal die zij verstaan.’

Het (‘arme’) groepje bejaarden trok zich wit geschrokken terug en ik rende na de twee minuten hoogst gefrustreerd het strand af op weg naar tram en treinstation. ‘Terug naar mijn eigen Rotjeknor’, klonk het vastbesloten in mijn achterhoofd. Met dat ‘Duitse Scheveningen’ wilde ik geen ene pestpokken meer te maken hebben. En zo liep ik in forse draf opgefokt naar een halte.

Ontbijtkoek
Totdat mijn oog viel op zo’n burgermanshuisje waar op de ramen een affiche hing met de tekst: ‘Zimmer mit frühstück.’

Ik wist niet wat ik zag. Op de avond van Dodenherdenking Duitsers uitnodigen, tegen betaling uiteraard, om je wederom te laten ‘bezetten’ met nog ontbijtkoek toe. Achter de aankondiging zat een duidelijk Nederlands gezin aan het avondeten. Bij hun aanblik stond mijn bloeddruk nu zowat op springen. In een opwelling wilde ik grijpen naar een baksteen die daar in hun tuin vlak bij mij voor het grijpen lag. En die wilde ik op zeker door de ramen smijten van deze collaborateurs.

Inmiddels zat de hele familie naar mij te staren wat die vreemde stilstaande man voor hun deur deed. Of het nu hun blikken waren en of dat mijn gezonde verstand weer begon te werken, van het stenengooien zag ik spontaan af. Maar omdat mijn woede nog steeds niet gekoeld was ging ik over tot een andere drastische daad.

Ik stak mijn rechterarm omhoog en maakte zo de Hitlergroet. En met mijn linkerhand stak ik twee vingers op mijn bovenlip. Zo imiterende zijn Hitlersnor!

Mijn boodschap kwam bij dit burgermansgezinnetje keihard aan. Ze sprongen in paniek overeind en sloten zo angstig hun gordijnen.

Terwijl ik uiteindelijk zo weg liep, richting mijn Rotjeknor, kon ik een glimlach niet meer onderdrukken.

Tegelijkertijd gaf ik hun baksteen nog een flinke trap na.

Jan Tak :
Verhalen van "NN Haftlingen" in Natzweiler , tja het is nog steeds mei natuurlijk:

https://www.anderetijden.nl/aflevering/112/Nacht-und-Nebel

woensdag 16 mei 2018

Jan Tak :
Even een aanvulling op mijn bericht van 6 mei hieronder aangaande de aankondiging van Links Partijen in R.dam om het oorlogsmonument "Gebroken Verzet te misbruiken voor een protest tegen de Joodse Staat:
Ik had nav. de Burgermeester verzocht om deze locatie niet te laten misbruiken.
Heb nu achteraf een reactie van de Coolsingel gehad:

"Demonstreren is in Nederland een grondrecht. Daaraan tornen we niet. Beperkingen opleggen aan een demonstratie, van welke aard dan ook, kan alleen ter bescherming van de gezondheid of de verkeersveiligheid en om wanordelijkheden te voorkomen. Dat is vastgelegd in de Wet op Openbare Manifestaties.
Dit betekent dat de burgemeester de demonstraties niet op inhoud kan beoordelen.
De drie gronden om beperkingen op te leggen, bescherming van de gezondheid, verkeersveiligheid en voorkomen van wanordelijkheden, zijn in deze zaak niet aan de orde.

Met begrip etc. etc.

Volgende keer dan maar voor wanorde zorgen :-(

woensdag 16 mei 2018

Jeroen Waardenburg :
Tja zo lang geleden de jongens en meiden van nu weten nauwelijks wie Hitlers was, en goed vaderlandse geschiedenis waar ook de wereldoorlog twee bij behoord wordt niet meer gegeven.1648 zal hen niets zeggen tja..............

En dan het zogenaamde verzet stelletje avonturiers heldendaden bij het warme potkacheltje,ze durvende pas toen de Duitser echt weg waren wat wat deden ze de meiden die verkering hadden met een Duitser de kop kaal scheren,maar ja Trees met haar Canadees was geen probleem;wat een gotspe.

Waar echt verzet was in Frankrijk en Noorwegen daar was verzet.

dinsdag 15 mei 2018

Jana Beranová :
Beste Jan Tak: wat een rake humor: Ik zit in het verzet maar niemand weet dat het oorlog is. Je kunt je vast wel herinneren - ik weet het van het horen zeggen - dat vlak na de oorlog bijna iedereen in het verzet had gezeten. Voilá! En zo zijn er meer situaties. Verder alle eer aan je oom Hendrik. Jim schreef zijn column uit irritatie over bordjes in het Duits. Ik irriteer me daaraan ook in Praag bijvoorbeeld. Welterusten straks, gisteren werd het bombardement op Rotterdam plechtig herdacht, iedereen krijgt zin deel.

dinsdag 15 mei 2018

Jan Tak :
Over 3 dagen herdenken wij dat 78 jaar geleden "verwarde mannen" onze oostgrens over trokken.
Maar nu weet niemand meer wat "het verzet" was?

maandag 07 mei 2018

jim postma :
p.s. Op de plee van 'Bierhandel' annex café-restaurant De Pijp in de Gaffelstraat (zijstraat Nieuwe Binnenweg).

zondag 06 mei 2018

Jim Postma :
Zoals heden tot op den dag dezer dagen staat nog steeds op de plee in graffiti geschreven in koeien van zwarte letters:

'Ik zit in het Verzet, maar niemand weet dat het oorlog is'!

zondag 06 mei 2018

Jan Tak :
Jim in het verzet eindelijk komt het hoge woord eruit, gedurfd Jim maar mijn respect gaat in deze tijd toch naar de echte helden uit '40 -'45.

Twee jaar geleden plaatste ik, d.d. 3 mei 2016, op deze site een artikel over mijn Oom Hendrik die, in 1942 wegens een verzetsdaad werd "veroordeeld tot "Nacht und Nebel" gevangene en tewerk werd gesteld in kamp "Natzweiler-Struthof", om uiteindelijk in 1945 in de armen van de Amerikanen in Kampp Dachau te sterven.

www.natzweiler.nl/home

Voor verzetsmensen zoals hij onthulde Prins Bernard op 4 mei '65 het monument "Ongebroken Verzet" op de kop van de Westersingel.

De schaamte voorbij is nu door links (PvdA, SP, GL) dit monument "gekaapt" voor hun eigen denkbeelden en start men juist hier op 12 mei a.s. een mars "omdat dit monument "ook een prachtig symbool is voor het ongebroken verzet van de Palestijnse vluchtelingen"

Je zou de schoften toch zo de singel intrappen!


zondag 06 mei 2018

Chris Ripken :
Wundersch"on herr uberstaufuhrer!

zaterdag 05 mei 2018

Rinus Vuik :
Prachtige column/anekdote, met schitterende foto!

zaterdag 05 mei 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties