Schrijvers in de kroeg

7156-schrijvers-in-de-kroeg (Door Alek Dabrowski)

Dat veel schrijvers een drankje lusten is geen geheim. Als puber vroeg je je bij Reve, Hermans, Carmiggelt, Campert en Van der Heijden af hoe deze mensen in godsnaam zoveel boeken konden schrijven. Daar hadden zij toch geen tijd voor? Zij stonden hele dagen in de kroeg te hijsen. Of anders zaten zij wel thuis met hun neus in een glas bier, wijn of sterker.

Schrijvers gaan voor hun plezier naar het café. Is dat zo? Misschien drijft de eenzaamheid of het gebrek aan inspiratie hen erheen. Zij hopen er de lusteloosheid te verdrijven. En steeds vaker worden zij gevraagd om er op te treden. Traditioneel zijn bibliotheken en buurthuizen plekken waar schrijvers het podium bestijgen. Het is er gegarandeerd stil. Het schaarse publiek luistert ademloos. Anders is dit in het café. (Op de foto hiernaast: F. Starik)

Niet iedereen is tegen het caférumoer opgewassen. Maarten ’t Hart zou er met zijn piepstem niet bovenuit komen. Daarbij, hij ligt gewoonlijk om negen uur in bed, de tijd dat het net een beetje gezellig wordt aan de bar. Griet op de Beeck of Jan Siebelink zie ik evenmin de aandacht snel vatten bij een clubje stamgasten. Anderen zijn ervoor in de wieg gelegd, zoals Jules Deelder of Herman Brusselmans. De te vroeg overleden Johnny van Doorn kreeg louter door zijn aura en zijn stemgeluid iedere willekeurige kroeg sprakeloos, ongeacht de mate van dronkenschap die er heerste.

Komend weekend (13/14 april) strijkt het literaire festival Woordnacht neer in de binnenstad van Rotterdam. Op traditionele podia als Arminius en de Schouwburg zijn schrijvers, dichters en andere kunstenaars te bewonderen. En voor een portie literatuur ben je ook welkom in cafés en restaurants, zoals Kaapse Maria en wijnbar Nostra.

De eerste editie van Woordnacht vond plaats in 2014. Op ruim dertig plekken rond de Mauritsweg kon je terecht voor de schone letteren. Ik kwam verzeild in een wijnbar op de hoek van de Oldenbarneveltstraat. Stefan van Hoek interviewde hier een aantal schrijvers over het onderwerp drank. Ik besloot te blijven luisteren. Eerst vertelde Auke Hulst over zijn bijzondere jeugd; drank hoorde daar wel bij, maar vormde niet de hoofdmoot.

Het onderwerp drank was de dichter F. Starik op het lijf geschreven. Stefan ging er goed voor zitten, maar het gesprek kwam niet op gang. De twee keken elkaar glazig aan. Waren alle diepere gedachten reeds opgelost in een glas wijn? Er hing na een kwartier een ronduit venijnige sfeer. Het werd tijd om de volgende gast aan te kondigen. Dit was de elegante schrijfster Fleur van der Laan. Zij is zeevrouw en schrijft over haar avonturen op de grote vaart. Stefan veronderstelde dat er aan boord flink ingenomen wordt. Fleur hield de boot af. Hoe kom je erbij? Een aarzelend verwijzen naar haar boeken hielp Stefan niet verder. We hebben het hier toch over literatuur. Het zijn geen dagboeken. Ook dit interview sloeg dood.

De conclusie was hierna snel getrokken. Het lezen over drank kan heel boeiend zijn, erover in de kroeg ouwehoeren ook, maar op een literair podium het werk van vermeend drankzuchtige auteurs analyseren, dat werkt niet. Later op de avond werd het alsnog gezellig aan bar, mede door de vrolijke husky van Fleur.

Stefan presenteert binnenkort zijn eerste roman. F. Starik is tot groot verdriet op 16 maart van dit jaar plotseling overleden. Ik besluit met een passend gedicht van hem, uit de bundel ‘Staat’.

Tafel

Voor wie het leuk vindt om op een tafel te klimmen

— en dat vind ik — om een toespraak te houden

iets voor te dragen, een lied te zingen

of gewoon om de wereld eens

vanuit een ander standpunt te bezien:

het nadeel van de tafel is de rand.

Toch is de rand van de tafel noodzakelijk.

Zonder rand was de tafel geen tafel maar

een wereld die geen einde nam

en voor je het weet

staat er een uitvinder op

en noemt de zee die hij aanschuift stoel.

Rinus Vuik :
Ik gokte op F.Starik, en Google bevestigde dat dit juist is!

maandag 09 apr 2018

Rinus Vuik :
Mooie column, daar niet van, maar de uitgelokte vraag is: Van wie is het bijgevoegde portret?

maandag 09 apr 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties