De laatste

7096-de-laatste (Door Jim Postma)

In onze wereld vol geloof en zeker bijgeloof weten velen van ons niet meer wat wij nog wel of niet meer kunnen geloven. Geloof het of niet maar in mijn kroegenwereld (‘de kroeg is mijn kerk’) heerst vanouds nog veel bijgeloof.


Een typisch voorbeeld daarvan is als iemand aan de toog keihard roept: ‘Nou, de laatste dan!’ Bedoelende bij het afscheid nemen van zijn ‘ fellow’ stamgasten om er nog eentje te nemen op de goede afloop. Oftewel: ‘One for the road’. In andere landen is het roepen in kroegen van een van deze twee termen praktisch een doodzonde. Zoals bijvoorbeeld in Spanje. Elke ‘Spanjeganger’ moet weten dat je zoiets in het Spaans nooit en te nimmer aan de bar moet roepen. Dus: ‘el último!’ (‘De laatste’).

Zo kan je van elke Spanjaard in de horeca aldaar leren dat je in zo’n geval altijd zegt: ‘el pre-último, por favor’ (‘de voorlaatste dus’). Het is maar een weet. Want nogmaals, als je de fout maakt om net als hier ‘el último’ te roepen, ga je zeker binnenkort dood. Vraag het maar aan elke rechtgeaarde Spanjaard.

Getuige
Nu was ik er zelf een tijd geleden getuige van dat een bekende stamgast in café Walenburg aan de Walenburgerweg riep ten gehore van alle klanten: ‘De laatste, de laaste!’ Het ging hier om ene bekende Willem (in de bouw- en sportwereld), de zestig al gepasseerd. Hij sliste daarbij want in zijn feestelijke stemming zat hij reeds tot aan zijn kraag toe vol. Toen hij daarbij ook begon te wankelen had hij haast alle stamgasten lachend aan zijn hand.

Alle ogen waren even later als ‘Kwatta’ op hem gericht nadat hij in één teug ‘de laaste’ in zijn keelgat liet gieten. Die overdreven belangstelling deed hem kennelijk goed. Manhaftig riep hij weer met rollende tong: ‘Nou, de allerlaaste dan!’ En zo herhaalde hij zijn ritueel keer op keer. Om daarbij te eindigen met: ‘De aller, aller, allerlaatste dan.’

Willem was daarna de weg helemaal kwijt en waggelde tenslotte als een ‘dronken eend’ de bruine kroeg uit. Dit tot gierend genot van de toen aanwezige kroegtijgers. Enkele van hen gingen zelfs achter de witte gordijnen lopen loeren hoe Willem struikelend aan alle kanten huiswaarts zou gaan. Niet een, inclusief mijzelf, liep met hem naar buiten. Om hem verder te begeleiden en hem voor een noodlottige val te behoeden.

Acteur
Want Willem was niet alleen een notoire kroegtijger, maar ook een geboren acteur. Of dat nou kwam omdat hij thuis niet voldoende aandacht kreeg, hij zocht in de kroeg de voor hem hoognodige belangstelling. Stond graag in de schijnwerpers. Vooral als hij aan het hoofd zat (zijn standaardplek) van de toog. Hij straalde dan als geen ander.

In plaats van naar huis te gaan stond hij nu dus als een ‘dronken tor’ uit te rusten tegen de lantaarnpaal vlak voor het café. Ook hier vermoedde ik al snel zijn ‘Comedy Capers’ act. En ja hoor, toen niemand meer keek, kwam hij plotseling met zijn joviale lach zo goed als nuchter de Walenburg weer binnengelopen. En riep met een sierlijke zwaai nog aan de cafédeur: ‘Doe mij een biertje!’

Enkele dagen later, geloof het of niet, werd Willem met spoed opgenomen in het St. Franciscus-ziekenhuis. Het bleek toen kantje-boord. Voordat hij het zelf wist belandde hij op intensive-care, dood- en doodziek. Een vreemde bacterie of virus bedreigde acuut zijn leven. De dienstdoende artsen vochten tegen zijn dood. Pas na vier maanden, inclusief de weken op de intensive care, mocht Willem als herboren het ziekenhuis weer verlaten.

‘Wat je op het laatste gered heeft’, vertelde ik hem met pretogen toen hij weer ouderwets bij ons aan de toog zat, ‘is dat je na je ‘allerlaaste’ bij de deur riep: ‘Doe mij nog een biertje!’ Alleen wist hij zich dat niet meer te herinneren. Wel was hij ontzettend van zichzelf geschrokken. In plaats van bier was hij voor lange tijd overgestapt op tomatensap en heeft bij mijn weten nooit meer geroepen: ‘De aller, allerlaaste.’

Zo zie je maar weer in dit gehele verhaal dat een gewaarschuwd mens voor twee telt.

‘One for the road’
Dit geldt zeker ook voor de stamgasten die bij of tijdens sluitingstijd roepen: ‘One for the road’. Vooral nadat de barkeeper ‘De laatste ronde!’ heeft aangekondigd. Wijselijk zal hij nooit zeggen: ‘De voorlaatste ronde’, want dan zit hij of zij er tot ’s ochtends toe nog met lallende stamgasten.

Tot op de dag van vandaag waarschuw ik een ieder om nooit meer te zeggen: ‘One for the road’. Als ik in gezelschap van buitenlanders ben met als voertaal Engels. ga ik dan tot ieders verbazing (zelfs van Engelsen) uitleggen waar de kreet vandaan komt.

De term ‘One for the road’, zo begin ik pas als je een speld kan horen vallen, ‘stamt uit de zeventiende eeuw in Engeland. Daar werd een gevangene op een goede dag in The Tower in Londen naar de gallows (ophangplaats) gevoerd. Vlak voor de executie vroeg hem de gemaskerde beul, met een borreltje in zijn hand en een duidelijk ingehouden glimlach: ‘One for the road?’

(Zoals je later voor het vuurpeloton nog een sigaretje kreeg aangeboden).

Geloof het of niet. Maar dood ging je zeker.

Ronald Sörensen :
Leuk verhaal

Twintig jaar geleden op rondreis in Zuid Afrika logeerden we bij een B&B in Durban. Hele leuke gastheer en gastvrouw.
Zitten we twee weken later op een terras in Kaapstad, wie komen er voorbij? Jazeker, helemaal uit Durban op vakantie in Kaapstad.
Uiteraard werd deze onverwachte ontmoeting beklonken met diverse consumpties.
Toen het echt tijd werd zei onze Afrikaander vriend” Ons niem nog ien vir die pad”

vrijdag 16 maart 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Strontschuit


Op ons terrasje in de Teilingerstraat (zijstraat Schiekade)

zit een bouwvakarbeider / aannemer

te oreren tegen een ‘takkenwijf’.


‘Alles wat ik in haar huis doe, is in haar ogen fout’,

zo steekt hij van wal.

Zodoende ben ik nu alleen al twee weken

met haar badkamer bezig.

‘Zeg ik’, waar wil je de spiegel hebben?’.

Zegt ze daar!

Zeg ik voor de tweede keer:

‘Weet je het nu zeker?’

Antwoordt zij: ‘Zeker!’

Teken ik het helemaal af, volgens haar wensen

en moet daardoor boren tegen keiharde tegels.

Breken er op de koop toe nog een tiental van mijn boortjes.

Eindelijk hangt nu de spiegel,

komt ze binnenlopen en zegt:

‘Hij moet toch een stukje hoger,

zodat die gelijk zit met het stopcontact.’


En zo gaat dat nu in dat pokkenhuis van dat pokkenwijf

al voor de honderdste keer. Om gek van te worden.


Het heeft mij een ding geleerd:

‘Je zit sneller op een strontschuit, dan in de gouden koets!’


JP


  • Nieuw

  • Reacties